In bijlage 1 een overzicht van de referenties die gebruikt zijn voor de Handreiking Nieuw Nationaal Model deel II.
Om inzicht te geven in het verschil in berekende immissies tussen een oppervlaktebron en een puntbron, zijn berekeningen uitgevoerd met oppervlaktebronnen ...
Om een indruk te krijgen van de invloed van dag/nachtritmes in de emissie op een percentielwaarde, zijn met PC Stacks 5.0 verspreidingsberekeningen voor ...
Emissievariaties leiden in het algemeen dus tot verschuiving in de percentielwaarden, die bovendien kunnen verschillen afhankelijk van het te berekenen ...
Het effect van de ruwheid is onder meer afhankelijk van welk type immissie berekend wordt, de emissiehoogte en de afstand tot de bron.
Stelde u de emissie vast uit de snuffelploegmetingen? Dan kunt u een lange-termijn berekening maken met het Nieuw Nationaal Model.
Een oppervlaktebron kan in beginsel niet gecombineerd worden met een gebouw. Gebouwinvloed kan alleen worden meegerekend bij een puntbron.
Een snuffelploegmeting geeft vanzelfsprekend alleen de situatie op de specifieke meetdag weer. De onzekerheid in de emissie zelf kan al groot zijn.
Deel II van het Nieuw Nationaal Model heeft tot doel: de gebruiker praktische handvatten te bieden bij de vertaling van de concrete situatie naar ...
Functies van dit type stimuleren de emissiesterkte als een normaal verdeelde variatie rond een gemiddeld emissieniveau.
Fluctuerende emissies, dus emissies die variëren binnen een uur, kunnen in het Nieuw Nationaal Model (NNM) niet worden gemodelleerd.
Een oppervlaktebron veronderstelt een constante emissie over het gehele oppervlak. Als de emissie niet constant is over het oppervlak, kan men de ...
Deze optie is in de eerste plaats bestemd voor een situatie waarin een emissie twee niveaus kent. En wanneer ook iets bekend is over de periode waarin elk ...
Biedt de applicatie onvoldoende mogelijkheden om een situatie realistisch te modelleren? Dan kan een gebruikersbestand voor de emissie worden aangemaakt.
De pluimstijging wordt vooral beïnvloed door het verschil in temperatuur van de pluim en de omgevingslucht. Doordat de dichtheid van een warme pluim lager ...
Een gebouw zal het pluimgedrag op twee manieren beïnvloeden: door het gebouweffect en door extra dispersie door extra turbulentie rond het gebouw.
In principe kan het model niet rekenen met oppervlaktebronnen met pluimstijging. Men kan in enkele gevallen een benadering toepassen.
De onderwerpen zijn steeds volgens hetzelfde patroon uitgewerkt. De uitwerking gaat geleidelijk dieper op het onderwerp in.
Het Nieuw Nationaal Model voorziet niet in oppervlaktebronnen, anders dan op grondniveau. Sommige implementaties geven toch de mogelijkheid om een ...
Het Nieuw Nationaal Model heeft de mogelijkheid om rechthoekige oppervlaktebronnen door te rekenen. Wel moet steeds worden voldaan aan de omschrijving.
Met een snuffelploegmeting wordt op basis van immissiewaarnemingen de emissie van een bron bepaald. Voor de omrekening van een immissie naar een emissie is ...
De aanwezigheid van vegetatie, gebouwen en andere structuren is van grote invloed op de verspreiding van stoffen in de atmosfeer. Als maat voor de ...
De jaargemiddelde immissie rond de bron zal gelijk blijven, als de variaties volstrekt willekeurig verdeeld zijn over de tijd.
Als het de doelstelling is om de emissiesterkte te bepalen, moet van de emissieparameters bekend zijn hoeveel deze tijdens de meting waren.
De belangrijkste onzekerheidsfactor bij het berekenen van de verspreiding van opwaaiend stof van een oppervlaktebron is het bepalen van de emissiesterkte. ...