Wet versterking regie volkshuisvesting (Wrvr) en Omgevingswet
De Wet versterking regie volkshuisvesting heeft tot doel het tekort aan (passende) woningen in Nederland terug te dringen en wijzigt de Omgevingswet op enkele onderdelen. Het Besluit versterking regie volkshuisvesting brengt met dit doel per 1 januari 2027 wijzigingen aan in de bij de Omgevingswet behorende AMvB's.
Inhoud deze pagina
- Doel Wet versterking regie volkshuisvesting en te wijzigen wetgeving
- Wijzigingen Omgevingswet
- Wijzigingen Algemene wet bestuursrecht
- Voorziene wijzigingen Omgevingsbesluit, Besluit bouwwerken leefomgeving en Besluit kwaliteit leefomgeving
- Voorziene wijzigingen Omgevingsregeling
- Documenten en voortgang regelgeving Versterking regie volkshuisvesting
Doel Wet versterking regie volkshuisvesting en te wijzigen wetgeving
Op 1 juli 2026 trad de Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) gedeeltelijk in werking.
De wetgever heeft met de Wvrv als doel om het tekort aan (passende) woningen binnen Nederland op te lossen. De wet richt zich op 3 onderdelen:
- Regie op aantallen woningen en locaties, in samenhang met het versnellen van beroepsprocedures voor woningbouwprojecten
- Regie op betaalbare woningen en evenwichtige verdeling van de woningen
- Versteviging van lokale prestatieafspraken met woningbouwcorporaties
Op deze wet volgt nog een Besluit wet versterking regie volkshuisvesting en een Regeling versterking regie volkshuisvesting.
Dit samenstel van wetgeving brengt wijzigingen aan in verschillende wetten en besluiten. Deze pagina beschrijft de wijzigingen in de Omgevingswet, enkele bij de Omgevingswet behorende AMvB's (het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving en het Besluit bouwwerken leefomgeving) en de Omgevingsregeling op hoofdlijnen. Daarnaast beschrijft deze pagina de wijzigingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), voor zover die relevant zijn voor de rechtsbescherming bij besluiten op grond van de Omgevingswet. Waar mogelijk bevat de tekst verwijzingen naar verdiepende informatie.
De Wvrv brengt ook wijzigingen aan in wetgeving die minder (direct) het stelsel van de Omgevingswet raak. Het gaat hierbij om wijzigingen van de Huisvestingswet 2014, Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet. Die wijzigingen zijn op deze pagina niet toegelicht. Meer informatie daarover vindt u op de pagina Wet versterking regie volkshuisvesting van Volkshuisvesting Nederland.
Wijzigingen Omgevingswet
Doel Omgevingswet
De Wvrv breidt door aanvulling van artikel 2.1 Omgevingswet het doel van de Omgevingswet uit. Artikel 2.1 lid 5 Omgevingswet bepaalt nu dat het doel van uitoefening van de bevoegdheden van een bestuursorgaan op grond van de Omgevingswet ook betrekking kan hebben op een evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad.
Omgevingsvisie
De verbreding van de reikwijdte van de Omgevingswet (artikel 2.1 lid 5 Omgevingswet) verbreedt ook de reikwijdte van de omgevingsvisie. Deze dient ook het beleid voor de fysieke leefomgeving te bevatten dat betrekking heeft op de volkshuisvesting. Deze verplichting geldt op grond van artikel VII, lid 4 van de Wet versterking regie volkshuisvesting vanaf een bij koninklijk besluit (KB) te bepalen moment. Dit moment is naar verwachting 1 juli 2027, gelijk aan het volkshuisvestingsprogramma. In samenhang hiermee is de grondslag voor de aparte woonvisie in artikel 42 van de Woningwet vervallen. Voor informatie over het overgangsrecht voor de woonvisie verwijzen we naar onze pagina Volkshuisvestingsprogramma. Voor meer informatie over volkshuisvesting in de omgevingsvisie verwijzen we naar onze pagina Wegwijzer omgevingsvisie.
Volkshuisvestingsprogramma
Gemeenten, provincies en het Rijk moeten het beleid voor de volkshuisvesting verplicht verder uitwerken in volkshuisvestingsprogramma's. Dit is geregeld in de artikelen 3.6, lid 3, 3.8, lid 4 en 3.9, lid 5 van de Omgevingswet. Een koninklijk besluit (KB) bepaalt op grond van artikel VII van de wet straks wanneer deze overheden aan deze verplichting moeten voldoen. In de toelichting bij het inwerkingtredingsbesluit van de Wet versterking regie volkshuisvesting staat dat dit voor de gemeenten verwacht wordt op 1 juli 2027. Voor provincies wordt dit verwacht op 1 januari 2028. Het Besluit versterking regie volkshuisvesting voegt instructieregels over het volkshuisvestingsprogramma toe aan het Besluit kwaliteit leefomgeving. Deze instructieregels treden naar verwachting op 1 januari 2027 in werking. Meer informatie over het volkshuisvestingsprogramma vindt u op onze pagina Volkshuisvestingsprogramma.
Voorkeursrecht
De termijnen voor het voorkeursrecht zijn met de Wvrv verruimd. Een voorkeursrecht geeft gemeenten (en provincies en het Rijk) een 1e recht van koop op grond en andere onroerende zaken. Om te voorkomen dat het voorkeursrecht vervalt, moeten gemeenten tijdig stappen zetten in de planvorming. Dit kan door een omgevingsvisie of programma, of een wijziging van het omgevingsplan vast te stellen. De termijnen hiervoor zijn verlengd van 3 naar 5 jaar (zie artikel 9.4 lid 1 onder b en c Omgevingswet). De verruiming van de termijnen zit in de fasen voorafgaand aan de vaststelling van het omgevingsplan. Door deze verruiming kunnen gemeenten eerder in het planvormingsproces strategisch grondbeleid voeren. Dat helpt bij het realiseren van betaalbare woningbouw en het tegengaan van ongewenste grondspeculatie. De maximale doorlooptijd van het voorkeursrecht van 16 jaar blijft ongewijzigd. Meer informatie over de termijnen vindt u op onze pagina Inwerkingtreding, geldingsduur, vervallen, vernietigen en intrekken voorkeursrecht.
Informatie over woningbouwopgave
Per 1 juli 2026 geldt de plicht voor de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening (VRO) om informatie te verzamelen over de woningbouwopgave (artikel 20.7 lid 2 Omgevingswet). De minister van VRO moet verslagen maken over de woningbouwopgave en moet deze verslagen publiceren (artikel 20.15a Omgevingswet).
Procedurele versnellingen woningbouw en aangewezen projecten
Daarnaast voert de Wvrv per 1 juli 2026 enkele wijzigingen door in hoofdstuk 16 van de Omgevingswet om (beroeps)procedures voor woningbouwprojecten te versnellen. Voor activiteiten die onder verschillende vergunningplichten vallen en waarvoor bevoegde gezagen losse aanvragen ontvangen bevorderen de bevoegde gezagen (of het bevoegd gezag) dat bij de voorbereiding van de beslissingen op die aanvragen de coördinatieregeling wordt toegepast (artikel 16.7a Omgevingswet). Meer informatie over de coördinatieregeling vindt u op onze pagina Hoofdlijnen coördinatieregeling.
De procedurele versnellingen voor besluiten over woningbouwprojecten van minimaal 1 woning zijn dat:
- in het bezwaarschrift niet het schriftelijk verzoek aan het bestuursorgaan om in te stemmen met een rechtstreeks beroep bij de bestuursrechter opgenomen hoeft te worden (16.83a Omgevingswet)
- de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in hoger beroep verkort uitspraak kan doen als de aangebrachte gronden niet tot een (gedeeltelijke) vernietiging van het bestreden besluit kunnen leiden (artikel 16.87b Omgevingswet)
- een zitting in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State achterwege kan blijven als het beroep al ter zitting is behandeld (artikel 16.86a Omgevingswet)
De procedurele versnellingen voor op grond van artikel 16.78a Omgevingswet in het Omgevingsbesluit nog aan te wijzen categorieën projecten zijn dat:
- er na het aflopen van de termijn voor het instellen van beroep geen nieuwe beroepsgronden kunnen worden aangevoerd (artikel 16.77b en 16.86 Omgevingswet)
- de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het beroep met toepassing van de versnelde behandeling op grond van afdeling 8.2.3 Awb in behandeling neemt (artikel 16.87 lid 1 Omgevingswet)
- de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 maanden uitspraak doet (artikel 16.87 lid 6 Omgevingswet)
Deze versnellingen gelden ook voor het projectbesluit.
Artikel 23.5 lid 2 Omgevingswet regelt dat er voor het vaststellen van de categorieën projecten zoals bedoeld in het nieuwe artikel 16.87a Omgevingswet een zware voorhangprocedure geldt. Dit houdt in dat als een meerderheid van één van beide kamers van oordeel is om de aanwijzing van deze projecten bij wet te regelen in plaats van bij AMvB de regering daarvoor een wetsvoorstel zal indienen.
Artikel 22.23 Omgevingswet regelt dat de procedurele versnellingen voor de op grond van artikel 16.78a Omgevingswet in het Omgevingsbesluit nog aan te wijzen categorieën projecten pas gelden als het artikel in het Omgevingsbesluit in werking is getreden. Dit is naar verwachting op 1 januari 2027.
Enkele bepalingen uit de Wvrv die hoofdstuk 16 van de Omgevingswet wijzigen, zijn nog niet in werking getreden. De verwachte inwerkingtredingsdatum is op 1 januari 2027. Dit geldt voor een wijziging waardoor artikel 16.119 Omgevingswet komt te vervallen. Dat artikel gaat over vergoeding van griffierecht bij onteigeningszaken waarin het hoger beroep ongegrond wordt verklaard. Daarnaast komt er een nieuw artikel 16.83b Omgevingswet. Dit artikel regelt dat gemeenten niet tegen een besluit over een besluit over woningbouw van een andere gemeente in beroep kunnen gaan.
Experimenteerbepaling
De Wvrv voegt aan artikel 23.3 Omgevingswet een nieuw lid 9 toe. Lid 9 regelt dat op verzoek van de gemeenteraad of het algemeen bestuur van het waterschap of Provinciale Staten aanvullende gebieden niet bij AMvB maar bij ministeriële regeling aangewezen kunnen worden waarvoor een experiment op grond van artikel 23.3 Omgevingswet geldt. Bij een experiment is het mogelijk om tijdelijk af te wijken van regels ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, de te volgen procedures of besluitvorming daarover. Meer informatie over experimenten op grond van de Omgevingswet vindt u op onze pagina Experimenteerbepaling.
Wijzigingen Algemene wet bestuursrecht
De Wvrv wijzigt bijlage 2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Deze bijlage benoemt grondslagen van besluiten waar geen of beperkter beroep op mogelijk is. De Wvrv voegt aan artikel 1 van bijlage 2 van de Awb enkele artikelen uit de Omgevingswet toe. Daardoor is het niet mogelijk om in beroep te gaan tegen:
- een besluit over de verlening of weigering van ontheffing van een instructieregel gericht op een provinciaal of gemeentelijk volkshuisvestingsprogramma (artikel 2.32 Omgevingswet)
- een instructiebesluit van Gedeputeerde Staten gericht op het gemeentelijk volkshuisvestingsprogramma (artikel 2.33 lid 2 onder e Omgevingswet)
- een instructiebesluit van het Rijk op het gemeentelijk of provinciaal volkshuisvestingsprogramma (artikel 2.34 lid 2 onder g en h Omgevingswet)
De Wvrv voegt aan artikel 2 van bijlage 2 Awb artikel 16.87a Omgevingswet toe. Daardoor staat tegen de op grond van dat artikel genomen besluiten rechtstreeks beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State open. De wijzigingen van artikel 8:41 Awb regelen een verhoging van griffierechten bij woningbouwzaken. Deze treden naar verwachting op 1 januari 2027 in werking om de rechtspraak tijd te geven zich voor te bereiden op deze wijziging.
Voorziene wijzigingen Omgevingsbesluit, Besluit bouwwerken leefomgeving en Besluit kwaliteit leefomgeving
Het Besluit versterking regie volkshuisvesting wijzigt enkele AMvB's onder de Omgevingswet. Deze wijzigingen treden naar verwachting op 1 januari 2027 in werking. Hierna een overzicht van de belangrijkste wijzigingen per AMvB.
Omgevingsbesluit
- De uitwerking van de categorieën projecten waarvoor de in artikelen 16.86 en 16.87 Omgevingswet geregelde procedurele versnellingen onder meer gelden.
- Publicatieverplichting voor de minister van VRO van de verplichte verslagen over woningvoorraad, woningbehoefte en woningtekort.
Besluit bouwwerken leefomgeving
- Bouw van een familiewoning vergunningvrij mogelijk maken.
- Bouw van een mantelzorgwoning vergunningvrij mogelijk maken.
Besluit kwaliteit leefomgeving
- Instructieregels over de inhoud van volkshuisvestingsprogramma's van Rijk, provincies en gemeenten.
- Nadere definities van woningbouwcategorieën waarover in het omgevingsplan met het oog op een naar prijsklasse evenwichtige woningvoorraad regels kunnen worden opgenomen.
- De Ladder voor duurzame verstedelijking is niet langer van toepassing op omgevingsplannen voor woningbouwlocaties, voor zover uit het gemeentelijke volkshuisvestingsprogramma blijkt dat er een woningbouwopgave is. Meer informatie over de Ladder voor duurzame verstedelijking vindt u op onze pagina Ladder voor duurzame verstedelijking.
- Monitoringsverplichting voor de minister van VRO van de effecten van de beoogde procedureversnellingen zoals opgenomen het nieuwe artikel 16.87a Omgevingswet.
- Uitwerking wijze van verzamelen gegevens voor de verslagen door de minister van VRO over woningvoorraad, woningbehoefte en woningtekort.
Voorziene wijzigingen Omgevingsregeling
De nog vast te stellen Regeling versterking regie volkshuisvesting zal naar verwachting een nieuw artikel toevoegen aan de Omgevingsregeling waarin de aandachtsgroepen voor het verplichte volkshuisvestingsprogramma worden aangewezen.
Ook moet de Omgevingsregeling een uitwerking gaan bevatten van de instructieregels voor het verplichte volkshuisvestingsprogramma, zoals een minimumpercentage sociale woningbouw.
Documenten en voortgang regelgeving Versterking regie volkshuisvesting
De Wet versterking regie volkshuisvesting trad op 1 juli 2026 gedeeltelijk in werking. Voor meer informatie, zie de volgende pagina's:
- Wet versterking regie in Staatsblad: Staatsblad 2026, 156 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen
- De novelle Wet versterking regie in Staatsblad: Staatsblad 2026, 155 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen
- Het inwerkingtredingsKB: Staatsblad 2026, 157 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen
- De Memorie van Toelichting bij de Wet versterking regie volkshuisvesting: Kamerstuk 36512, nr. 3 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen
- De Memorie van Toelichting bij de Novelle: Kamerstuk 36881, nr. 3 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen
Op 13 juli 2026 zond minister Boekholt-O'Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) aan de afdeling Advisering van de Raad van State het ontwerp voor het Besluit versterking regie volkshuisvesting voor advies. De Afdeling adviseert op het ontwerp aan de minister. Naar verwachting treedt dit besluit in werking op 1 januari 2027. U kunt het ontwerpbesluit, waaronder de Nota van toelichting, raadplegen op de pagina Documenten bij Besluit versterking regie volkshuisvesting | Overheid.nl | Wetgevingskalender.
De Regeling versterking regie volkshuisvesting is nog niet vastgesteld. De ontwerpregeling is in 2 rondes in consultatie geweest:
- 1e consultatieversie (maart/april 2024), zie Overheid.nl | Consultatie Besluit en Regeling versterking regie volkshuisvesting
- 2e consultatieversie (februari/maart 2026), zie Overheid.nl | Consultatie Regeling versterking regie volkshuisvesting 2e consultatie