De streef- en interventiewaarden voor grondwater en de gewijzigde interventiewaarden voor grond zijn opgenomen in bijlage 1 van de Circulaire bodemsanering.
Ja, volgens artikel 37 lid 6 van de Wbb kan het tijdstip anders worden vastgesteld, onder meer naar aanleiding van genomen tijdelijke beveiligingsmaatregelen.
Ja, het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) blijft gelden voor situaties die in de Aanvullingswet bodem zijn benoemd.
Volgens de Wet bodembescherming is bodem het vaste deel van de aarde met de zich daarin bevindende vloeibare en gasvormige bestanddelen en organismen.
Het saneringscriterium is een systematiek om te bepalen of de bodemverontreiniging zo veel risico heeft voor mens, plant en dier, dat snel saneren nodig is.
In paragraaf 6.2.1 van bijlage 2 staan kwetsbare objecten, maar deze lijst is niet uitputtend. Gemeenten en provincies kunnen kwetsbare objecten vastleggen.
De saneerder moet bij de keuze voor de saneringsvariant in het saneringsplan duidelijk maken dat daarmee de nazorg zoveel mogelijk wordt beperkt.
Een van de voorwaarden is dat de verontreiniging in een beschikking moet zijn aangemerkt als ernstig geval waarvan spoedige sanering noodzakelijk is.
Zodra het bevoegd gezag het evaluatieverslag van de saneerder ontvangt, is de sanering feitelijk afgerond. Het bevoegd gezag moet het verslag beoordelen.
Er is geen beslissingstermijn opgenomen in de wet, wat betekent dat de termijnen van de Awb van toepassing zijn.
In de Circulaire bodemsanering staat de uitwerking van het saneringscriterium centraal en de saneringsdoelstelling in de Wet bodembescherming (Wbb).
De beschikking kan leiden tot het wijzigen van de publiekrechtelijke beperkingen die voortvloeien uit de beschikking ernst en spoed.
Als de betrokkene nalaat het nader onderzoek (tijdig) uit te voeren, kan het bevoegd gezag Wbb handhavend optreden via bestuursdwang of een dwangsom.
In artikel 28 Wbb is een bijzondere melding opgenomen over onttrekkingen van verontreinigd grondwater, waarbij geen oogmerk tot saneren bestaat.
Als door onttrekken van grondwater een verontreiniging wordt verminderd of verplaatst, geldt de Wbb. Niet altijd is toepassing van saneringsregels nodig.
Het moet gaan om een onttrekking zoals in artikel 1.1. van de Waterwet: het onttrekken van grondwater door middel van een onttrekkingsinrichting.
In het vierde lid van artikel 28 Wbb staat welke gegevens bij de melding worden verstrekt: onder meer: tijdstip van aanvang en de duur van de onttrekking.
Als is voldaan aan alle vereisten en de juiste gegevens bij de melding zijn verstrekt, neemt het bevoegd gezag Wbb geen beschikking ernst en spoed.
Ja, bijvoorbeeld als verontreinigd grondwater ontoelaatbaar wordt verspreid. Dan wordt het reguliere saneringstraject gevolgd of is een BUS-melding nodig.
Als verontreinigingen vanuit het watersysteem in de landbodem terechtkomen en andersom is sprake van grensoverschrijdende verontreiniging.
De zorgplicht in de Wbb verplicht bij bodemverontreiniging (ook grondwater) tot het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden gevergd.
De Wet bodembescherming kent 3 niveaus waarop historische verontreinigingen (vóór 1 januari 1987 ontstaan) kunnen worden aangepakt en gesaneerd of beheerd.
De Wet bodembescherming (Wbb) is op 1 januari 1987 inwerking getreden. De Wbb beoogt een effectieve bescherming te bieden voor de bodem en het zich daar in ...
Artikel 1 Wbb bevat definities die van belang zijn voor toepassing van de Wet bodembescherming. Hier worden enkele begrippen die relevant kunnen zijn ...
Nee, er is sprake van een apparaatskostenvergoeding voor alle taken in het kader van de Omgevingswet in algemene zin, via het gemeentefonds.