Afscheiding van vloer, trap, hellingbaan: regels bij nieuwbouw
Om te voorkomen dat mensen van de rand van een vloer (verdieping), trap of hellingbaan vallen, stelt het Besluit bouwwerken leefomgeving Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent als uitklapper) (Bbl) regels voor afscheidingen van vloeren, trappen en hellingbanen. Denk aan balustrades, hekken of borstweringen.
Op deze pagina
- Afscheiding vloer
- Afscheiding trap
- Afscheiding hellingbaan
- Openingen in afscheidingen
- Voorkomen van overklauteren
Afscheiding vloer
Een vloerafscheiding is verplicht bij een hoogteverschil van meer dan 1 meter tussen de rand van een voor personen bestemde vloer en een aangrenzend(e) vloer, terrein of water. Een vloerafscheiding mag (bij regulier gebruik, zonder hulpmiddelen zoals schroevendraaier of steeksleutel) niet beweegbaar zijn. Bedenk dat de Bbl-regels zich richten op het voorkomen van het vallen van personen en niet van voertuigen.
Een vloerafscheiding is (dus) niet verplicht in een van de volgende gevallen:
- het hoogteverschil is maximaal 1 meter tussen de rand van een voor personen bestemde vloer en een aangrenzend(e) vloer, terrein of water (artikel 4.20, lid 1 Bbl)
- er is geen sprake van een voor personen bestemde vloer (artikel 4.20, lid 1 Bbl)
- op de plek waar een trap of een hellingbaan aansluit op de vloer (artikel 4.20, lid 4 Bbl)
- bij de rand van een podium, vloer die aan een bassin grenst, laadvloer of perron (artikel 4.20, lid 5 Bbl)
Voor personen bestemde vloer
Een 'voor personen bestemde vloer (of ruimte)' is gedefinieerd als 'vloer (of ruimte) waarvan het kenmerkende gebruik verbonden is met de aanwezigheid van personen' (bijlage I Bbl). Oftewel, bij regulier gebruik van de vloer zijn er mensen op aanwezig. Zoals een vloer van een:
- zolder die als slaapkamer dient
- technische ruimte waar personeel aanwezig is voor bediening van een installatie
Een vloer waar incidenteel iemand komt, is niet een voor personen bestemde vloer. Zoals een vloer van een:
- kruipruimte
- bergzolder
- vliering
- technische ruimte waar incidenteel een onderhoudsmonteur of inspecteur komt
- brug of viaduct waar incidenteel een inspecteur komt of die toegang biedt tot scheepvaartverkeersseinen en afsluitboomkasten
Hoogte vloerafscheidingen
De algemene regel is dat, als een vloerafscheiding vereist is, deze minimaal 1 m hoog moet zijn. Maar in bepaalde situaties geldt een andere minimale hoogte (artikel 4.21 Bbl).
Minimale hoogte van 1,3 m
- Voor afscheidingen die zich bevinden op een bouwwerk geen gebouw zijnde (zoals een brug of viaduct). De minimale hoogte van 1,3 m geldt alleen als de vloerafscheiding direct naast een pad of strook voor fietsers of bromfietsers ligt.
Minimale hoogte van 1,2 m
- Als het hoogteverschil tussen een vloer en een aangrenzend(e) vloer, terrein of water groter is dan 13 m.
Minimale hoogte van 0,85 m
- Voor borstweringen (vaste afscheidingen bij een wel of niet-beweegbaar raam). Zo'n vaste borstwering is trouwens niet nodig bij een raam op de begane grond, als het hoogteverschil met een aansluitend terrein of water kleiner is dan 1 m.
Minimale hoogte van 0,7 m
- Voor afscheidingen, als de hoogte en de breedte van de afscheiding bij elkaar opgeteld minimaal 1,1 m zijn. Dit betekent dat de afscheiding, bij een hoogte van 0,7 m, een breedte van minimaal 0,4 m moet hebben. De minimale som van 1,1 m voor breedte en hoogte, biedt voldoende zekerheid dat iemand die tegen de afscheiding valt, er niet overheen slaat.
Afscheiding trap
Is het hoogteverschil tussen de zijkant van een trap en een aangrenzend(e) vloer, terrein of water meer dan 1 meter? Dan moet zo’n zijkant een trapafscheiding hebben van minimaal 0,85 m hoogte (artikel 4.20, lid 2 en artikel 4.21, lid 5 Bbl). De hoogte van de afscheiding geldt vanaf de voorkant van de tredevlakken.
Trappen die lager zijn dan 1 meter hoeven dus geen afscheiding te hebben. Trappen die hoger zijn dan 1 meter hoeven geen afscheiding te hebben op de onderste meter van de trap.
Afscheiding hellingbaan
Is het hoogteverschil tussen een zijkant van een hellingbaan en een aangrenzend(e) vloer, terrein of water meer dan 1 meter? Dan moet zo’n zijkant een afscheiding hebben van minimaal 0,85 m hoogte (artikel 4.20, lid 3 en artikel 4.21, lid 5 Bbl). De hoogte van de afscheiding geldt vanaf de vloer van de hellingbaan.
Openingen in afscheidingen
De toelaatbare opening in een afscheiding is te bepalen met tabel 4.19 van het Bbl. In die tabel staat de doorsnede van een bol (per gebruiksfunctie). Past die bol door de opening, dan is de opening te groot (artikel 4.22, lid 1 Bbl).
Aanvullend geldt dat de eerste 0,7 m van een afscheiding boven de vloer of een tredevlak géén opening breder dan 0,1 m mag hebben (artikel 4.22, lid 2 Bbl). Dat geldt voor alle gebruiksfuncties Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent als uitklapper) met uitzondering van een:
- industriefunctie
- bouwwerk geen gebouw zijnde
- gedeelte van een gebouw dat niet bestemd is voor kinderen jonger dan 12 jaar. Deze uitzondering geldt niet voor een woonfunctie, bijeenkomstfunctie voor kinderopvang en een onderwijsfunctie voor basisonderwijs. Want daar zijn wel altijd kinderen jonger dan 12 jaar te verwachten.
Verder geldt (voor alle gebruiksfuncties) dat een afscheiding op maximaal 0,05 m afstand (horizontaal) mag van de rand van de vloer, trap of hellingbaan. Dit is om te voorkomen dat mensen door zo’n opening vallen of erin bekneld raken.
Ten slotte geldt (voor alle gebruiksfuncties) dat onderbrekingen in de bovenregel van een afscheiding maximaal 0,1 m breed mogen zijn.
Voorkomen van overklauteren
Het is belangrijk om te voorkomen dat kleine kinderen over een afscheiding kunnen klimmen (overklauteren). Daarom mag een afscheiding op een hoogte tussen de 0,2 m en 0,7 m boven een vloer, tredevlak of hellingbaan, géén opstapmogelijkheden hebben (artikel 4.23 Bbl). Er mag dus in de afscheiding bijvoorbeeld geen horizontaal vlak zijn waarop een kindervoetje past.
Dit geldt voor alle gebruiksfuncties met uitzondering van een:
- industriefunctie
- bouwwerk geen gebouw zijnde
- gedeelte van een gebouw dat niet bestemd is voor kinderen jonger dan 12 jaar. Deze uitzondering geldt niet voor een woonfunctie, bijeenkomstfunctie voor kinderopvang en een onderwijsfunctie voor basisonderwijs. Want daar zijn wel altijd kinderen jonger dan 12 jaar te verwachten.
Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is één van de 4 algemene maatregelen van bestuur (AMvB's) onder de Omgevingswet. Het Bbl bevat regels over bouwwerken.
Gebruiksfunctie
Gedeelte van 1 of meer bouwwerken die dezelfde gebruiksbestemming hebben en die samen een gebruikseenheid vormen. Deze begripsbepaling staat in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
Lees meer op Gebruiksfuncties van bouwwerken.