Ja, voor alle in het tijdelijk handelingskader gehanteerde toepassingsnormen geldt dat het te toetsen (eventueel voor de bodemtype gecorrigeerde) ...
De noodzaak voor het (aanvullend) analyseren op PFAS is afhankelijk van de onderzoeksaanleiding.
Dit is afhankelijk van de acceptatiecriteria en de vergunningsvoorwaarden van de grondbank, verwerker of stortplaats in kwestie.
Het tijdelijk handelingskader, is alleen van toepassing op het toepassen van grond en baggerspecie en is niet op bouwstoffen van toepassing.
De protocollen 9335-1 en 7511 geven mogelijkheden voor erkende grondbanken en verwerkers om partijen tot 100 ton te accepteren zonder analysegegevens.
Bij opslag korter dan 6 maanden is het mogelijk een partij grond of baggerspecie op te slaan zonder analysegegevens over PFAS. Wel geldt de zorgplicht.
Grond en baggerspecie met PFAS-gehalten boven de toepassingswaarden kan worden opgeslagen binnen een inrichting als de vergunningsvoorwaarden dat toestaan.
Bij het samenvoegen van partijen grond en baggerspecie onder de BRL 9335 en protocol 9335-1 moet de indeling in kwaliteitsklassen gevolgd worden.
Afhankelijk van de kwaliteit van de baggerspecie (inclusief het gehalte PFAS) zijn er mogelijkheden voor nuttige en functionele toepassing.
Door het ministerie van IenW is samen met de betrokken bedrijven en bevoegde overheden bekeken wat de impact is van lozingen met PFAS afkomstig van ...
Webinar over de wettelijke instrumenten voor beleid, normstelling, overheidsinterne sturing en overige instrumenten, door Astrid van der Wijst.
Webinar over belangrijke nieuwe begrippen en systeemveranderingen: evenwichtige toedeling functies aan locaties, omgevingsplanactiviteit, knip, van ...
Webinar over overgangsrecht: wat regelt het, waar te vinden en de bruidsschat, door Gijs van Luyn.
Webinar over de overgangsfase van het omgevingsplan, door Stijn te Wierik.
De experimenteerbepaling (artikel 23.3 Omgevingswet) maakt het mogelijk tijdelijk van de regels af te wijken. De Omgevingswet stelt wel grenzen.
Voor sanering volgens artikel 13 wordt geen Wbb-besluit door de bevoegde overheden voorgeschreven. Dus is er geen Wbb-besluit dat leidt tot registratie.
Het derde lid van artikel 95 Wbb geeft aan welke bestuursorganen bevoegd zijn tot bestuursrechtelijke handhaving van artikel 13 Wbb.
Ja, als een zorgvuldige partij-indeling is gemaakt op basis van de kwaliteit en er geen menging is van sterk verontreinigde met licht verontreinigde grond.
Rijkswaterstaat afdeling Bodem en ondergrond (voorheen Bodem+) is namens de Staat der Nederlanden belast met de uitvoering van de wettelijke taak ...
De streef- en interventiewaarden voor grondwater en de gewijzigde interventiewaarden voor grond zijn opgenomen in bijlage 1 van de Circulaire bodemsanering.
Ja, volgens artikel 37 lid 6 van de Wbb kan het tijdstip anders worden vastgesteld, onder meer naar aanleiding van genomen tijdelijke beveiligingsmaatregelen.
Ja, het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) blijft gelden voor situaties die in de Aanvullingswet bodem zijn benoemd.
Volgens de Wet bodembescherming is bodem het vaste deel van de aarde met de zich daarin bevindende vloeibare en gasvormige bestanddelen en organismen.
Het saneringscriterium is een systematiek om te bepalen of de bodemverontreiniging zo veel risico heeft voor mens, plant en dier, dat snel saneren nodig is.
In paragraaf 6.2.1 van bijlage 2 staan kwetsbare objecten, maar deze lijst is niet uitputtend. Gemeenten en provincies kunnen kwetsbare objecten vastleggen.