Grondbeleid en het programma
Een programma is een politiek-bestuurlijk document waarin de overheid keuzes maakt over de fysieke leefomgeving. Dat gaat soms over het toelaten van nieuwe functies of functiewijziging. Daarvoor moet er ruimte zijn. Grondbeleid en de inzet van grondbeleidsinstrumenten helpen grond in voldoende mate, tijdig en betaalbaar beschikbaar te krijgen. Bij het voorbereiden van een programma verdient grondbeleid daarom de aandacht.
Belang grondbeleid in relatie tot een programma
Het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen kunnen programma's vaststellen. Programma's bevatten:
- de uitwerking van het te voeren beleid voor ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming en behoud van de fysieke leefomgeving en/of
- maatregelen om aan 1 of meer omgevingswaarden te voldoen of maatregelen om 1 of meer andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken
In programma's werken overheden hun beleidsdoelen voor de opgaven in de fysieke leefomgeving uit. Het gaat dan om bijvoorbeeld opgaven voor wonen, energie, bereikbaarheid, landbouw, water en bodem, natuur en economie.
Grondbeleid kan helpen
Overheden, en dan met name gemeenten, provincies en het Rijk, maken in hun programma's ook keuzes over het toekennen of wijzigen van functies van locaties. Om gewenste nieuwe of te wijzigen functies ook daadwerkelijk te realiseren, hebben overheden grondbeleid. Grondbeleid en de inzet van grondbeleidsinstrumenten kan helpen om:
- grond in voldoende mate, tijdig en betaalbaar beschikbaar te krijgen
- de financiële haalbaarheid van de realisatie van een nieuwe functie te borgen
- de kosten van noodzakelijke publieke investeringen in de gebiedsontwikkeling die nodig zijn als gevolg van de nieuwe functie te kunnen verhalen
Grondbeleid is van groot belang voor het kunnen realiseren van ruimtelijke opgaven. Bij het voorbereiden van een programma voor ruimtelijke opgaven/ontwikkelingen verdient grondbeleid daarom de aandacht.
Nadenken over vorm grondbeleid en grondbeleidsinstrumenten
Bij de voorbereiding van een programma voor ruimtelijke ontwikkelingen denkt de overheid na over:
- welke vorm van grondbeleid (faciliterend of actief) bij de voorgenomen gebiedsontwikkeling passend is
- welke grondbeleidsinstrumenten zij inzet
Bij voorkeur baseert de overheid die keuzes (mede) op de keuzes die al in een programma grondbeleid of (kader)nota grondbeleid zijn vastgelegd.
Over de keuze om grondbeleid vast te leggen in een vrijwillig programma op grond van de Omgevingswet of in een ander beleidsdocument vindt u verderop op deze pagina informatie, onder het kopje Grondbeleid vastleggen in een programma of ander beleidsdocument. Uitgebreide informatie over de vormen van grondbeleid en de grondbeleidsinstrumenten vindt u op de pagina Grondbeleid.
Grondbeleidsinstrumenten die bij een programma bijzondere aandacht verdienen
Voor de inzet van een aantal grondbeleidsinstrumenten is het nodig om daaraan aandacht te besteden:
- bij de voorbereiding van een programma
- in de tekst van een programma
Dit zijn:
- het voorkeursrecht (de hoofdstukken 9, 15 (schade door voorkeursrecht) en 16 (procedure) van de Omgevingswet)
- de vrijwillige financiële bijdragen voor ontwikkelingen in een gebied (artikel 13.22 van de Omgevingswet)
- de via het omgevingsplan afdwingbare financiële bijdragen voor ontwikkelingen in een gebied (artikel 13.23 van de Omgevingswet)
Voorkeursrecht
Bij de voorbereiding van een programma voor een ruimtelijke ontwikkeling is het verstandig om te bedenken of het wenselijk is om een voorkeursrecht te vestigen. Is de overheid geen eigenaar van de grond? Dan kan het tijdig vestigen van een voorkeursrecht (recht van eerste koop) grondspeculatie en stijgende grondprijzen voorkomen. Ook versterkt het de regierol van de overheid.
Het vestigen van een voorkeursrecht kan al tijdens de voorbereiding van een programma (artikel 9.1, lid 2, Omgevingswet, en artikel 9.1, lid 1, onder c, Omgevingswet). Het voorkeursrecht kan dan vooruitlopend op de vaststelling van het programma voor maximaal 3 maanden en 3 jaar gelden. Het tijdig (binnen de geldingsduur én inschrijftermijn van het voorkeursrecht) vaststellen van een programma dat voldoende aanwijzingen geeft voor de toegedachte functiewijziging, verlengt de geldingsduur van het bestaande voorkeursrecht vervolgens met 3 jaar (artikel 9.4, lid 1, onder a en b, Omgevingswet). Bij het vestigen van het voorkeursrecht op grond van deze grondslagen (artikel 9.1, lid 2, lid 1, onder c en lid 1, onder b, Omgevingswet) hoeft nog niet zeker te zijn dat de functiewijziging ook feitelijk zal kunnen worden gerealiseerd (zie ABRvS 22 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3786, r.o. 4.3.).
Meer informatie over het voorkeursrecht vindt u op de pagina Voorkeursrecht en de Omgevingswet.
Vrijwillige financiële bijdragen voor ontwikkelingen van een gebied
Het is van belang om in een programma voor een ruimtelijke ontwikkeling ook rekening te houden met mogelijke financiële bijdragen voor ontwikkelingen van een gebied die kunnen worden gevraagd. De overheid moet de ontwikkelingen waarover een overeenkomst kan worden gesloten, vastleggen in een omgevingsvisie of in een programma. Alleen dan kan de overheid met een initiatiefnemer een anterieure overeenkomst sluiten over een financiële bijdrage voor nieuwe ontwikkelingen van een gebied. Bijvoorbeeld voor parkeer- en evenemententerreinen, windparken, zonneakkers of het gebruik van recreatiewoningen voor permanente bewoning. Dit regelt artikel 13.22 van de Omgevingswet.
Meer informatie vindt u op de pagina Financiële bijdrage via overeenkomst.
Publiekrechtelijk afdwingbare financiële bijdragen voor ontwikkelingen van een gebied
Met publiekrechtelijk afdwingbare financiële bijdragen kan de overheid kosten voor verbetering van de fysieke leefomgeving met regels in het omgevingsplan dwingend verhalen op initiatiefnemers. Een van de eisen daarbij is dat er sprake is van functionele samenhang tussen de activiteit en ontwikkeling. De functionele samenhang moet blijken uit de toelichting bij de regels over deze financiële bijdragen in het omgevingsplan. Een onderbouwing in een omgevingsvisie of programma kan hierbij als basis dienen voor de onderbouwing van de functionele samenhang (artikel 13.23, lid 5, Omgevingswet).
Voor een financiële bijdrage voor maatregelen in de fysieke leefomgeving in het kader van herstel van plant- en diersoorten die van nature in Nederland in het wild voorkomen, geldt dat deze alleen via regels in het omgevingsplan kan worden opgelegd, als deze maatregelen en het gebied waarin zij zullen worden getroffen, in een omgevingsvisie of programma zijn opgenomen. Dit volgt uit artikel 8.21, lid 1, onder b, van het Omgevingsbesluit.
Meer informatie vindt u op de pagina's Regeling publiekrechtelijke afdwingbare financiële bijdragen en Categorieën ontwikkelingen voor verhaal financiële bijdragen.
Grondbeleid vastleggen in een programma of ander beleidsdocument
De overheid kan het te voeren grondbeleid vastleggen in een vrijwillig programma op grond van de Omgevingswet als bedoeld in de artikelen 3.4 en 3.5 van de Omgevingswet of in een ander beleidsdocument.
Uit artikel 3.5 Omgevingswet volgt dat om het grondbeleid te kunnen vaststellen als vrijwillig programma, het ten minste moet bevatten:
- 1 uitwerking van beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud van de fysieke leefomgeving, of
- 1 maatregel om aan een of meer omgevingswaarden te voldoen of een of meer andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken
De beschrijving van het grondbeleid maakt duidelijk welke maatregelen de overheid treft en hoe gewerkt wordt aan het bereiken van de doelstellingen voor de fysieke leefomgeving. Er wordt in het grondbeleid in een samenhangende uitwerking inzichtelijk gemaakt hoe de overheid voornemens is het grondbeleid en de grondbeleidsinstrumenten in te zetten. Het bevat een beschrijving van de juridische en niet-juridische maatregelen die de overheid zal gebruiken om haar plannen te realiseren. Dit betekent dat het grondbeleid doorgaans aan de eisen van artikel 3.5 Omgevingswet voldoet en de overheid dit als vrijwillig programma kan vaststellen. Aandachtspunt is de beleidsregels in een programma grondbeleid. Zie daarvoor de pagina 'Programma: dit houdt het in', onder de tussenkop Beleidsregels in een programma en de nadelen daarvan.
Het vaststellen door de overheid van het grondbeleid als vrijwillig programma is niet verplicht. De overheid kan er ook voor kiezen om haar grondbeleid niet als programma op grond van de Omgevingswet vast te stellen, maar bijvoorbeeld als een (kader)nota grondbeleid en al dan niet als beleidsregels. Overwegingen die daarbij een rol kunnen spelen, zijn bijvoorbeeld de 'timing' of 'gevoeligheid' of de gewenste wijze van totstandkoming, waaronder de wenselijkheid en verwachte toegevoegde waarde van participatie. Zie voor meer uitleg over de keuze om beleid vast te stellen als vrijwillig programma de pagina Vrijwillig programma.
Meer informatie
- Meer informatie over grondbeleid en de wettelijke grondbeleidsinstrumenten in de Omgevingswet vindt u op de pagina Instrumenten grondbeleid.
- Informatie over grondbeleid en de omgevingsvisie vindt u op de pagina Grondbeleid en de omgevingsvisie.