Resultaten landelijke afweging primaire bouwgrondstoffen
In 2024 publiceerde het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) een aantal onderzoeken naar vraag naar en aanbod van bouwgrondstoffen. Daarna heeft het ministerie onderzocht of er voldoende bouwgrondgrondstoffen zijn in de toekomst. Er is gekeken welke effecten dat heeft op winningen in de Noordzee, IJsselmeergebied en de grote rivieren.
In Nederland maken we gebruik van bouwgrondstoffen zoals zand, grind en klei. Voor de waterveiligheid, maar ook voor bouwprojecten zoals woningen, kantoorgebouwen, wegen en viaducten. Het Centraal Bureau voor de Statistiek publiceert elk jaar de cijfers (Winning oppervlaktedelfstoffen, 2004-2024) over het aanbod van zand, grind en klei dat uit winningen in Nederland komt.
Beschikbaarheid
In opdracht van het ministerie heeft de Geologische Dienst Nederland, onderdeel van TNO, onderzoek ('Oppervlaktedelfstoffen in Nederland') gedaan naar de beschikbaarheid van primaire bouwgrondstoffen in Nederland. Het onderzoek toont aan dat er ruim voldoende bouwgrondstoffen aanwezig zijn. Van grind is wel veel minder te winnen dan van de andere bouwgrondstoffen. Het gaat erom hoeveel ruimte we beschikbaar willen stellen om bouwgrondstoffen te winnen.
Prijsontwikkelingen
Het ministerie heeft ook een onderzoek ('Memo-I&W import en kosten bouwgrondstoffen 21 nov2025 Definitief') naar de prijsontwikkelingen van primaire bouwgrondstoffen laten uitvoeren. Dit onderzoek laat zien dat de prijzen voor deze bouwgrondstoffen in de periode 2000-2024 ongeveer in lijn zijn met de algemene trend in bouwkosten. De markt heeft gewijzigde omstandigheden steeds goed opgevangen.
Onderlinge effecten tussen wingebieden
Ophoogzand wordt in de Noordzee, het IJsselmeergebied en het rivierengebied in ongeveer gelijke hoeveelheden gewonnen. Industriezand komt voor het overgrote deel uit het rivierengebied maar is ook in het IJsselmeergebied aanwezig. Onderlinge effecten en afhankelijkheden zijn lastig te bepalen. Nederland is geen gesloten systeem maar onderdeel van een veel grotere Europese markt.
Conclusies van het landelijk beeld
- Op dit moment zijn er geen tekorten aan grind, ophoogzand, industriezand en klei. De hoeveelheid in Nederland gewonnen grind is kleiner dan de behoefte: vooral import van grind en bijvoorbeeld steenslag past het verschil bij.
- De komende jaren verwacht het ministerie ook geen knelpunten. Uit eerder onderzoek is gebleken dat we richting 2050 bijvoorbeeld minder grind en industriezand nodig hebben. Door hergebruik van bouwmaterialen te stimuleren, probeert het kabinet het gebruik van zand, grind en klei verder terug te dringen. Ook is nog winning mogelijk op basis van de vergunningen (lopend en in aanvraag). De markt kan waar nodig inspringen met bijvoorbeeld import.
- Zand uit de Noordzee voor het in stand houden van onze kustlijn moet altijd bereikbaar blijven, ook in de verre toekomst. Daarom wordt nu nagedacht over maatregelen die daarvoor zullen zorgen.
Vanwege de belangrijke maatschappelijke opgaven, vindt de staatssecretaris het verstandig om de vinger aan de pols te houden. Zo kan als dat nodig is, op tijd worden ingegrepen. Het intensiever volgen van de ontwikkelingen in vraag, aanbod en prijzen staat daarbij centraal, samen met het daarover structureel overleg voeren met vergunningverleners en marktpartijen (zoals de winbedrijven). Ook worden op verschillende plaatsen de effecten van de winning van zand op het bodem- en watersysteem onderzocht.
Meer informatie
Lees de Kamerbrief 'Resultaten Landelijke afweging primaire bouwgrondstoffen' met bijlagen.