Inrichting toezichtproces op de GACS‑verplichting
Voor de start van het toezicht op de GACS-verplichting (gebouwautomatisering- en controlesysteem) is een duidelijke strategie van belang. De toezichthouder stelt vast op welke gebouwen het toezicht zich richt en hoe het wordt georganiseerd. Ook kijkt de toezichthouder of die het toezicht kan combineren met bestaande toezichtprocessen of dat een aparte werkwijze nodig is.
De doelgroep bepalen
De GACS‑verplichting geldt voor grotere niet‑woongebouwen met een verwarmings‑ of airconditioningsysteem met een nominaal vermogen van meer dan 290 kW. Om te bepalen welke gebouwen tot de doelgroep behoren, kan de toezichthouder verschillende gegevensbronnen raadplegen, zoals:
- het eigen zaaksysteem of vergunningenbestand. Hieruit kan onder andere het energieverbruik worden opgehaald.
- het SCIOS‑portaal:
- In het SCIOS-portaal is te zien op welke locaties, welke stookinstallaties staan.
- Niet alle installaties zijn zichtbaar in het SCIOS‑portaal. Dit kan het geval zijn wanneer een installatie geen keuringsplicht heeft, zoals bij warmtepompen, of wanneer een keuring niet is uitgevoerd.
- de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG): er bestaat een samenhang tussen het energielabel (EPC) van een gebouw, de vloeroppervlakte en het benodigde installatievermogen. Via onderstaande tabel kan een eerste inschatting worden gemaakt of een gebouw mogelijk een installatie heeft met een opgesteld vermogen boven de GACS-grenswaarden van 70 kW of 290 kW. De tabel is uitsluitend indicatief. Voor het vaststellen van de GACS-verplichting is het daadwerkelijk opgestelde nominale vermogen van de installatie bepalend.
|
Indicatie EPC |
Vermogen meer dan 290 kW |
Vermogen tussen 70 en 290 kW |
|---|---|---|
| A+, A++ | 7000 m2 | 1600 m2 |
| A | 4700 m2 | 1100 m2 |
| B, C | 3500 m2 | 800 m2 |
| D, E | 2800 m2 | 600 m2 |
| F | 2300 m2 | 500 m2 |
| G | 2000 m2 | 400 m2 |
- gegevens uit de informatieplicht energiebesparing: de verplichtingen voor GACS en energiebesparing overlappen deels, maar zijn niet hetzelfde. Vrijwel alle gebouwen met een airconditioningsysteem groter dan 70 kW en de meeste gebouwen met een verwarmingssysteem van meer dan 290 kW vallen onder zowel de energiebesparingsplicht als de GACS‑verplichting. Voor gebouwen met een verwarmingssysteem tussen 70 kW en 290 kW is deze overlap kleiner. Hierdoor kan het voorkomen dat een gebouw wel onder de ene verplichting valt, maar niet onder de andere.
- energielabelklassen. Gebouwen met een laag energielabel hebben vaak minder efficiënte installaties, een hogere energievraag en minder slimme regelingen.
De toezichtstrategie bepalen
Wanneer de doelgroep in kaart is gebracht, bepaalt de toezichthouder hoe die het toezicht uitvoert. Dit vraagt om keuzes over de inzet van capaciteit en de manier waarop controles worden ingepland.
Bij het bepalen van de toezichtstrategie kan de toezichthouder onder andere kijken naar:
- de mogelijkheid om GACS‑toezicht te combineren met andere controles
- een risicogestuurde aanpak, bijvoorbeeld door grotere of complexere gebouwen als eerste te controleren
- de beschikbare tijd en financiële middelen per controle
Deze keuzes vormen het uitgangspunt voor de verdere uitwerking van het toezicht in de volgende fasen.
Toekomstige doelgroep: installaties boven 70kW
Vanaf 2030 wordt de vermogensgrens van de GACS‑verplichting verlaagd van 290 kW naar 70 kW. Het is raadzaam om de installaties met een vermogen boven de 70 kW die tijdens het toezicht langskomen, alvast te noteren. Door dit nu al mee te nemen, kan het toezicht hier in de toekomst op aansluiten. Installaties vanaf 70 kW zitten vaak tussen een grootte van 400 tot 1400 m2, afhankelijk van het EPC-label. De indicatie van de grootte en de verhouding met het EPC-label vindt u in bovenstaande tabel.