Graven of doorgraven van bij eerdere sanering aangebrachte leeflaag
Bij eerdere bodemsaneringen is soms een leeflaag aangebracht. Het komt voor dat een initiatiefnemer voor aanleg of onderhoud in die leeflaag en de daaronder gelegen verontreinigde bodem moet graven. Die moet de leeflaag na het graven herstellen. Lees hieronder of een erkenning nodig is voor het graven en of milieukundige begeleiding nodig is. En welke regels er dan gelden.
Leeflaag
Een leeflaag is een laag schone grond die bij een bodemsanering is aangebracht op verontreinigde bodem, Dit is om te voorkomen dat er in het dagelijkse gebruik contactmogelijkheden zijn met de verontreinigde bodem. Een leeflaag heeft meestal een dikte van 1,0 m maar soms een afwijkende dikte. Voor een leeflaag gelden gebruiksbeperkingen, bijvoorbeeld niet dieper graven dan de onderzijde van de leeflaag. En er geldt nazorg. Zo moet de eigenaar of gebruiker de leeflaag onderhouden, in stand houden of vervangen.
Nazorg: in stand houden leeflaag
Soms moet een initiatiefnemer in of door een leeflaag graven, bijvoorbeeld voor de aanleg of onderhoud van kabels en leidingen of om iets anders in de bodem te realiseren. Diegene moet rekening houden met de nazorg en de leeflaag na afloop van het graven herstellen. Die verplichting volgt uit de regels voor nazorg uit het omgevingsplan. Of, als de sanering onder de Wet bodembescherming (Wbb) is uitgevoerd, volgt die uit het overgangsrecht voor saneringen.
Erkenningsplicht
Gaat een initiatiefnemer graven in de leeflaag of deze doorgraven zodat diegene ook in de onderliggende bodem gaat graven? Dan kan het zijn dat er een erkenningsplicht geldt voor de BRL SIKB 7000 en milieukundige begeleiding volgens de BRL SIKB 6000 nodig is. Meer algemene informatie over die erkenningsplicht staat op de pagina Kwaliteitsborging bodemsanering.
Of de erkenningsplicht geldt bij het (door)graven van een leeflaag is afhankelijk van de specifieke situatie (graven in alleen de leeflaag of ook doorgraven van de leeflaag) en de juridische situatie (wel of geen overgangsrecht voor de Wbb). In algemene zin kan het volgende aangehouden worden:
- Graven uitsluitend in de leeflaag (dus niet dieper dan de onderzijde van de leeflaag):
- De aannemer hoeft geen erkenning te hebben voor de BRL SIKB 7000.
- Er is geen milieukundige begeleiding nodig volgens de BRL SIKB 6000.
- Doorgraven van de leeflaag (dus ook graven in de onderliggende verontreinigde bodem):
- De aannemer moet wel erkend zijn voor de BRL SIKB 7000. Dit geldt dan voor het gehele werk, en dus ook voor het graven in de leeflaag.
- Er is wel milieukundige begeleiding nodig volgens de BRL SIKB 6000, onderdeel processturing.
In beide gevallen moet de aannemer zich uiteraard houden aan de gebruiksbeperkingen vanuit de nazorg. En hij moet de leeflaag na het graven herstellen.
Regels die van toepassing zijn
Hierbij is grofweg onderscheid tussen 3 situaties, afhankelijk van het wettelijke regime waaronder de eerdere sanering is uitgevoerd.
1. De eerdere sanering is uitgevoerd onder de Omgevingswet
De regels voor nazorg na een bodemsanering die onder de Omgevingswet (dus onder de regels van saneren van de bodem uit paragraaf 3.2.23 van het Bal is uitgevoerd) staan in het omgevingsplan of zijn opgenomen in een maatwerkvoorschrift.
- Bij het graven in uitsluitend de leeflaag gelden de regels voor graven in bodem uit het (Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), waarbij alleen de regels gelden voor graven in de bodem kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarden. Er is daarbij geen meldplicht. Wel geldt er een informatieplicht, tenzij er sprake is van tijdelijk uitnemen en weer terugplaatsen.
- Bij het doorgraven van de leeflaag gelden de regels voor graven in bodem uit het Bal, waarbij ook de regels voor graven in de bodem in een kwaliteit boven de interventiewaarden gelden. Er geldt dan ook een meldingsplicht en informatieplicht voorafgaand aan de activiteit.
Is de omvang van de graafactiviteit kleiner of gelijk aan 25 m3? Dan gelden niet de regels uit het Bal, maar kunnen wel regels voor kleinschalig graven uit het omgevingsplan gelden.
2. De eerdere sanering is uitgevoerd onder een saneringsbeschikking onder de Wbb (overgangsrecht aan de orde)
Is de bodemsanering uitgevoerd onder de Wbb? Dan volgen de regels voor de nazorg via overgangsrecht uit de beschikking 'instemming met het evaluatieverslag en/of nazorgplan' dat onder de Wbb door het bevoegd gezag Wbb is vastgesteld. In de beschikking staat dan ook vermeld of het bevoegd gezag Wbb geïnformeerd moet worden bij het graven in of doorgraven van de leeflaag. Als dat aan de orde is, dan is zo'n melding vaak vormvrij of heeft het bevoegd gezag hiervoor een formulier op de website geplaatst.
Over het algemeen gelden bij het graven in de leeflaag de regels voor graven in de bodem uit het Bal: de graafactiviteit vindt plaats alleen in de leeflaag en ‘raakt’ niet de historische verontreiniging. Hiervoor geldt dan geen meldplicht, tenzij er in de beschikking iets anders staat vermeld.
Voor het graven door de leeflaag (dus in de onderliggende verontreinigde bodem) blijven voor het graven ook de regels uit de Wbb van toepassing. En is een saneringsplan of BUS-melding nodig. BUS staat voor Besluit uniforme saneringen.
3. De eerdere sanering is uitgevoerd onder het BUS (gedeeltelijk overgangsrecht aan de orde)
Als de sanering is uitgevoerd onder het BUS, dan gelden via overgangsrecht de nazorgverplichtingen uit artikel 15 van het (voormalige) BUS. Voor het graven zelf is er geen overgangsrecht, maar gelden de regels voor graven onder de Omgevingswet. Dit betekent dat zowel voor graven in de leeflaag als voor het graven in de ondergelegen verontreinigde bodem de regels voor graven in de bodem uit het Bal gelden (uitgaande van een graafactiviteit die groter is dan 25 m3).
Een uitgebreidere uitleg van de situaties onder 2 en 3 vindt u in bijlage 1 en 2 van de Brief overgangsrecht Wet bodembescherming (Wbb).