GACS-verplichting voor bestaande bouw
Op deze pagina
- De functie van een GACS
- Wettelijke grondslag
- Bepalen wanneer er sprake is van de GACS-verplichting
- Technische eisen aan een GACS
- GACS en EML
- Voorbeelden bepalen GACS-verplichting
De functie van een GACS
Een gebouwautomatisering‑ en controlesysteem (GACS) is een systeem dat alle producten, software en technische diensten omvat die via automatische controles het energie-efficiënt, zuinig en veilig functioneren van technische bouwsystemen ondersteunen. En die het handmatig beheer van die technische bouwsystemen vergemakkelijken. Zo staat het in het Bbl. Via een GACS kunnen onder andere installaties voor verwarming, koeling en ventilatie worden gevolgd en aangestuurd. Ook warmtapwater, verlichting en zonwering maken onderdeel uit van het systeem.
In de praktijk wordt dit vaak ingevuld met onder andere:
- gebouwautomatiseringssysteem (GBS)
- energiemanagementsysteem (EMS)
- energieregistratie- en bewakingssysteem (EBS)
Het GBS zorgt voor de automatische aansturing en regeling van installaties, zoals verwarming, koeling en ventilatie. De mogelijkheden van een GBS zijn nog vaak beperkt als het gaat om inzicht in energiegebruik en het signaleren van inefficiënties. Het EMS vult dit aan door gegevens uit het GBS en energiemeters te verzamelen en inzicht te geven in verbruik en afwijkingen. De analyse- en koppelingsmogelijkheden zijn daarbij meestal nog relatief eenvoudig. Ook een EBS kan onderdeel zijn van een GACS. Een EBS richt zich vooral op het registreren en rapporteren van energiegebruik en voldoet vaak slechts aan een deel van de GACS-eisen.
Omdat deze afzonderlijke systemen beperkingen kennen, gaat een GACS verder dan deze individuele systemen of een eenvoudige combinatie daarvan. Het combineert aansturing, monitoring en analyse om installaties efficiënter te laten functioneren en energiegebruik te optimaliseren. Een GACS is dus geen los apparaat, maar een slimme samenwerking van meerdere systemen die samen werken als één geheel.
Wettelijke grondslag
De GACS‑verplichting komt voort uit de Europese richtlijn Energy Performance of Buildings Directive (EPBD III) en is in Nederland opgenomen in het Bbl. Met de herziene richtlijn EPBD IV zijn sinds 29 mei 2026 de eisen aangescherpt voor grote, niet‑woongebouwen. De uitwerking van deze eisen staan in de Omgevingsregeling.
Wettelijke borging
De GACS‑verplichting staat in paragraaf 3.7.12 van het Bbl. In artikel 3.145 staat welke bestaande gebouwen onder de GACS‑verplichting vallen. In artikel 3.146 staat aan welke eisen een GACS moet voldoen.
Wettelijke eisen aan een GACS
De wettelijke eisen voor een GACS zijn:
- Een GACS moet in staat zijn om het energiegebruik van installaties te monitoren en te analyseren. Het systeem meet en registreert continu het energiegebruik van de aangesloten installaties. Hierdoor ontstaat inzicht in hoe het gebouw energie gebruikt en hoe de prestaties zich in de tijd ontwikkelen.
- Een GACS moet de energieprestaties kunnen beoordelen en verslechtering signaleren. Het GACS vergelijkt de prestaties van installaties over verschillende perioden en herkent wanneer installaties minder efficiënt functioneren of wanneer sprake is van rendementsverlies. Het GACS kan zelfstandig aanpassingen doorvoeren en/of de beheerder hierover informeren, zodat tijdig maatregelen kunnen worden genomen.
- Een GACS moet kunnen communiceren met technische bouwsystemen. Het systeem is in staat om gegevens uit te wisselen met verschillende technische installaties en andere gekoppelde systemen die invloed hebben op het energiegebruik van het gebouw. Het GACS kan daarmee ook invloed uitoefenen op de werking van deze installaties.
- Een GACS moet in staat zijn om de binnenmilieukwaliteit te monitoren. Het systeem kan gegevens verzamelen over de binnenmilieukwaliteit, zoals temperatuur, luchtkwaliteit, daglicht en geluidswering. Hierdoor wordt het energiegebruik beoordeeld in samenhang met comfort en kwaliteit van het binnenmilieu.
De verplichting voor een GACS gaat over het aanwezig zijn van deze functionaliteiten, niet over hoe deze in de praktijk worden gebruikt.
Bevoegd gezag
De GACS‑verplichting maakt deel uit van het Bbl. De gemeente is verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van de regels. Het college van burgemeester en wethouders treedt daarbij op als bevoegd gezag en kan handhavend optreden op grond van de Omgevingswet en de Algemene wet bestuursrecht. Het college kan hiervoor verschillende handhavingsinstrumenten inzetten: een last onder dwangsom, een last onder bestuursdwang en een bestuurlijke boete. Lees hier meer over in de handreiking over toezicht en handhaving op GACS.
Heeft de provincie voor dezelfde locatie een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit verleend aan een complex bedrijf? Dan is de provincie het bevoegd gezag (op basis van artikel 2.2 Bbl).
Bepalen van de GACS-verplichting
Niet elk gebouw valt onder de GACS‑verplichting. Om te bepalen of een gebouw aan deze verplichting moet voldoen, moet stap voor stap worden beoordeeld of aan alle wettelijke criteria wordt voldaan. Pas wanneer alle criteria van toepassing zijn, is sprake van een gebouw met een GACS‑verplichting.
Bepalen wanneer er sprake is van de GACS-verplichting
Om te bepalen of een gebouw onder de GACS-verplichting valt, moet aan alle onderstaande criteria zijn voldaan:
- Er is sprake van een gebouw. Een gebouw is in de bijlage van de Omgevingswet beschreven als: een bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
- Het gebouw is bestemd om te worden verwarmd of gekoeld voor personen. Denk aan een kantoorgebouw, sporthal of ziekenhuis. Bij bijvoorbeeld een technische ruimte of opslagloods die alleen incidenteel worden betreden is er in veel gevallen geen sprake van verwarming of koeling voor personen.
- Het gebouw bevat geen woonfunctie. Gebouwen met daarin (ook) woningen zijn uitgezonderd van de GACS verplichting.Let op: voor gebouwen met een gedeeltelijke woonfunctie geldt geen GACS-verplichting. Het ministerie kijkt naar een mogelijke wijziging van deze uitzondering. Hierdoor kan de GACS-verplichting voor gebouwen met een gedeeltelijke woonfunctie in de toekomst veranderen.
- Het gebouw is geen vakantiewoning. Een gebouw is niet GACS-plichtig wanneer het gebouw volledig wordt gebruikt als zelfstandige logiesfunctie buiten een logiesgebouw, zoals bij vakantiewoningen.
- Het gebouw beschikt over installaties boven de vermogensgrens van 290 kW. Het gebouw heeft een:
- verwarmingssysteem of gecombineerd ruimteverwarming- en ventilatiesysteem met een nominaal vermogen van meer dan 290 kW, en/of
- airconditioningsysteem of gecombineerd airconditioning- en ventilatiesysteem met een nominaal vermogen van meer dan 290 kW
Bepalen vermogen installatie
De GACS-verplichting gaat over de installaties in een gebouw. Hij geldt pas vanaf een bepaald geïnstalleerd totaal vermogen van verwarmings- of airconditioningsystemen.
Om het vermogen van de installaties te bepalen, telt u het nominale vermogen op van alle technische bouwsystemen die zorgen voor verwarming of koeling in ruimten waar mensen verblijven. Het vermogen van verwarmen en koelen wordt niet bij elkaar opgeteld. Het is dus mogelijk dat een gebouw vanwege het vermogen van het verwarmingssysteem wel onder de verplichting valt en niet vanwege het airconditioningsysteem, of andersom. In beide gevallen valt dan het gehele systeem van warmte en koeling onder de GACS-plicht. Voor warmtepompen neemt u het nominale vermogen volgens EN 14511-4:2013. Het nominaal vermogen staat normaal gesproken op het typeplaatje van een verwarmings- of airco-toestel.
Let op: er bestaat soms een verschil tussen het nominaal vermogen (geleverd vermogen van een verwarmingstoestel) en het nominaal thermisch ingangsvermogen (opgenomen vermogen uitgedrukt in de verbrandingswaarde van brandstoffen, zonder rekening te houden met mogelijke extra warmte uit condensatie van verbrandingsgassen). Hierdoor kan het nominaal vermogen van een toestel tot enkele procenten hoger liggen dan het nominaal thermisch ingangsvermogen.
Technische eisen aan een GACS
Paragraaf 5.1.7. met daarin artikel 5.32c tot en met 5.32e van de Omgevingsregeling werkt de GACS‑verplichting inhoudelijk uit voor bestaande gebouwen zonder woonfunctie. In deze artikelen staat aan welke technische eisen een GACS moet voldoen.
Voor de technische invulling van deze eisen sluit de Omgevingsregeling aan bij de Europese norm NEN‑EN‑ISO 52120‑1 (2022). Deze norm is aangewezen in bijlage II van de Omgevingsregeling. In tabel 6 van de norm staat per installatiefunctie welk niveau van gebouwautomatisering wordt onderscheiden, aangeduid met de klassen A tot en met D. De norm is te raadplegen op: NEN Connect - ISO 52120-1.
Basiseisen
Een GACS moet ten minste beschikken over de functies uit tabel 6 van de norm NEN‑EN‑ISO 52120‑1. Voor bestaande gebouwen geldt dat deze functies in de meeste gevallen moeten voldoen aan klasse C.
Voor de functie energieanalyse (functie 7.4) geldt een zwaardere eis. Deze functie moet minimaal voldoen aan klasse B, omdat deze functie belangrijk is voor het analyseren van het energiegebruik en het herkennen van structurele inefficiënties.
Voor nieuwbouw waarbij de bouwvergunning is afgegeven na 29 mei 2026 gelden strengere eisen. In dat geval moeten de installatiefuncties uit tabel 6 minimaal voldoen aan klasse B, en moet de energie‑analysefunctie (7.4) minimaal voldoen aan klasse A.
Uitzonderingen bij bestaande gebouwen
In sommige bestaande gebouwen is het technisch niet mogelijk om alle functies te laten voldoen aan klasse C. Voor deze situaties zijn in de regelgeving expliciete uitzonderingen opgenomen. Het gaat om de volgende gevallen:
- Wanneer bestaande zonwering niet automatisch bedienbaar is, mag functie 6 (zonwering) voldoen aan klasse D.
- Wanneer er geen luchtkleppen per ruimte aanwezig zijn, mag bij functie 4.1 (ventilatie) worden volstaan met tijdsturing van de centrale ventilatie-unit.
Veiligheid en gezondheid
De eis om functies te laten voldoen aan klasse C is niet van toepassing wanneer een functie om redenen van veiligheid of gezondheid continu beschikbaar moet zijn. In dit soort gevallen mag de functie permanent in bedrijf blijven, ook wanneer dit afwijkt van de standaardeisen voor energie‑optimalisatie.
Hierbij gaat het bijvoorbeeld om functies die noodzakelijk zijn om risico's voor personen te voorkomen of om te voldoen aan wettelijke eisen op het gebied van arbeidsomstandigheden of gezondheid. Denk aan bijvoorbeeld operatiekamers, laboratoria of werkplaatsen.
GACS en EML
Let op: volgens de Erkende Maatregelenlijst (EML) voor de Energiebesparingsplicht geldt maatregel GA1: pas een EBS toe dat gas- en warmtegebruik (per uur) en elektriciteitsgebruik (per kwartier) registreert en rapporteert. Een EBS vervangt een GACS niet, maar een GACS kan wel de technische functies van een EBS overnemen.
Voorbeelden bepalen GACS-verplichting
Het is soms lastig om in de praktijk te bepalen of er sprake is van een GACS-verplichting. Daarom staat hieronder een aantal voorbeelden.
Voorbeeld 1: een gedeelde installatie in een gebouw met meerdere eigenaren
Stel, meerdere eigenaren in een gebouw maken gebruik van 1 gezamenlijke verwarmingsinstallatie. Er is geen sprake van een fysieke scheiding tussen de warmteopwekking en de gebouwinstallaties van de afzonderlijke eigenaren.
De installatie verwarmt daarmee rechtstreeks het gebouw en functioneert als 1 systeem voor ruimteverwarming. Voor de GACS-verplichting wordt uitgegaan van het totale nominale vermogen van de installatie. Pas wanneer warmte via een afzonderlijk overdrachtspunt, zoals een afgifteset, aan de eigenaren wordt geleverd, kan sprake zijn van warmtelevering in plaats van ruimteverwarming. In dat geval vindt de beoordeling per eigenaar plaats.
Voorbeeld 2: meerdere eigenaren met elk een eigen installatie
In een gebouw zitten meerdere bedrijven, zoals een bakker, supermarkt en ijssalon, die elk eigenaar zijn van het eigen stuk gebouw en een eigen installatie gebruiken.
Om te bepalen of er een GACS‑verplichting geldt, wordt per installatie gekeken naar het vermogen.
De installaties worden afzonderlijk beoordeeld en de vermogens worden niet bij elkaar opgeteld. Als het vermogen van een afzonderlijke installatie hoger is dan 290 kW, geldt voor die installatie een GACS‑verplichting. Installaties met een lager vermogen vallen buiten de verplichting.
Voorbeeld 3: meerdere installaties met cascaderegeling
Stel, er is een gebouw waarin meerdere parallelle verwarmingssystemen gezamenlijk in volgorde worden geregeld of regeltechnisch aan elkaar zijn gekoppeld met een volgorderegeling.
Voor het bepalen of er een GACS‑verplichting geldt, worden deze systemen beschouwd als 1 installatie. De vermogens van de afzonderlijke verwarmingssystemen worden bij elkaar opgeteld. Als het totale vermogen hoger is dan 290 kW, geldt er een GACS‑verplichting.
Voorbeeld 4: zowel verwarmings- als airconditioningsystemen in gebruik
Dit voorbeeld gaat over een gebouw met een verwarmingssysteem van 250 kW nominaal vermogen en een airconditioningsysteem van 250 kW nominaal vermogen.
Om te bepalen of er een GACS‑verplichting geldt, worden het verwarmings- en het airconditioningsysteem afzonderlijk beoordeeld. De vermogens van deze systemen worden dus niet bij elkaar opgeteld. Omdat beide systemen onder de grenswaarde van 290 kW blijven, geldt er geen GACS‑verplichting.
Let op: vanaf 2030 wordt de grenswaarde verlaagd naar 70 kW. In dat geval geven beide systemen wél aanleiding tot een GACS‑verplichting.
Voorbeeld 5: gebouw met zowel woonfunctie als utiliteitsfunctie
In een gebouw zit op de begane grond een supermarkt met daarboven woningen. Voor het bepalen of er een GACS‑verplichting geldt, wordt gekeken naar het type gebouw. De verplichting geldt alleen voor gebouwen met uitsluitend utiliteitsfuncties.
Een gebouw met een combinatie van woon- en utiliteitsfuncties valt daarom buiten de GACS‑verplichting. Er geldt in deze situatie geen verplichting op gebouwniveau.
Voorbeeld 6: airconditioningsysteem voor verwarming en koeling
Stel, er is een gebouw met een hoofdverwarmingssysteem en een airconditioningsysteem dat primair wordt gebruikt voor koeling, maar in de wintermaanden ook deels voor verwarming.
In deze situatie is er sprake van een verwarmingssysteem en een airconditioningsysteem dat ook kan verwarmen. Voor de GACS‑verplichting wordt gekeken naar het totale vermogen voor verwarmen en koelen. Van het airconditioningsysteem is af te lezen wat het nominale vermogen is voor verwarming en voor koeling. Het verwarmingsvermogen van dit systeem wordt opgeteld bij het vermogen van het hoofdverwarmingssysteem.
Handreiking voor toezichthouders
Naast deze juridische uitleg over de regelgeving is er ook een handreiking voor het proces van toezicht en handhaving.