De saneerder moet bij de keuze voor de saneringsvariant in het saneringsplan duidelijk maken dat daarmee de nazorg zoveel mogelijk wordt beperkt.
Een van de voorwaarden is dat de verontreiniging in een beschikking moet zijn aangemerkt als ernstig geval waarvan spoedige sanering noodzakelijk is.
Zodra het bevoegd gezag het evaluatieverslag van de saneerder ontvangt, is de sanering feitelijk afgerond. Het bevoegd gezag moet het verslag beoordelen.
Er is geen beslissingstermijn opgenomen in de wet, wat betekent dat de termijnen van de Awb van toepassing zijn.
In de Circulaire bodemsanering staat de uitwerking van het saneringscriterium centraal en de saneringsdoelstelling in de Wet bodembescherming (Wbb).
De beschikking kan leiden tot het wijzigen van de publiekrechtelijke beperkingen die voortvloeien uit de beschikking ernst en spoed.
Als de betrokkene nalaat het nader onderzoek (tijdig) uit te voeren, kan het bevoegd gezag Wbb handhavend optreden via bestuursdwang of een dwangsom.
In artikel 28 Wbb is een bijzondere melding opgenomen over onttrekkingen van verontreinigd grondwater, waarbij geen oogmerk tot saneren bestaat.
Als door onttrekken van grondwater een verontreiniging wordt verminderd of verplaatst, geldt de Wbb. Niet altijd is toepassing van saneringsregels nodig.
Het moet gaan om een onttrekking zoals in artikel 1.1. van de Waterwet: het onttrekken van grondwater door middel van een onttrekkingsinrichting.
In het vierde lid van artikel 28 Wbb staat welke gegevens bij de melding worden verstrekt: onder meer: tijdstip van aanvang en de duur van de onttrekking.
Als is voldaan aan alle vereisten en de juiste gegevens bij de melding zijn verstrekt, neemt het bevoegd gezag Wbb geen beschikking ernst en spoed.
Ja, bijvoorbeeld als verontreinigd grondwater ontoelaatbaar wordt verspreid. Dan wordt het reguliere saneringstraject gevolgd of is een BUS-melding nodig.
Als verontreinigingen vanuit het watersysteem in de landbodem terechtkomen en andersom is sprake van grensoverschrijdende verontreiniging.
De zorgplicht in de Wbb verplicht bij bodemverontreiniging (ook grondwater) tot het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden gevergd.
De Wet bodembescherming kent 3 niveaus waarop historische verontreinigingen (vóór 1 januari 1987 ontstaan) kunnen worden aangepakt en gesaneerd of beheerd.
De Wet bodembescherming (Wbb) is op 1 januari 1987 inwerking getreden. De Wbb beoogt een effectieve bescherming te bieden voor de bodem en het zich daar in ...
Artikel 1 Wbb bevat definities die van belang zijn voor toepassing van de Wet bodembescherming. Hier worden enkele begrippen die relevant kunnen zijn ...
Nee, er is sprake van een apparaatskostenvergoeding voor alle taken in het kader van de Omgevingswet in algemene zin, via het gemeentefonds.
In zo’n geval moet worden onderzocht welk gedeelte van de verontreiniging vóór en ná 1987 is ontstaan.
Saneren eerder dan 5 weken s in strijd met artikel 39b lid 4 van de Wet bodembescherming (Wbb).
BUS-meldingen hoeven sinds 1 februari 2013 niet meer te worden geregistreerd in het kader van de Wkpb. Dat is geregeld door de Aanpassingswet Wbb.
Voor alle BUS-categorieën is het mogelijk om een sanering van een aaneengesloten verontreiniging op percelen van meerdere eigenaren met 1 melding te doen.
Zeving op een bodemsaneringslocatie is niet toegestaan binnen BUS. Dit geldt voor zeven in algemene zin, dus niet alleen voor asbesthoudende grond.
Als een deel van de verontreiniging op moeilijk of niet-bereikbare plaatsen zit, is het toegestaan om dat deel buiten de saneringslocatie te laten.