In IPLO Uitgelicht gaan we maandelijks in op wat ons opvalt aan de vragen die we krijgen. Daarnaast bieden we inzicht in feiten en cijfers, zoals de vraagaantallen, de verdeling over de verschillende onderwerpen en het bezoek aan iplo.nl.
Vraag van de maand
In een schuur bij een woning staan jerrycans met benzine. Welke regels gelden hiervoor?
Vanwege de angst voor nog hogere brandstofprijzen zoeken mensen naar mogelijkheden om brandstof op te slaan. De politie trof bij een woning jerrycans met benzine aan en vroeg zich af hoeveel benzine er bij of in een woning mag worden opgeslagen. In het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen staan in artikel 5.6 Brandgevaarlijke stoffen maximale hoeveelheden die in, op, of nabij een bouwsel mogen staan. In geval van benzine (ADR-klasse 3, verpakkingsgroep II) is dit maximaal 25 liter op basis van tabel 5.6. Bóven deze hoeveelheid is sprake van een milieubelastende activiteit en moet de opslag voldoen aan de regels van de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 15 (PGS 15). Er gelden dan speciale veiligheidseisen voor de opslag waaraan particulieren meestal niet voldoen.
Meer informatie:
Wat opviel in maart
Bodem
Toepassingsbereik saneren bodem verduidelijkt
Bij vragen over de milieubelastende activiteit saneren van de bodem merken we dat er onduidelijkheid is over wanneer deze activiteit van toepassing is. Dit speelt vooral bij de sanering van nieuwe verontreinigingen. Dat zijn verontreinigingen die zijn ontstaan na 1 januari 1987.
De milieubelastende activiteit saneren is voornamelijk bedoeld voor historische verontreinigingen (van voor 1987). Maar deze milieubelastende activiteit kan ook relevant zijn bij de sanering van nieuwe verontreinigingen waarvoor de zorgplicht geldt.
Voor de herstelsanering van verontreinigingen direct na een ongewoon voorval Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent in popup) of na een eindonderzoek bodem kan de milieubelastende activiteit saneren van de bodem niet gebruikt worden. Dit hebben we nu duidelijker benoemd op een tweetal pagina's. Ten eerste hebben we verduidelijkt dat ons stroomschema saneren van de bodem alleen bruikbaar is bij sanering van historische verontreinigingen. Daarnaast hebben we uitgelegd hoe het zit met de sanering van nieuwe bodemverontreinigingen.
Bouw
Vergunningvrije dakkapellen: telt boeiboord mee?
Bij het plaatsen van 2 vergunningvrije dakkapellen op een schuin dak aan de achterzijde van een woning kregen onze bouwdeskundigen de vraag of de 50 cm afstand die in de wet staat, ook geldt voor het overstek. En of je het boeiboord moet meetellen als deze bijvoorbeeld 15 cm uitsteekt.
Het overstek is het gedeelte van het dak dat horizontaal voorbij de onderliggende gevel uitsteekt. Een boeiboord is een afwerkplank aan de dakrand of dakgoot. Het beschermt tegen weer en wind en voorkomt dat vocht de balken bereikt. Het is meestal gemaakt van hout of een onderhoudsvrij kunststof (zoals Trespa).
Bij het bepalen van de afstand wordt het overstek in principe meegerekend, omdat artikel 2.23, lid 1c van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) uitgaat van de buitenwerkse maat. Maar in diezelfde bepaling staat dat 'uitstekende delen van ondergeschikte aard tot maximaal 0,5 meter' buiten beschouwing mogen blijven. Er gelden dus 2 voorwaarden:
- Het uitstekende deel moet van ondergeschikte aard zijn.
- Het uitstekende deel mag maximaal 50 centimeter bedragen.
Of een onderdeel – bijvoorbeeld een dakgoot of boeiboord – als ondergeschikt geldt, beoordeelt de gemeente. Het is verstandig om dit met de gemeente te bespreken.
Mag een nooddeur naar binnen draaien?
Een supermarktmanager vroeg zich af of het is toegestaan dat een nooddeur tegen de vluchtrichting in draait. Voor bestaande bouw bepaalt artikel 3.121 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) dat een deur niet tegen de vluchtrichting mag indraaien wanneer meer dan 60 personen op die uitgang zijn aangewezen. Voor nieuwbouw ligt deze grens op 37 personen, zie artikel 4.216 van het Bbl. Het is daarom belangrijk na te gaan hoeveel personen op deze deur zijn aangewezen en of dit nog aansluit bij het huidige gebruik. Dat kan bijvoorbeeld aan de hand van de bouwvergunning of gebruiksmelding. Meer informatie hierover vindt u onder Vluchtroute Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent in popup).
Als kwaliteitsborger niet aan informatieplicht voldoet
Komt een gemeente erachter dat een kwaliteitsborger niet voldoet aan zijn informatieplicht? Dan zijn de volgende stappen mogelijk:
- De gemeente kan in het register erkende kwaliteitsverklaringen van de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB) checken of het om een erkende kwaliteitsborger gaat.
- De gemeente kan een melding doen bij de instrumentaanbieder, omdat de kwaliteitsborger niet aan zijn wettelijke verplichting vanuit het instrument voldoet. Op die manier kan de gemeente een signaal over het niet functioneren van de kwaliteitsborger doorgeven.
Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)
Publiceren buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA's)
Uit vragen die we krijgen over het publiceren van BOPA's, merken wij op dat er nog enige verwarring is over het publicatieproces. De BOPA-kennisgeving wordt namelijk standaard gepubliceerd via Decentrale Regelgeving en Officiële publicaties (DROP). En niet via de Landelijke voorziening bekendmaken en beschikbaar stellen (LVBB), zoals dat standaard is voor omgevingsdocumenten.
Maak gebruik van het voor dit type kennisgeving bedoelde DROP-documenttype 'omgevingsvergunning | afhandeling met planafwijking'. Op de website van Geonovum staat uitgelegd hoe het proces werkt, inclusief de voorwaarden die horen bij het publiceren van de BOPA. Zie hiervoor de pagina Kennisgeving omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit op de website wegwijzertpod.nl. DROP is overigens wel gekoppeld aan de LVBB. Daardoor is de kennisgeving ook te zien in het onderdeel Regels op de kaart in het Omgevingsloket. Dit staat op de IPLO-pagina Publiceren BOPA.
Aanpassingen formulieren Rijk in Omgevingsloket per 1 april 2026
Het Rijk verwerkt aan het begin van ieder kwartaal verbeterpunten in de toepasbare regels voor het Omgevingsloket. In het tweede kwartaal van 2026 zijn er aanpassingen bij veelgebruikte indieningsformulieren in het onderdeel Aanvragen, zodat overheden completere aanvragen en meldingen ontvangen. Ook zijn enkele vraagformulieren binnen de Vergunningcheck en enkele maatregelen in Maatregelen op maat aangepast.
Zoals eerder aangekondigd, veranderen bijvoorbeeld de informatieformulieren voor stikstofemissie en bouw- en sloopveiligheid. Dit gebeurt op verzoek van gemeenten en omgevingsdiensten. Ook veranderen andere veelgebruikte indieningsformulieren, waaronder die voor slopen en asbest verwijderen (melding en informatie).
Meer informatie
Veranderingen formulieren Rijk in Omgevingsloket per 1 april 2026
Wijzigingen in Samenwerkfunctionaliteit
In de releases van 11 en 25 februari 2026 waren er in de Samenwerkfunctionaliteit (SWF) wijzigingen voor het verwijderen van samenwerkingen. Dit zorgde voor een aantal problemen. Ook bleek dat softwareleveranciers en overheden meer tijd nodig hebben om zich voor te bereiden op deze wijzigingen. Daarom is het versturen van een aantal typen notificaties én het automatisch verwijderen van samenwerkingen op maandag 9 maart tijdelijk stopgezet.
In overleg met leveranciers en overheden bepaalt het DSO-team wanneer ze de notificaties weer verzenden en wanneer ze samenwerkingen weer automatisch verwijderen. Zodra dit bekend is, informeren we u hierover via de website.
Meer informatie
Samenwerkfunctionaliteit: tijdelijke stop aantal typen notificaties en automatisch verwijderen samenwerkingen
Externe veiligheid
Omgaan met situaties zonder vastgelegd voorschriftengebied
IPLO kreeg vanuit een gemeente de volgende vraag: 'Wij verwachten op korte termijn een vergunningaanvraag (omgevingsplanactiviteit en bouwtechnische activiteit) voor een nieuw zorgcentrum in onze gemeente. Op de locatie geldt nog het oude bestemmingsplan als onderdeel van het tijdelijk deel omgevingsplan. De vergunningaanvraag past binnen de regels van het oude bestemmingsplan en dus lijkt er sprake van een binnenplanse omgevingsplanactiviteit (OPA). Het zorgcentrum komt wel binnen een brandaandachtsgebied van een buisleiding. Omdat het zorgcentrum een zeer kwetsbaar gebouw is, moeten wij de locatie in het omgevingsplan aanwijzen als brandvoorschriftengebied. Maar dit is nog niet gebeurd, omdat we het omgevingsplan ter plaatse nog niet gewijzigd hebben. Hierdoor geldt het tijdelijk deel van het omgevingsplan (bruidsschat en bestemmingsplan). Welke gevolgen heeft dit voor de vergunningaanvraag en de bouw van het zorgcentrum?'
Het antwoord op deze vraag is uitgewerkt in situatie 1 op de pagina Omgaan met situaties zonder vastgelegd voorschriftengebied. Is er geen buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) of wijziging omgevingsplan nodig? En is er nog geen voorschriftengebied aangewezen? Dan is er geen grondslag om te toetsen aan paragraaf 4.2.14 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), of de aanvraag te weigeren.
Paragraaf 4.2.14 van het Bbl gaat om maatregelen ter beperking van de gevolgen van brand en explosies. Denk bijvoorbeeld aan de sterkte van de constructie bij brand, de brandwerendheid van deuren en de ligging van nooduitgangen. Belangrijk is dat een gemeente deze situatie eigenlijk moet voorkomen, omdat het omgevingsveiligheidsbeleid erop gericht is om nieuwe zeer kwetsbare gebouwen extra te beschermen met bouwkundige maatregelen.
Geluid
Voorrangsbepaling bruidsschat omgevingsplan niet voortzetten
Het is niet mogelijk om de voorrangsbepaling uit artikel 22.1 bruidsschat omgevingsplan voort te zetten voor het nieuw deel omgevingsplan. Het omgevingsplan voldoet dan niet aan de instructieregels in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
Toelichting
Dat komt omdat je in het nieuw deel omgevingsplan regels stelt over geluid door op een locatie toegelaten activiteiten. Hierbij pas je de instructieregels toe uit paragraaf 5.1.4.2 Bkl. Je houdt rekening met geluid door activiteiten, en de regels van het omgevingsplan zorgen voor een aanvaardbaar geluid door één activiteit op geluidgevoelige gebouwen. Hierbij houd je nadrukkelijk rekening met de bestaande situatie en rechten van de bedrijven, maar ook met welk beschermingsniveau daar eigenlijk gewenst is.
Zet je artikel 22.1 voort in je nieuw deel omgevingsplan? Dan zorgen de regels in het omgevingsplan niet voor de aanvaardbaarheid van het geluid door de toegelaten activiteiten. Het omgevingsplan voldoet dan niet aan de instructieregels.
Praktische uitwerking
Wat moet je dus wél doen? Bij het opstellen van een nieuw deel omgevingsplan heb je 3 mogelijkheden:
- De gemeente sluit voor de aanvaardbaarheid van het geluid door de toegelaten activiteiten aan bij het beschermingsniveau dat is vastgelegd in de voorschriften bij de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit van het aanwezige bedrijf. De bestaande voorschriften hebben dan geen toegevoegde waarde meer.
- De gemeente stelt voor de aanvaardbaarheid van het geluid door de toegelaten activiteiten strengere waarden dan wat is vastgelegd in de voorschriften bij de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit van het aanwezige bedrijf. De bestaande voorschriften hebben geen toegevoegde waarde meer (de strengste waarde geldt). De gemeente moet dit uiteraard in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent in popup)) onderbouwen en aantonen dat de feitelijke bedrijfsvoering van het aanwezige bedrijf niet wordt ingeperkt. Wil de gemeente dat niet? Dan kan voor dat bedrijf (de activiteit in kwestie) een overgangsbepaling worden opgenomen.
- De gemeente stelt voor de aanvaardbaarheid van het geluid door de toegelaten activiteiten ruimere waarden dan wat is vastgelegd in de voorschriften bij de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit van het aanwezige bedrijf. In dit geval blijven de bestaande voorschriften gelden. Het gevolg kan zijn dat het bedrijf meteen een verandering aanvraagt voor zijn omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit. Omdat het omgevingsplan (met regels die erop gericht zijn dat het geluid door één activiteit op een geluidgevoelig gebouw aanvaardbaar is) al borgt dat er geen significante milieuverontreiniging ontstaat, zou je die moeten verlenen. Zonder dat je aanvullende voorschriften over geluid kunt stellen. Behalve dan die met betrekking op beste beschikbare technieken (BBT) Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent in popup) en passende preventieve maatregelen.
Landelijk Asbestvolgsysteem (LAVS)
Tijdelijke beveiligingsmodus na DDoS-aanval
Op 23 maart kreeg het LAVS tussen 12.30 en 16.30 uur te maken met 2 grote incidenten, waardoor het systeem tijdelijk onbereikbaar was. Het begon met een omvangrijke storing bij eHerkenning als gevolg van een DDoS-aanval. Mede als gevolg hiervan zorgde een interne update van de RWS-infrastructuur ervoor dat het LAVS in een beveiligingsmodus werd geplaatst. Daardoor konden updates niet meer verwerkt worden. Na het doorvoeren van enkele aanvullende (beveiligings)maatregelen kon het LAVS weer normaal worden gebruikt.
Meer informatie
Storingen in het LAVS
Natuur
Ontheffing verbod spreeuwen doden
Een van onze juristen ontving een vraag van iemand met een geldige valkeniersakte. Hij heeft van de provincie onder de Wet natuurbescherming een ontheffing van het verbod om beschermde vogels zoals spreeuwen te mogen doden. Deze ontheffing loopt komende zomer af. Hoe is de werkwijze om een soortgelijke ontheffing te krijgen onder de Omgevingswet?
Het antwoord is dat er hier in het kader van de Omgevingswet 2 activiteiten te onderscheiden zijn:
- Valkeniersactiviteit. Dat is het gebruiken van een vogel voor het vangen of doden van een dier. Onder de Omgevingswet is daar een omgevingsvergunning voor een valkeniersactiviteit voor nodig (dat komt overeen met de vroegere valkeniersakte). Een omgevingsvergunning daarvoor aanvragen loopt via het loket van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Zie ook de pagina Aanvragen omgevingsvergunning valkeniersactiviteit.
- Flora- en fauna-activiteit. Het doden van spreeuwen is een flora- en fauna-activiteit. Een vergunning daarvoor (te vergelijken met de vroegere ontheffing) is aan te vragen via het Omgevingsloket. Dan komt de aanvraag bij de provincie terecht. Het kan trouwens zijn dat de activiteit vergunningvrij is. Dat moet dan in de omgevingsverordening van de provincie staan. De omgevingsverordening is een omgevingsdocument dat ook in te zien is via Regels op de kaart in het Omgevingsloket. Meer informatie over vergunningvrije flora- en fauna-activiteiten is te vinden op de pagina Vrijstelling vergunningplicht flora- en fauna-activiteit.
Systematiek milieubelastende activiteiten
Wat we verstaan onder bewerken
Een mengvoederbedrijf dat grondstoffen mengt en verpakt, wilde weten wat er wordt verstaan onder het woord 'bewerken' in artikel 3.128 lid 1 onder d van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Wij hebben geantwoord dat het mengen van verschillende veevoeders (of grondstoffen daarvoor) valt onder 'bewerken'. Daarom valt de activiteit vervolgens onder de vergunningplicht van artikel 3.131 van het Bal.
In de toelichting op het eerdere Besluit omgevingsrecht (Bor) werd uitgelegd wat onder bewerken werd verstaan. In het Bal ontbreekt een definitie van bewerken. In dat geval is het passend om aan te sluiten bij de betekenis die in het dagelijks spraakgebruik hieraan wordt gegeven. In een gangbaar woordenboek wordt bewerken onder meer omschreven als: 'werk aan iets verrichten om het voor een zeker doel geschikt te maken'. Dat is hier het geval. Het begrip bewerken moet dus ruim worden opgevat.
Overigens valt 'mengen' al onder 'maken', zoals in het toepassingsbereik en de bewuste vergunningplicht van de paragraaf: 'het maken en bewerken van voedingsmiddelen voor landbouwhuisdieren'.
Systematiek Omgevingswet en Ruimte
Salamitactiek bij mer‑plicht
De helpdesk kreeg in maart diverse vragen over het opknippen van projecten, ook wel bekend als 'salamitactiek'. Wat kan het bevoegd gezag doen als dit speelt?
Wanneer sprake is van één project
De initiatiefnemer mag een project niet via de salamitactiek opknippen om de mer-(beoordelings)plicht te omzeilen. Bijvoorbeeld door meerdere wijzigingen kort achter elkaar aan te vragen. Bij het vaststellen van de mer-plicht beoordeelt het bevoegd gezag het hele project, inclusief eventuele grensoverschrijdende onderdelen (artikel 11.7 Omgevingsbesluit).
Procedure als mer ontbreekt
Ontbreekt de mer terwijl die wel nodig is? Dan geldt artikel 16.49 Omgevingswet: het bevoegd gezag moet eerst binnen een redelijke termijn om een aanvulling vragen. In die aanvulbrief kan het bevoegd gezag uitleggen waarom het de activiteiten als één project beschouwt en waarom de mer‑plicht van toepassing is. Vervolgens kan het de mer als aanvulling vragen. Blijft de aanvulling uit, dan kan het de aanvraag uiteindelijk afwijzen.
Meer informatie
Projecten en de milieueffectrapportage
Hulp bij omzetten bruidsschatregels milieu
Via de helpdesk, maar ook tijdens netwerkbijeenkomsten, bevragen gemeenten IPLO regelmatig over omzetting van milieugerelateerde bruidsschatregels naar regels in het nieuwe deel van het omgevingsplan.
Wacht niet tot 2032
Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet kunnen gemeenten en waterschappen verschillende dingen doen met de regels van de bruidsschat omgevingsplan Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent in popup) en de bruidsschat waterschapsverordening Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent in popup): handhaven, aanpassen of laten vervallen. Hierbij moeten ze onder andere rekening houden met de instructieregels in het Besluit kwaliteit leefomgeving.
De omzetting naar nieuwe regels die voldoen aan de Omgevingswet, moet uiterlijk op 1 januari 2032 zijn afgerond. Dat schept het beeld dat gemeenten daadwerkelijk tot 2032 de tijd hebben. Dat is slechts ten dele waar. Zolang er geen aanleiding bestaat, kunnen de bruidsschatregels tot 2032 in het tijdelijk deel blijven staan. Maar gemeenten kunnen niet wachten tot 2032 wanneer voor een gebied het omgevingsplan wordt gewijzigd. Bijvoorbeeld om gebiedsontwikkeling te faciliteren, of als de gemeente een bestemmingsplan uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan vervangt.
POMO en SPRONG
Decentrale milieuregels omzetten is een grote opgave. Om gemeenten en waterschappen hierbij te ondersteunen, werkt het ministerie aan het Programma Overgedragen Milieuregels Omgevingswet (POMO). Het POMO geeft de beleidsachtergrond en een inhoudelijke analyse van de te onderzoeken milieuregels in de bruidsschat. Het programma en de plan-MER (milieueffectrapport) Overgedragen Milieuregels beschrijft de milieueffecten. En het benoemt alternatieven voor het omzetten van deze regels naar het nieuwe deel van het omgevingsplan of de waterschapsverordening. Hierover leest u meer op de overzichtspagina Handreiking plan-mer voor decentrale milieuregels.
Daarnaast zijn er inspirerende voorbeelden van omgevingsdiensten en gemeenten, die samen milieuregelsets voor in het nieuwe deel van het omgevingsplan hebben gemaakt. Zie de VNG-pagina Resultaat milieuregelset SPRONG Noord-Brabant, een onderdeel van Samen bouwen met Partners in Regio's aan Omgevingsplannen (SPRONG).
Feiten en cijfers
Website en helpdesk
- De IPLO-website had in maart 636.844 paginaweergaven en 238.215 sessies.
- Aan de helpdesk zijn 2.508 vragen gesteld.
Verdeling vragen per onderwerp in maart 2026
De vragen gingen over de volgende onderwerpen:
- Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) 32%
- Bodem 12%
- Systematiek Omgevingswet en Ruimte 9%
- Bouw 8%
- LAVS 6%
- Water 5%
- Systematiek milieubelastende activiteiten 4%
- Geluid 4%
- Veiligheid 4%
- Andere milieuthema's* 8%
- Overig** 7%
Taartdiagram van verdeling vragen aan IPLO in maart 2026

* Andere milieuthema's: Veehouderij, Lucht en geur, Energiebesparing, Natuur, Asbest, Luchtkwaliteit, Trillingen, Gezondheid
**Overig: ruimtelijke plannen, invoeringsondersteuning, algemeen, overig, onbekend
Stel uw vraag aan een expert van IPLO
Het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) is het kenniscentrum van de overheid dat uitleg geeft over de Omgevingswet, het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en de regelgeving voor de leefomgeving. Op de website geven onze experts informatie over deze onderwerpen. En via de helpdesk beantwoorden we vragen van gemeenten, provincies, waterschappen en brancheorganisaties. Onze helpdesk is bij voorkeur bereikbaar via het vragenformulier.
Ondernemers en inwoners met vragen over de Omgevingswet, het Omgevingsloket en de leefomgeving kunnen terecht bij hun gemeente.