Stap 2: controle van het GACS
Tijdens de controle beoordeelt de toezichthouder of het gebouw een gebouwautomatisering- en controlesysteem (GACS) heeft dat voldoet aan de wettelijke eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De toezichthouder stelt daarbij gerichte vragen aan de gebouweigenaar of beheerder en vraagt om een demonstratie van het systeem.
Vragen aan de gebouweigenaar of beheerder
In de norm NEN‑EN‑ISO 52120‑1 staan de functionele eisen van een GACS. Op basis van deze norm zijn onderstaande vragen opgesteld. Deze zijn bedoeld om inzicht te krijgen in de aanwezigheid, werking en functionaliteit van het aanwezige GACS. De toezichthouder vraagt de gebouweigenaar of beheerder om de antwoorden te onderbouwen met een demonstratie van het systeem.
De toezichthouder kan de volgende vragen stellen:
- Aanwezigheid en reikwijdte van het systeem: is er een centraal gebouwautomatiseringssysteem dat de klimaatinstallaties bewaakt en aanstuurt, onder andere door het starten en stoppen van de systemen? Zo ja, welke installaties zijn hierop wel en niet aangesloten?
- Monitoring en dataverzameling: kan het systeem het energiegebruik van de aangesloten installaties continu meten, registreren en inzichtelijk maken, bijvoorbeeld per installatie, per zone of voor het gebouw als geheel?
- Detectie en signalering van afwijkingen: signaleert het systeem rendementsverliezen, storingen, handmatige overbrugging en afwijkend functioneren van installaties? En wordt deze informatie tijdig toegankelijk gemaakt voor de beheerder?
- Analyse en trendweergave: kan het systeem de gemeten gegevens analyseren en trends of vergelijkingen laten zien, bijvoorbeeld ten opzichte van eerdere perioden en op basis van het gebruik van het pand?
- Communicatie en samenhang met andere systemen: kan het systeem communiceren met verschillende technische bouwsystemen en is het niet afhankelijk van één specifiek merk of leverancier?
- Bijsturing en optimalisatie: kunnen de gebruiker, de beheerder en het systeem op basis van de gemeten gegevens instellingen per ruimte aanpassen of optimalisatievoorstellen doen voor de aangesloten installaties?
Er kunnen specifieke onderdelen zijn waar u als toezichthouder gericht naar zou willen kijken, bijvoorbeeld wat betreft de instellingen. Enkele voorbeelden zijn:
- luchtcirculatie die tijdens de Covid-19-pandemie is uitgezet en niet meer is opgestart
- of de kloktijden overeenkomen met de tijden die bij een verblijfsobject of pand in gebruik zijn
Beoordeling door de toezichthouder
Op basis van de antwoorden en de demonstratie beoordeelt de toezichthouder of het systeem voldoet aan de GACS-verplichting volgens de eisen in het Bbl en de Omgevingsregeling.
Wanneer 1 of meerdere eisen niet worden nageleefd, is er geen sprake van een GACS dat voldoet aan de wettelijke verplichting. In dat geval is er sprake van een tekortkoming die de gebouweigenaar of beheerder moet verhelpen.
Omgaan met gedeeltelijke naleving
Het kan voorkomen dat op hoofdlijnen aan de eisen wordt voldaan, maar dat 1 of meerdere onderdelen onvoldoende inzicht geven of slechts beperkt functioneren. Dan beoordeelt de toezichthouder gericht op welk wettelijk onderdeel de tekortkoming betrekking heeft en welke achterliggende functies daarbij van belang zijn.
Een onduidelijk of onvoldoende antwoord hoeft niet automatisch te betekenen dat de volledige controle over moet. De toezichthouder kan ervoor kiezen om:
- verdiepend door te vragen op specifieke onderdelen
- aanvullende demonstraties te vragen
- gebruik te maken van ondersteunende hulpmiddelen
Wanneer na deze verdieping nog steeds geen duidelijk beeld ontstaat, kan worden teruggevallen op de checklist technische eisen GACS van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
Na afloop van de controle wordt verdergegaan met de afronding van het toezicht op de GACS-verplichting.