De voorbereiding en totstandkoming van de voorkeursrechtbeschikking kent enkele bijzonderheden t.o.v. de standaardregeling van afdeling 4.1.2. Awb.
Het rechtsgevolg van een voorkeursrecht is dat het de overdraagbaarheid van de eigendom en 4 beperkte rechten op een onroerende zaak beperkt.
Tussen de planschaderegeling (Wet ruimtelijke ordening) en de regeling nadeelcompensatie (Omgevingswet) bestaan belangrijke verschillen.
Er zijn 3 fasen: de onteigeningsbeschikking en bekrachtiging, de schadeloosstellingsprocedure en de inschrijving van de onteigeningsakte.
De onteigeningswet vervalt grotendeels. De regels over onteigening in de Omgevingswet wijken op belangrijke onderdelen af van de onteigeningswet.
Initiatiefnemers die profiteren van openbare voorzieningen bij gebiedsontwikkeling, moeten hiervoor kosten betalen.
Als er bij gebiedsontwikkeling geen overeenkomst is met de initiatiefnemer, moet het bevoegd gezag kostenverhaal publiekrechtelijke regelen.
Onder de Omgevingswet kan bij organische gebiedsontwikkeling kostenverhaal in het omgevingsplan worden geregeld. Dit heet kostenverhaal zonder tijdvak.
Het publiekrechtelijk kostenverhaal in de Omgevingswet wijkt op onderdelen af van de regeling in de Wet ruimtelijke ordening (Wro).
De regeling publiekrechtelijke afdwingbare financiële bijdragen maakt het mogelijk kosten voor het verbeteren van de fysieke leefomgeving te verhalen op ...
Informatie over een covergistingsinstallatie in het Besluit activiteiten leefomgeving en onder welke aangewezen milieubelastende activiteit het valt.
Voor covergistingsmaterialen die afvalstoffen zijn, gelden de eisen voor doelmatig beheer van afvalstoffen. Deze staan in de Wet milieubeheer.
Digestaat mag alleen als meststof toegepast als organische producten in bijlage Aa bij Uitvoeringsregeling Meststoffenwet zijn gebruikt voor covergisting.
Informatie over geuremissies bij covergistingsinstallaties. De belangrijkste geurbron bij covergisten zijn de covergistingsmaterialen.
Mestafstorten laten mest door naar de mestkelder. Ze moeten altijd een afdichtvoorziening hebben.
Bij veehouderijen kan een milieueffectrapportage (mer) nodig zijn. In veel gevallen is een mer-beoordeling nodig.
Met deze vuistregel kunt u eenvoudig screenen of een activiteit binnen een veehouderij in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie fijnstof (PM10).
Het vernevelen van koolzaadolie zorgt ervoor dat het strooisel in de stal niet (weer) door de activiteit van de dieren in de lucht wordt opgenomen.
Het vernevelen van koolzaadolie met sproeikoppen voorkomt dat stofdeeltjes in het strooisel niet (weer) door de activiteit van leghennen in de lucht wordt ...
Het vernevelen van olie gebeurt met een olierobot die door de stal beweegt of met een monorail waardoor gericht een oliefilmlaag op het strooisel wordt ...
Het systeem omvat een verwijderingsfilter in de stal waardoor continu stallucht wordt aangezogen en na reiniging weer teruggebracht in de stal. De ...
Dit is een end-of-pipe-techniek voor het verwijderen van stofdeeltjes uit de ventilatielucht van pluimveestallen. De ventilatielucht gaat door een ...
Het systeem omvat een verwijderingsfilter voor de uitgaande lucht. De verwijdering van stof gebeurt door ionisatie van de stofdeeltjes en afvang via ...
In het condensatievocht van de warmtewisselaar blijft stof achter. Dit geeft een reductie van de emissie van fijnstof.
Waterstofsulfide moet uit het vergistingsgas worden gehaald. Dit heet ontzwavelen. Hiervoor zijn verschillende technieken.