Kamerbrief bodem en ondergrond over staalslakken, diepe plassen en PFAS
Staatssecretaris Bertram (Infrastructuur en Waterstaat) stuurde op 11 mei 2026 een nieuwe verzamelbrief over bodem en ondergrond naar de Tweede Kamer. In de brief gaat zij in op actuele ontwikkelingen over staalslakken, diepe plassen, de voortgang van bodemsanering en PFAS.
Staalslakken
In de vorige kamerbrief van 2 april 2026 heeft de Staatssecretaris al aangekondigd dat zij de tijdelijke regeling verbod en vergunningplicht toepassing LD- en ELO-staalslak verlengt tot 23 januari 2027. De staatssecretaris geeft in de nieuwe kamerbrief van 11 mei 2026 aan dat voor de zomer van 2026 duidelijkheid komt over de opties voor aanpassing van de regelgeving na het verlopen van de tijdelijke regeling. Daarnaast laat zij weten dat de Taskforce Bestaande Toepassingen Staalslak in maart is gestart. Jos Wienen (burgemeester van Haarlem) is bereid de rol van onafhankelijk voorzitter op zich te nemen.
De kamerbrief gaat ook in op de motie Kostić/Soepboer over het principe dat vervuilers de kosten moeten dragen van milieuschade in geval van staalslakken en PFAS. Volgens de staatssecretaris is dit principe al verankerd in beleid en praktijk.
Verlenging overgangsrecht voor diepe plassen
Voor het verondiepen van diepe plassen wordt het overgangsrecht met 3 jaar verlengd tot 1 januari 2030. Dit geeft initiatiefnemers extra tijd om te voldoen aan nieuwe regels, zoals vergunningplicht en MER beoordelingsplicht. Door de verlenging van overgangsrecht blijft voor verondiepingen die voor 1 januari 2024 zijn gestart de regels van toepassing uit het voormalige Besluit bodemkwaliteit. Voor deze verondiepingen geldt dus tot 1 januari 2030 een vergunning van rechtswege. Deze wijziging van het overgangsrecht is opgenomen in het ontwerp Verzamelbesluit Omgevingswet IenW Water en Bodem 2027, dat tot en met 11 juni 2026 in consultatie is.
Voortgang bodemsanering en PFAS inventarisatie
De jaarlijkse monitoring van de spoedlocaties laat zien dat het aantal afgeronde saneringen van spoedlocaties in 2025 is gestegen naar 1046. Tegelijk zijn nog 118 locaties niet gestart, al is de verwachting dat het merendeel vóór 2030 wel van start zal zijn.
Voor PFAS-verontreiniging is de inventarisatie in volle gang. Inmiddels zijn 3917 potentieel verontreinigde locaties in beeld, waarvan een deel nog nader onderzocht moet worden. Op dit moment zijn 57 locaties aangemerkt als PFAS-aandachtlocatie, met uiteenlopende fasen van sanering. De rapportage over de PFAS-aandachtlocaties uit 2025 is als bijlage met de kamerbrief meegestuurd.
Het kabinet werkt samen met medeoverheden aan een programmatische aanpak, met als doel in 2028 een beter beeld te hebben van de omvang en kosten. En de inventarisatie in 2030 afgerond te hebben. Voortaan zal de uitvraag van de locaties met mogelijke PFAS-verontreiniging bij de bevoegde overheden tegelijk plaatsvinden met de monitoring van de spoedlocaties.
Meer informatie
Lees meer op de website van de Tweede Kamer.