Op deze pagina
Wat u moet weten over deze regels voor het afvoeren van dit afvalwater:
Wanneer de regels van toepassing zijn
In hoofdstuk 3 en 4 van het Bal staat of de regels van toepassing zijn. De regels gelden als:
Deze voorschriften zijn niet van toepassing als er meer dan 25 m3 vloeibare brandstoffen per jaar wordt getankt. In dat geval is paragraaf 4.43 van het Bal over grootschalig tanken van toepassing. Buiten het toepassingsbereik valt het handmatig vullen van vaartuigen met een jerrycan.
Hoe het afvalwater bij deze activiteit ontstaat
Het tanken van vaartuigen of drijvende werktuigen (een voorbeeld van een drijvend werktuig is een drijvende baggermolen) gebeurt boven oppervlaktewater. Dat gebeurt met een handpomp of een elektrische pomp, bijvoorbeeld via een tankzuil. Hierbij kunnen morsingen van de brandstoffen plaatsvinden. Die kunnen in het oppervlaktewater terechtkomen.
Een eventuele morsing boven land, bij een afleverzuil, komt op een bodembeschermende voorziening terecht. Hierop kan hemelwater terechtkomen.
Regels ter vermindering af te voeren stoffen, warmte en/of water
Het voorkomen van vervuiling van de bodem of een oppervlaktewaterlichaam met vloeibare brandstoffen of ureum is BBT Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent als uitklapper). Daarom koppelt men bij het tanken met een elektrische pomp een vulpistool of slang aan het schip. Door de slang te koppelen, ontstaat een vaste aansluiting. Het vulpistool en de slang hebben een automatisch afslagmechanisme en slaan af als de brandstoftank vol is. Een vulpistool slaat ook af als het vulpistool valt (artikel 4.537 van het Bal). De tankzuil heeft ook een aan- en uitschakelaar (artikel 4.535 van het Bal).
Concreet gaat het om de volgende regels:
- Bij kleinschalige aflevering vanaf de wal is een bodembeschermende voorziening voldoende. Morsingen en lekkages moeten worden opgeruimd in plaats van geloosd.
- Om lozing op oppervlaktewater te beperken en of te voorkomen, moeten voldoende hulpmiddelen aanwezig zijn voor de bestrijding van een verontreiniging van het oppervlaktewater. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om hulpmiddelen om de gevolgen van een oliemorsing op het oppervlaktewater te beperken, zoals absorptiemateriaal of een olieboom.
- Afleveren van vloeibare brandstoffen en/of ureum moet altijd door of onder toezicht van deskundig personeel plaatsvinden.
Tanken onder toezicht
Om verontreiniging van de bodem met vloeibare brandstoffen of ureum op met een tankzuil op land te voorkomen, is een aaneengesloten (vloeistofkerende) bodemvoorziening noodzakelijk. Die ligt 1 meter rondom de tankzuil én tot aan de kaderand.
Het uitgangspunt bij het tanken van vaartuigen met brandstof is dat dit altijd door of onder toezicht van deskundig personeel plaatsvindt. Deskundig wil zeggen dat het personeel op de hoogte is van:
- de gevaarlijke eigenschappen van de brandstoffen
- de aanwezigheid en het gebruik van absorptie- en hulpmiddelen
- wat het moet doen bij een incident
Zelf tanken onder toezicht is overigens wel toegestaan.
Regels waaraan het daadwerkelijk af te voeren (afval)water moet voldoen
Er staan in het Bal alleen regels om te voorkomen dat er geloosd wordt. Toch is niet uit te sluiten dat er een lozing plaatsvindt. Voor die situaties geldt de specifieke zorgplicht. Dit geldt ook voor tankinstallaties in rivier- en getijdengebieden.
Op grond van de specifieke zorgplicht (artikel 2.11 van het Bal) kunnen maatwerkvoorschriften Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent als uitklapper) worden voorgeschreven. Dit kan de taak van de handhaver vereenvoudigen, om dat de regels duidelijker zijn, ook voor de ondernemer. Voorwaarde is wel dat het bevoegd gezag voldoet aan de BBT-afwegingen bij het voorschrijven van het maatwerk.
Voorbeeld specifieke zorgplicht: tankinstallaties in rivier- en getijdengebieden
Tankinstallaties in rivier- en getijdengebieden zijn uitgevoerd met voorzieningen die de werking van de tankinstallatie ook waarborgen bij hoge en lage waterstanden. Dat valt onder de specifieke zorgplicht. Dit blijkt uit de toelichting van Stb. 2018-293 op artikel 4.537 van het Bal. Voorbeelden van deze maatregelen zijn:
- een langere ontluchtingsleiding, om te voorkomen dat de tank volstroomt met water
- een klep in de zuigleiding
- een aangebrachte betonfundatie tegen opdrijven
Gerelateerde wetgeving
In artikel 4.535, lid 2 van het Bal staat dat ook de artikelen 21, 46 en 47 van bijlage 3.8 bij de Binnenvaartregeling gelden in deze situaties. Zonder deze verwijzing zou de Binnenvaartregeling daar niet gelden. Nu gelden de verplichtingen die in de genoemde artikelen staan, wél. Het gaat over:
- regels waaraan snelsluitinrichtingen moeten voldoen (artikel 21 van bijlage 3.8 bij de Binnenvaartregeling);
- het zodanig meren van schepen dat de elektrische kabels en de buigzame leidingen niet onder trek- of buigspanning komen te staan. Verder kan in geval van gevaar snel worden ontmeerd (artikel 46 van bijlage 3.8 bij de Binnenvaartregeling);
- maatregelen tijdens het 'bunkeren' (leveren van brandstof aan schepen), waarin onder ander het aanwijzen van een bunkerwacht met voldoende communicatiezekerheid en het verminderen van overige veiligheidsrisico's is geregeld (artikel 47 van bijlage 3.8 bij de Binnenvaartregeling).
Wet milieubeheer
Met olie verzadigd absorptiemateriaal of olieboom is gevaarlijk afval. Dat moet op een andere manier worden afgevoerd. Daarvoor geldt titel 10.6 van de Wet milieubeheer (Wm):
Controleaspecten
Is er maatwerk opgesteld voor deze activiteit, om de regels over de specifieke zorgplicht te verduidelijken? Wordt hier aan voldaan?
Als er geen maatwerk is opgesteld, let dan bij het controleren van de regels goed op de volgende zaken:
- Zijn er voldoende absorptiemiddelen en andere hulpmiddelen aanwezig?
- Vindt het afleveren plaats onder toezicht van deskundig personeel?
- Voldoet de afleverzuil aan de eisen van BBT?
- Staat de tankinstallatie in een rivier- en getijdengebied? Is daarmee voldoende rekening gehouden?
- Wordt het oliehoudend afval op de juiste wijze afgevoerd?
Andere regels
Naast regels over lozingen gelden ook andere regels voor kleinschalig tanken. Die vindt u op de overzichtspagina Inhoudelijke regels kleinschalig tanken van vaartuigen of drijvende werktuigen met vloeibare brandstoffen (paragraaf 4.42 Bal).