Het bestuursorgaan monitort het geluid door gemeentewegen, waterschapswegen en lokale spoorwegen met behulp van de bge.
Het verantwoordelijke bestuursorgaan of de verantwoordelijke instantie (beheerder) treft maatregelen om aan het geluidproductieplafond te voldoen.
De gemeente of het waterschap monitort de toename van geluid ten opzichte van de basisgeluidemissie (bge) en neemt maatregelen wanneer nodig.
De instructieregels voor de beoordeling van geluid zijn bedoeld voor het beschermen van de gezondheid. Hierbij wordt een geluidproductieplafond vastgesteld.
Voor beoordelen geluid op geluidgevoelige gebouwen bij het vaststellen van een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (gpp) gelden waarden en eisen.
Voor het vaststellen van een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (gpp) zijn gegevens nodig. Ook moet het bevoegd gezag een procedure doorlopen.
Bij onjuiste gegevens in het geluidregister kan het bevoegd gezag bepalen dat maatregelen worden getroffen die doelmatig moeten zijn.
Regels over akoestische kwaliteit, doelmatigheid en de overdracht van wegen van het ene bevoegd gezag aan het andere. Deze gelden naast de instructieregels ...
Dit zijn regels over het verplicht en vrijwillig vaststellen van een geluidproductieplafond (gpp). Deze gelden naast de instructieregels voor alle bronnen ...
De basisgeluidemissie is het referentieniveau van het geluid door lokale (spoor)wegen. Het bestuursorgaan bewaakt hiermee de ontwikkeling van het geluid.
Het geluidproductieplafond als omgevingswaarde is de maximaal toegelaten hoeveelheid geluid op een referentiepunt nabij een geluidbron.
Onderdeel van de instructieregels is de beoordeling van het gecumuleerd geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw.
Onderdeel van de instructieregels is de bepaling van het gezamenlijk geluid op de gevel voor borgen van de binnenwaarde van het geluidgevoelig gebouw.
Het bevoegd gezag neemt maatregelen voor het oplossen van bestaande knelpunten door geluid van lokale (spoor)wegen met een saneringslijst.
De instructieregels voor het beheersen van geluid door een weg, spoorweg of industrieterrein gelden op de gevel van een geluidgevoelig gebouw.
Het overgangsrecht geluid regelt wanneer de Wet geluidhinder en de Wet milieubeheer van toepassing blijven op de afronding van besluitvormingsprocedures.
Het overgangsrecht voor geluid regelt hoe bestaande besluiten en instrumenten van geluid een plaats krijgen onder de Omgevingswet.
Vaststellen van een omgevingsplan kan leiden tot indirecte akoestische effecten. Deze ontstaan door verandering van verkeer of geluidoverdracht.
Als gemeente of provincie hebt u de taak om voor de eerste keer geluidproductieplafonds als omgevingswaarde (gpp's) vast te stellen voor gezoneerde ...
In de bruidsschat omgevingsplan staan regels voor de aanleg of het wijzigen van al toegelaten lokale wegen en spoorwegen.
Bij het opstellen van een actieplan doorlopen overheden een aantal stappen. De planning van de processtappen is niet vastgelegd; het is een handvat.
Een actieplan geluid bestaat uit een plandrempel en daarnaast moet het voldoen aan verplichte elementen. Bij een actieplan van het Rijk gelden andere ...
Een actieplan geluid bevat ook het verslag van het geluid door bronnen met een geluidproductieplafond (gpp) als omgevingswaarde.
De bescherming van stille gebieden wordt in ieder geval betrokken bij de beschrijving van het beleid in het actieplan geluid.
Het actieplan geluid wordt beschikbaar gesteld via de Landelijke voorziening bekendmaken en beschikbaar stellen (artikel 20.26, Omgevingswet).