Publicatie Verzamelbesluit Omgevingswet IenW bodem en water 2026
Het Verzamelbesluit Omgevingswet IenW bodem en water 2026 is op 30 juni 2026 gepubliceerd in het Staatsblad. Dit Verzamelbesluit bevat wijzigingen voor het onderwerp bodem en water in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), Besluit kwaliteit leefomgeving, Omgevingsbesluit, Besluit bodemkwaliteit en Drinkwaterbesluit.
Doel van de wijzigingen
Het doel van de wijzigingen is het verduidelijken van de regelgeving, het herstellen van fouten en het aanscherpen of versoepelen van inhoudelijke eisen voor het onderwerp bodem. Ook zijn de bepalingen over lozingen door de glastuinbouw beter in overeenstemming gebracht met de oorspronkelijke werking in het voormalige Activiteitenbesluit.
Inwerkingtreding op verschillende momenten
De datum van inwerkingtreding van de wijzigingen uit het Verzamelbesluit verschilt per onderwerp:
- De wijziging van het Drinkwaterbesluit treedt een dag na publicatie in het Staatsblad in werking. Deze datum is 1 juli 2026
- De meld- en informatieplicht voor het toepassen van staalslakken treedt per 1 juli 2026 in werking
- Het bevoegd gezag voor in opdracht toepassen van bouwstoffen, grond, baggerspecie en (vermengde) mijnsteen ligt zowel bij de Inspectie Leefomgeving en Transport als het lokale bevoegd gezag Bal en treedt per 1 juli 2026 in werking.
- De overige wijzigingen treden per 1 oktober 2026 in werking. Hiermee heeft de uitvoeringspraktijk voldoende tijd om zich op de wijzigingen voor te bereiden
Meld- en informatieplicht voor staalslakken
De meld- en informatieplicht voorafgaand aan het toepassen van staalslak geldt voor het toepassen van:
- Niet-vormgegeven bouwstoffen met daarin ten minste 20 massaprocent staalslak;
- Vormgegeven bouwstof bestaande uit pure staalslak.
Staalslak is in het Bal gedefinieerd als hoogovenslak, LD-staalslak, ELO-staalslak of een andere slak die is vrijgekomen bij de bereiding van ruwijzer of staal.
Op de webpagina Toepassingsbereik en informatieplicht toepassen bouwstoffen (paragraaf 4.123 Bal) staat uitgelegd dat er al een informatieplicht gold voor het toepassen van AVI-bodemassen en immobilisaat.
Met de meld- en informatieplicht is registratie van de toepassing van deze bouwstof door het bevoegd gezag mogelijk. Hierdoor kan het bevoegd gezag gericht toezicht houden op de toepassing. De meld- en informatieplicht is eerder toegezegd en maakt deel uit van een pakket aan maatregelen en acties. De kamerbrief van 5 juni 2026 geeft hierover de laatste stand van zaken.
Gedurende de looptijd van de Tijdelijke regeling verbod en vergunningplicht toepassing LD- en ELO-staalslak is de meld- en informatieplicht niet van toepassing op de toepassingen die binnen de reikwijdte van de tijdelijke regeling vallen. Dit betreft toepassingen van LD- en ELO-staalslak op de landbodem. Daarvoor blijft het tijdelijke verbod en de vergunningplicht staan.
Belangrijkste wijzigingen voor activiteiten graven, opslaan en toepassen
Voor de activiteiten graven in de bodem, opslaan van grond of baggerspecie, toepassen van bouwstoffen en toepassen van grond of baggerspecie komen er een aantal wijzigingen. Deze wijzigingen treden per 1 oktober 2026 in werking. De belangrijkste staan hieronder benoemd:
- De regels voor de milieubelastende activiteiten graven in de bodem met een kwaliteit kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde en graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit zijn opgenomen in 1 paragraaf in plaats van 2 aparte paragrafen. Dit is gedaan om onduidelijkheden weg te nemen bij het graven in een bodem die deels beneden en deels boven de interventiewaarde verontreinigd is. Inhoudelijk zijn de regels vrijwel niet gewijzigd. Wel zijn op verzoek van decentrale overheden en/of het bedrijfsleven de volgende wijzigingen doorgevoerd:
- Voortaan moet uit de meld- of informatieplicht voorafgaand aan de activiteit blijken of sprake is van graven in een bodem met kwaliteit boven de interventiewaarden of alleen een bodem met een kwaliteit kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarden. Deze informatie is van belang voor het bevoegd gezag om gericht toezicht te kunnen houden.
- Indien na afloop van de sanering een evaluatieverslag van de milieukundige begeleiding overlegd moet worden na afloop van de activiteit, geldt voortaan een termijn van 4 weken in plaats van 1 week. Dit is gedaan om initiatiefnemers en de BRL SIKB 6000 erkende organisaties meer tijd te geven om het evaluatieverslag samen te stellen. De termijn voor het doorgeven van de datum waarop de activiteit beëindigd is, blijft wel op 1 week staan.
- Er zijn enkele gegevens toegevoegd aan de melding voor de milieubelastende activiteit opslaan van grond of baggerspecie. Het gaat om gegevens die de toezichthouder nodig heeft bij het beoordelen van de melding. Zoals de verwachte startdatum van de activiteit en een vermelding of sprake is van eenmalige opslag (of dat opslag plaats gaat vinden van meerdere partijen). Daarnaast is geregeld dat bij eenmalige opslag van een partij de regels voor het ontvangen van afvalstoffen niet gelden (paragraaf 4.50 van het Bal).
Deze wijzigingen treden per 1 oktober 2026 in werking. Op deze datum zal ook het Omgevingsloket aangepast zijn aan deze wijzigingen.
- Daarnaast is er via een wijziging van het Omgevingsbesluit verduidelijkt dat het bevoegd gezag voor in opdracht toepassen van bouwstoffen, grond, baggerspecie en (vermengde) mijnsteen zowel bij de Inspectie Leefomgeving en Transport als het lokale bevoegd gezag Bal ligt (per 1 juli 2026).
Belangrijkste wijzigingen bodembescherming
Voor het onderwerp bodembescherming bij milieubelastende activiteiten zijn er een aantal wijzigingen. De belangrijkste staan hieronder kort benoemd:
- Er is verduidelijkt welke regels aan de uitvoering worden gesteld van een bovengrondse opslagtank die gedeeltelijk in de bodem of een terp ligt.
- Het vuilwaterriool aangesloten op een vloeistofdichte bodemvoorziening van het aansluitpunt van de vulleiding of leegzuigpunt van een bovengrondse tank voor vloeibare brandstoffen anders dan diesel moet vloeistofdicht zijn tot aan de slibvangput en olieafscheider als in de bovengrondse opslagtank vloeibare brandstoffen worden opgeslagen.
- Als een stalen bovengrondse opslagtank gedeeltelijk in de bodem of een terp ligt is jaarlijks een stroomopdrukproef verplicht als er geen kathodische bescherming op is aangebracht.
- De keuringstermijnen voor een bovengrondse opslagtanks met de opslag van diesel, gasolie of huisbrandolie waarop ondergrondse leidingen zijn aangesloten zijn aangepast. Dat is gedaan omdat uit onderzoek is gebleken dat door microbiologisch beïnvloede corrosie (MIC) er versneld lekkage van opslagtanks kan ontstaan door putcorrosie.
- De keuringstermijnen van de opslag van brandbare vloeistoffen in ondergrondse opslagtanks zijn opgenomen in plaats van alleen te verwijzen naar PGS 28 en PGS 31. Zodat duidelijk is dat deze regels ook zijn gesteld met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem in plaats van alleen voor veiligheid.
- De informatieplicht naar het bevoegd gezag over het afkeuren van een ondergrondse opslagtank en het verwijderen of onklaar maken ervan is opgenomen. Omdat er ten onrechte van werd uitgegaan dat dit via PGS 28 was geregeld.
- Aan de plattegrond bij het eindonderzoek bodem is toegevoegd welke bodembedreigende stoffen worden gebruikt, gemaakt of uitgestoten.
Deze wijzigingen treden per 1 oktober 2026 in werking.
Wijzigingen voor de glastuinbouw
De wijzigingen in het Bal voor de glastuinbouw geven verduidelijkingen en scherpen lozingsregels aan om emissies van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen beter te beheersen en het toezicht te versterken.
Belangrijk is dat emissiegrenswaarden voor stikstof nu expliciet gelden voor alle lozingsroutes, en dat bedrijven vaker (vierwekelijks) stikstof-, ammonium- én voortaan ook natriumconcentraties rapporteren; daarnaast vervalt de aparte rapportage van totaal stikstof per hectare omdat die automatisch wordt berekend. Daarnaast moeten telers jaarlijks rapporteren hoe invulling wordt gegeven aan de zuiveringsplicht wat het bevoegd gezag meer inzicht geeft, terwijl ook eisen rond meet- en registratiesystemen worden verduidelijkt (zoals periodieke controle van watermeters en verplichte schematische tekeningen van watersystemen).
Nieuw is onder meer een meetverplichting voor onderbemalingswater (met grenswaarde voor nitraat) en strengere eisen bij mobiele zuivering (bewaarplicht bewijs). Voor grondteelten gelden vergelijkbare aanscherpingen. Tot slot wordt het mogelijk om afvalwater van gebruikt substraatmateriaal na adequate zuivering via het riool te lozen, wat meer flexibiliteit biedt in gebieden zonder geschikte landbouwgrond.
Deze wijzigingen treden per 1 oktober 2026 in werking.
Wijziging Drinkwaterbesluit
In het Drinkwaterbesluit is een wijziging doorgevoerd. De wijziging bestaat uit het toevoegen van een zin onder de tabellen IIIa en IIIb van bijlage A: “Algemene opmerking: Het water mag niet agressief of corrosief zijn. Dit geldt in elk geval voor water dat een behandeling ondergaat, zoals demineralisatie, ontharding, membraanbehandeling of omgekeerde osmose.” Deze wijziging was nodig omdat de Europese Commissie Nederland op 18 juni 2025 in gebreke had gesteld.
De wijziging treedt een dag na publicatie in het Staatsblad in werking.