Hellingbaan: regels bij nieuwbouw
Een hellingbaan is een helling voor personen om hoogteverschillen mee te kunnen overbruggen. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent als uitklapper) kan een hellingbaan verplichten. Dan gelden er regels over afmetingen, geleideranden en afscheidingen van zo'n hellingbaan. Meestal moet er een (vlakke) vloer zijn aan de bovenkant van de hellingbaan.
Hoogteverschillen overbruggen voor personen
Een hellingbaan in het Bbl is bedoeld voor personen om hoogteverschillen mee te kunnen overbruggen. Is een helling bedoeld voor het overbruggen van een hoogteverschil met een fiets of auto? Dan is dat geen hellingbaan zoals bedoeld in het Bbl. Denk aan een op- of afrit van een garage.
Wanneer verplicht
Hieronder is aangegeven wanneer een hellingbaan verplicht is. Voor verplichte hellingbanen gelden de regels op deze pagina.
Meer dan 21 cm hoogteverschil tussen vloeren
Een vaste hellingbaan (of vaste trap) is verplicht bij een hoogteverschil van meer dan 21 cm tussen de volgende vloeren:
- vloeren waarover een vluchtroute loopt
- vloeren van verblijfsgebieden, verblijfsruimten, toiletruimten en badruimten
- vloeren voor bezoekers
- vloeren van een verkeersroute die de genoemde vloeren met elkaar verbindt.
Is op een route vanaf het aansluitende terrein naar zo'n vloer een hoogteverschil van meer dan 21 cm? Dan is ook een vaste hellingbaan (of vaste trap) verplicht.
De verplichtingen gelden voor alle gebruiksfuncties (artikel 4.25 in combinatie met tabel 4.24 Bbl). Alleen bij een wegtunnel geldt een grens van 30 cm (in plaats van 21 cm) voor een vloer waarover een vluchtroute loopt.
Een vaste hellingbaan is een hellingbaan die permanent bevestigd is. Een aangelegd pad (met een helling) is een voorbeeld van een vaste hellingbaan.
Meer dan 2 cm hoogteverschil bij drempels of op route naar hoofdtoegang of buitenberging
Een hellingbaan kan verplicht zijn als een drempel meer dan 2 cm hoog is. Of als er een hoogteverschil is van meer dan 2 cm op de route van de openbare weg naar een hoofdtoegang van het bouwwerk of een buitenberging. De pagina Toegankelijkheid bouwwerken voor mensen met een handicap geeft aan om welke gevallen het gaat.
Niet verplicht in andere gevallen
In andere gevallen dan hiervoor aangegeven is een hellingbaan niet verplicht. Bijvoorbeeld bij een vloer die niet voor personen bestemd is. Denk aan een vloer van een kruipruimte, bergzolder of vliering.
Als iemand toch een onverplichte hellingbaan maakt dan hoeft die niet te voldoen aan de regels op deze pagina. Neemt niet weg dat het toch nodig kan zijn om zo'n hellingbaan op een bepaalde manier te bouwen vanwege de veiligheid. Dat valt onder de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer.
Afmetingen en vloer aan de bovenkant
Breedte minstens 1,1 m
Een hellingbaan moet minstens 1,1 m breed zijn (artikel 4.30 Bbl). Soms kunnen andere Bbl-regels ertoe leiden dat een hogere minimale breedte geldt.
Vloer aan de bovenkant (hellingbaanbordes)
Een hellingbaan moet aan de bovenkant uitkomen op een vloer (een zogeheten hellingbaanbordes). Die vloer moet minstens 1,4 m bij 1,4 m zijn (artikel 4.31 Bbl). Als over het hellingbaanbordes een vluchtroute loopt, kan een hogere minimale breedte gelden. Bedenk verder dat een vloerafscheiding verplicht kan zijn voor een hellingbaanbordes.
Een hellingbaanbordes is niet verplicht als het hoogteverschil van de hellingbaan kleiner is dan 3 cm.
Hoogte maximaal 1 m
Een hellingbaan mag maximaal 1 m hoog zijn (artikel 4.30 Bbl). Dat betekent dat een hellingbaan maximaal een hoogteverschil van 1 meter mag overbruggen. Is het hoogteverschil meer dan 1 meter? Dan zijn 2 hellingbanen nodig met een tussenvloer (hellingbaanbordes). Voor de 2 hellingbanen en het hellingbaanbordes gelden de regels die hiervoor en hierna zijn genoemd. Een tussenvloer is overigens ook een optie om een hellingbaan van richting te laten veranderen.
Helling
De hellingbaan mag niet te steil zijn (artikel 4.30 Bbl). Hoe steil de helling mag zijn, is afhankelijk van het hoogteverschil van de hellingbaan. Bij een klein hoogteverschil mag de helling steiler zijn dan bij een groot hoogteverschil. De tabel hierna geeft de verplichte afmetingen van de helling.
| Hoogteverschil hellingbaan | Verhouding hoogte : lengte (steilte helling) | Voorbeeld |
|---|---|---|
| ≤ 5 cm | 1 : 6 | Bij een hoogteverschil van 3 cm, moet de lengte minstens 18 cm zijn |
| > 5 cm en ≤ 10 cm | 1 : 10 | Bij een hoogteverschil van 9 cm, moet de lengte minstens 90 cm zijn |
| > 10 cm en ≤ 25 cm | 1 : 12 | Bij een hoogteverschil van 15 cm, moet de lengte minstens 180 cm zijn |
| > 25 cm en ≤ 50 cm | 1 : 16 | Bij een hoogteverschil van 40 cm, moet de lengte minstens 640 cm zijn |
| > 50 cm en ≤ 100 cm | 1 : 20 | Bij een hoogteverschil van 60 cm, moet de lengte minstens 1200 cm zijn |
De afmetingen bij een hoogteverschil tot en met 10 cm zijn overgenomen uit de NEN 9120: 2025 nl. Dat is de Nederlandse uitwerking van NEN-EN 17210 'Prestatie-eisen voor toegankelijkheid en bruikbaarheid van gebouwen'.
Afwijkende minimale breedte
Bedenk dat regels van het Bbl ertoe kunnen leiden dat de minimale breedte meer moet zijn dan 1,1 m (hellingbaan) of 1,4 m (hellingbaanbordes). Bijvoorbeeld als er een vluchtroute over de vloer van een hellingbaan(bordes) loopt. Dat heeft te maken met artikel 4.80 van het Bbl. Dat regelt de minimale doorstroomcapaciteit Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent als uitklapper) van een vloer (in een ruimte) als daarover een vluchtroute loopt. Zo'n vloer kan een hellingbaanvloer of hellingbaanbordes zijn en ertoe leiden dat de breedte meer moet zijn dan 1,1 m of 1,4 m.
Ook vluchtroutes bij wegtunnels en voor bedgebonden patiënten kunnen leiden tot een hogere minimale breedte (artikel 4.78, lid 2 en 4 van het Bbl).
Minimale vrije hoogte
Het Bbl regelt niet specifiek wat de minimale vrije hoogte moet zijn van een hellingbaan(bordes). Maar bedenk dat bijvoorbeeld regels over vluchtroutes dat wel doen (artikel 4.78 Bbl). Dus als een vluchtroute over de vloer van een hellingbaan(bordes) loopt dan geldt de minimale vrije hoogte van artikel 4.78 van het Bbl.
Afscheiding
Is het hoogteverschil tussen een hellingbaan en een aangrenzend(e) vloer, terrein of water meer dan 1 meter? Dan moeten de zijkanten van de hellingbaan een afscheiding hebben met een minimale hoogte van 0,85 m (artikel 4.20, lid 3 en artikel 4.21, lid 5 Bbl). Deze hoogte geldt vanaf de vloer van de hellingbaan. De afscheiding mag geen openingen hebben die te groot zijn of een mogelijkheid tot overklauteren hebben.
Geleiderand
Aan de zijkanten van de hellingbaan is een geleiderand vereist. Dat is om te voorkomen dat een wiel van bijvoorbeeld een rolstoel of rollator naast de hellingbaan terechtkomt. Een geleiderand moet over de gehele lengte van de hellingbaan lopen met een minimale hoogte van 4 cm (artikel 4.32 Bbl).
Een geleiderand kan onderdeel zijn van de afscheiding van een hellingbaan. Zo volstaat een afscheiding met een doorlopende bovenregel als geleiderand.
Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is één van de 4 algemene maatregelen van bestuur (AMvB's) onder de Omgevingswet. Het Bbl bevat regels over bouwwerken.
Opvang- en doorstroomcapaciteit
Met een berekening van opvang- en doorstroomcapaciteit wordt vastgesteld of een gebouw de juiste vluchtroutes heeft zodat mensen veilig kunnen vluchten bij brand en andere calamiteiten.
De opvangcapaciteit geeft het aantal personen weer dat kan worden opgevangen in een ruimte of op een trap of hellingbaan, inclusief eventueel aanwezige (tussen)bordessen, waardoor of waarover een vluchtroute voert die buiten het subbrandcompartiment ligt.
De doorstroomcapaciteit geeft het aantal personen weer dat per tijdseenheid een doorsnede van een vluchtroute kan passeren die buiten een subbrandcompartiment ligt.
Bij de berekening (op basis van NEN 6089 - Bepaling van de opvang- en de doorstroomcapaciteit van een bouwwerk) wordt rekening gehouden met de bouwkundige inrichting.
Zie ook het infoblad Vluchten bij brand (nieuwbouw).