Milieuprestatie: regels bij nieuwbouw vanaf 1 juli 2026
Het Besluit bouwwerken leefomgeving Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent als uitklapper) (Bbl) stelt eisen aan de milieuprestatie van een bouwwerk. Het bepalen van de milieuprestatie moet volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken.
Let op: deze pagina legt de regels uit die gelden vanaf 1 juli 2026. De pagina Milieuprestatie: regels bij nieuwbouw tot 1 juli 2026 legt de regels uit die gelden vóór 1 juli 2026.
Milieuprestatie gebouw (MPG)
De milieuprestatie van een gebouw (MPG) geeft aan wat de milieubelasting van de gebruikte materialen zijn. De MPG is in euro (milieukosten) per m2 bruto vloeroppervlakte van het gebouw per jaar. Des te lager de MPG is, des te lager is de milieubelasting.
In de tabel hierna staat per gebruiksfunctie wat de MPG maximaal mag zijn (artikel 4.159, lid 1 en tabel 4.158 Bbl).
| Gebruiksfunctie | MPG (euro / m2 bruto vloeroppervlakte gebouw /jaar) |
|---|---|
| Kantoorfunctie | 1,55 |
| Woonfunctie (geen woonwagen) | 1,6 |
|
Bijeenkomstfunctie Celfunctie Gezondheidszorgfunctie Industriefunctie Logiesfunctie Onderwijsfunctie Sportfunctie Winkelfunctie |
1,85 |
| Overige gebruiksfunctie | 1,8 |
|
Woonwagen Bouwwerk geen gebouw zijnde |
Geen |
Geen of andere milieuprestatie
Soms geldt geen milieuprestatie of een andere milieuprestatie dan de tabel hiervoor aangeeft. Dat is hierna toegelicht.
Woonfunctie of kantoorfunctie mag soms soepelere milieuprestatie hebben
Soms geldt niet de milieuprestatie in de tabel maar een soepelere milieuprestatie (artikel 4.159, lid 3 Bbl). Dat is het geval bij een:
- kantoorfunctie waarvan de oppervlakte van de uitwendige scheidingsconstructies groot is ten opzichte van de gebruiksoppervlakte. Wat is groot? Daar is een formule voor:
(totale oppervlakte van alle uitwendige scheidingsconstructies van het gebouw) / (gebruiksoppervlakte van het gebouw)
Is de uitkomst van de som groter dan 2,5? Dan is het ‘groot’ en geldt een soepelere milieuprestatie voor de kantoorfunctie.
- woonfunctie in een woongebouw en die woonfunctie een gebruiksoppervlakte heeft van minder dan 60 m2. Zoals kleine appartementen.
- woonfunctie buiten een woongebouw en die woonfunctie een gebruiksoppervlakte heeft van minder dan 80 m2. Zoals een bungalow.
Artikel 4.159, lid 3 van het Bbl regelt dit. Als een soepelere milieuprestatie geldt dan geeft de Omgevingsregeling aan hoe het berekenen van de soepelere milieuprestatie moet plaatsvinden (artikel 5.32b Omgevingsregeling). Het infoblad Soepelere milieuprestatie geeft meer uitleg over het berekenen van de soepelere milieuprestatie (dat infoblad staat binnenkort op onze website).
Achtergrond: soepelere milieuprestatie
De waarden voor de milieuprestatie zijn gebaseerd op een gemiddeld gebouw. Dat is een gebouw met een gemiddelde omvang van de vloeroppervlakte. Bij een gebouw met een kleine vloeroppervlakte neemt de milieubelasting onevenredig snel toe. Dat komt doordat de waarde van milieubelasting is uitgedrukt per m2 bruto vloeroppervlakte. De hoeveelheid materiaalgebruik neemt minder snel af dan de m2 bruto vloeroppervlakte. De milieubelasting per m2 stijgt dan, terwijl de totale milieubelasting van het gebouw wel daalt. Dit speelt met name bij woningen (woonfuncties) met een kleine vloeroppervlakte. Het speelt ook bij kantoren (kantoorfuncties) die in verhouding veel buitenschil hebben (vloer, gevels, dak) ten opzichte van de gebruiksoppervlakte. Voor die gevallen gelden daarom soepelere milieuprestaties. Voor de andere gebruiksfuncties zijn de verplichte milieuprestaties al dermate soepel en liggen regels over nog soepelere waarden niet voor de hand.
Nevengebruiksfunctie
Gaat het om een nevengebruiksfunctie Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent als uitklapper)? Dan mag die dezelfde milieuprestatie hebben als de gebruiksfunctie waarvan de nevengebruiksfunctie ten dienste staat (artikel 4.159, lid 2 Bbl). Bijvoorbeeld een kantine (bijeenkomstfunctie) die een nevengebruiksfunctie is van een kantoor (kantoorfunctie). Dan is het toegestaan om voor de kantine gewoon de maximale milieuprestatie van 1,85 aan te houden in plaats van de strengere milieuprestatie van maximaal 1,55 voor de kantoorfunctie.
Geen milieuprestatie bij industriefunctie of overige gebruiksfunctie in klein gebouw
De verplichte milieuprestatie voor een industriefunctie of overige gebruiksfunctie geldt niet als de gebruiksoppervlakte van het gebouw kleiner is dan 50 m2 (artikel 4.159, lid 5 Bbl). Denk aan schuurtjes, fietsenstallingen en gebouwen met een nutsfunctie zoals distributiegebouwen voor de energievoorziening.
Deze uitzondering geldt niet voor eventuele andere gebruiksfuncties in het gebouw.
Meerdere gebruiksfuncties in een gebouw
Zijn er meerdere gebruiksfunctie in een gebouw? Zoals meerdere woonfuncties in een woongebouw? Of een industriefunctie en een kantoorfunctie samen in 1 gebouw? Dan is er een formule voor het berekenen van de verplichte milieuprestatie. Die staat in artikel 4.159, lid 4 van het Bbl.
Het infoblad Combinatiegebouwen geeft meer uitleg over het berekenen van de milieuprestatie bij meerdere gebruiksfuncties in een gebouw (dat infoblad staat binnenkort op onze website).
Achtergrond: meerdere gebruiksfunctie in een gebouw
Bij meerdere gebruiksfuncties in een gebouw zou het lastig zijn om per gebruiksfunctie de daarbij horende verplichte milieuprestatie te realiseren. Stel dat er meerdere verdiepingen zijn met verschillende gebruiksfuncties. Dan zouden per verdieping andere materiaalkeuzes aan de orde kunnen zijn om de verschillende verplichte milieuprestaties mee te realiseren. Daarom is ervoor gekozen om dan de milieuprestaties voor de verschillende gebruiksfuncties met een formule te combineren tot een ‘gewogen milieuprestatie-eis’. Des te groter de gebruiksoppervlakte van een gebruiksfunctie is, des te zwaarder dat meeweegt in de te behalen gewogen milieuprestatie-eis. De formule houdt ook rekening met soepelere milieuprestaties die bij een woonfunctie of kantoorfunctie aan de orde kunnen zijn (zie hiervoor).
Berekening van de milieuprestatie
Het berekenen van de milieuprestatie moet plaatsvinden volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken (artikel 4.159, lid 1 Bbl en artikel 5.32a Omgevingsregeling). Die bepalingsmethode heeft de Europese standaard EN 15804:2012+A2:2019 als basis. Ook de Rekenregels en richtlijnen bepaling Milieuprestatie Bouwwerken (zie links verderop) zijn daarop gebaseerd.
Deze bepalingsmethode maakt de materiaalgebonden milieuprestatie van het bouwwerk over de hele levenscyclus zichtbaar. De methode houdt ook rekening met vervanging van materialen tijdens de levensduur van het gebouw.
Het bepalen van de milieuprestatie vindt plaats aan de hand van 19 zogenaamde milieucategorieën (bijlage XVIa Omgevingsregeling). Dat zijn milieueffecten die optreden bij de productie van bouwmaterialen. Voorbeelden zijn klimaatverandering, waterschaarste, fijnstofvorming en landgebruik. Door weging naar zwaarte van de verschillende milieucategorieën is een score vast te stellen: de milieuprestatie. De totale score van alle toegepaste bouwmaterialen bij elkaar is vervolgens te delen door de levensduur en door het bruto vloeroppervlak (bvo) van een gebouw. De uitkomst is de MPG (Milieu Prestatie Gebouwen) uitgedrukt in euro/m2 bvo/jaar.
Zogenaamde milieuverklaringen vormen een onderdeel van de bepaling. Een milieuverklaring bevat de milieudata van een bouwproduct op basis van een levenscyclusanalyse.
Er is een aantal goedgekeurde rekeninstrumenten beschikbaar (zie link verderop) voor het berekenen van de MPG.
Wat telt mee in de berekening
Voor een eenduidige MPG-berekening is het nodig dat helder is welke onderdelen in een gebouw (en soms ook buiten een gebouw) meetellen bij het bepalen van de milieubelasting. De Omgevingsregeling geeft aan wat meetelt (artikel 5.32a, lid 2). Dat is hierna toegelicht. Het infoblad Gebouwonderdelen mpg-berekening (pdf, 390 kB) licht dit ook toe.
Constructieonderdelen
Constructieonderdelen tellen mee in de berekening. Dat zijn onderdelen van het bouwwerk om te voldoen aan de technische eisen van het Bbl (zie definitie in bijlage I van het Bbl). Zoals de eisen in hoofdstuk 4. Bij constructieonderdelen gaat het niet alleen om bouwkundige onderdelen. Ook installatietechnische onderdelen vallen eronder. Zoals kabels, leidingen, brandveiligheidsinstallaties, hang- en sluitwerk.
Voorbeelden van constructieonderdelen die meetellen in de berekening zijn:
- onderdelen van het gebouw die niet weg te laten zijn zonder dat er strijdigheid met de Bbl-regels ontstaat. Bijvoorbeeld de bouwconstructie of verplichte brandveiligheidsvoorzieningen, vloerafscheidingen, spuivoorzieningen, trappen, trapleuningen, liftschachten en liftkooien. Het kan bovendien om onderdelen gaan die een gelijkwaardige maatregel zijn.
- onderdelen van het gebouw die in een verplichte berekening zijn meegenomen. Bijvoorbeeld zonnepanelen of zonwering die in een berekening van de energieprestatie zijn meegenomen. Of absorptiemateriaal dat in een berekening van nagalmtijd is meegenomen.
- onderdelen van het gebouw die bijdragen aan het realiseren van een voorgeschreven prestatie. Bijvoorbeeld een brandwerende scheidingsconstructie voor het realiseren van een eis voor brandwerendheid.
Infrastructuur voor opwekking en transport van elektriciteit, aardgas of warmte buiten het gebouw
Deze infrastructuur telt mee in de berekening. Het gaat dan om werken, kabels of leidingen (ook lege buizen), ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken, die bestemd zijn voor de opwekking of het transport van elektriciteit, aardgas of warmte.
Zo is er bij externe warmtelevering in het gebouw zelf geen installatie meer nodig voor de opwekking (zoals een warmtepomp). Het ontbreken van de warmtepomp leidt tot een lagere milieubelasting. Tegelijk is er wel een milieubelasting door de aanleg van de benodigde infrastructuur buiten het gebouw. Zoals een centrale opwekinstallatie of een installatie voor de winning van restwarmte en de distributie van die warmte. In zulke gevallen telt de milieubelasting van die infrastructuur mee in de berekening.
Het berekenen van de milieubelasting van de infrastructuur vindt plaats aan de hand van de afname van de hoeveelheid gebruikte energie:
- in kWh gebouwgebonden elektriciteit die het gebouw niet zelf opwekt
- in m3 aardgas en
- in MJ warmte.
Meer informatie staat in de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken (het gaat om energiedragers van categorie 3a).
Wat telt niet mee in de berekening
Andere onderdelen tellen niet mee in de berekening. Dat is hierna toegelicht.
Inrichting en aankleding
Inrichting en aankleding tellen niet mee. Voorbeelden van de inrichting zijn keukenblok, meubels, installaties die geen gebouwinstallaties zijn (zoals een mobiele airco) en toiletpotten. Voorbeelden van de aankleding zijn behang, gordijnen, tapijt, plavuizen en systeemplafonds
Bouw- of installatietechnische onderdelen die niet per se nodig zijn
Soms zijn bouw- of installatietechnische onderdelen niet per se nodig zijn om te voldoen aan de Bbl-regels. Ze zijn in feite extra ten opzichte van wat het Bbl verplicht. Deze onderdelen tellen niet mee in de berekening. Maar let op. Deze onderdelen tellen alleen niet mee als ze afzonderlijk zijn. Ze tellen wel mee als ze onlosmakelijk onderdeel uitmaken van een constructieonderdeel dat mee moet tellen. Voorbeelden:
- een draagmuur die steviger is dan volgens de Bbl-regels voor constructieve veiligheid minimaal nodig is. De extra versteviging en de minimaal verplichte stevigheid zijn niet als afzonderlijke onderdelen te beschouwen. De complete draagmuur telt dus mee in de berekening.
- het installeren van meer zonnepanelen dan nodig is om aan de energieprestatie-eis van het Bbl te voldoen. De extra zonnepanelen zijn te beschouwen als afzonderlijke onderdelen. Die tellen niet mee in de berekening. Alleen de zonnepanelen tellen mee die nodig zijn om aan de energieprestatie-eis te voldoen.
- het plaatsen van een ventilator met meer ventilatiecapaciteit dan volgens het Bbl nodig is. De extra capaciteit en de minimaal verplichte capaciteit zijn niet als afzonderlijke onderdelen te beschouwen. De complete ventilator telt dus mee in de berekening.
- het dikker isoleren van een gevel dan nodig is om te voldoen aan de minimale Rc-waarde (warmteweerstand). Bijvoorbeeld voor een extra verlaging van de energiekosten. De extra dikte en de minimaal verplichte dikte zijn niet als afzonderlijke onderdelen te beschouwen. De complete gevel telt dus mee in de berekening. Dus inclusief het volledig isolatiepakket en ook de buitenafwerking (uitwendige scheidingsconstructie). Dit geldt ook als de buitenafwerking alleen van esthetische waarde is.
- een wandopbouw die dikker is dan nodig om aan brand- of geluideisen van het Bbl te voldoen. Ook dan telt de volledige wanddikte mee in de berekening.
Nationale Milieudatabase
Op de website van de Nationale Milieudatabase is het volgende te vinden:
- Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken
- Milieuverklaringen
- Goedgekeurde rekeninstrumenten
- Rekenregels en richtlijnen bepaling Milieuprestatie Bouwwerken, deel 1
- Rekenregels en richtlijnen bepaling Milieuprestatie Bouwwerken, deel 2
- Meer documentatie over de milieuprestatie
Maatwerk
Maatwerkregels in het omgevingsplan over milieuprestatie zijn geen optie. Dat volgt uit artikel 4.7 van het Bbl. Het Bbl geeft een maatwerkvoorschrift wel als optie (artikel 4.5 Bbl). Maar daarvoor gelden wel voorwaarden (zie Maatwerkvoorschriften voor nieuwbouw).
Energieprestatie
De milieuprestatie is iets anders dan de energieprestatie. Wel hebben ze een relatie met elkaar. Een hogere eis voor de energieprestatie leidt vaak tot een lagere score op de milieuprestatie. Dat komt doordat er voor een verbetering van de energieprestatie vaak extra materiaal nodig is.
Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is één van de 4 algemene maatregelen van bestuur (AMvB's) onder de Omgevingswet. Het Bbl bevat regels over bouwwerken.
Nevengebruiksfunctie
De definitie van nevengebruiksfunctie volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is: een gebruiksfunctie die ten dienste staat van een andere gebruiksfunctie. Een voorbeeld van een nevengebruiksfunctie bij een schoolgebouw (onderwijsfunctie) is een gymnastieklokaal (sportfunctie) of een kantine (bijeenkomstfunctie).
Ga voor meer informatie naar de pagina Nevengebruiksfuncties.