Stap 5: handhaving van GACS-verplichting
Het bevoegd gezag gaat over tot handhaving wanneer bij de hercontrole van het gebouwautomatisering- en controlesysteem (GACS) blijkt dat de afspraken niet zijn nagekomen en het GACS nog steeds niet voldoet aan de wettelijke eisen. Hieronder staat hoe het handhavingsproces werkt, welke juridische basis daarvoor geldt en hoe dwangsommen worden toegepast.
Vaststellen van de overtreding
Handhaving start zodra de toezichthouder vaststelt dat sprake is van een overtreding. Bij GACS‑toezicht is hiervan sprake wanneer:
- het gebouw niet beschikt over een GACS of niet beschikt over een GACS dat voldoet aan de wettelijke eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)
- afgesproken herstelmaatregelen niet of onvoldoende zijn uitgevoerd binnen de vastgestelde termijn
- een plan van aanpak niet is nagekomen
Bestuursrechtelijke grondslag
De GACS‑verplichting staat in het Bbl.
- In artikel 3.145 Bbl is vastgelegd voor welke gebouwen de GACS‑verplichting geldt.
- In artikel 3.146 Bbl staan de eisen waaraan een GACS moet voldoen.
Toezicht en handhaving
Toezicht en handhaving gebeurt vooral met bestuursrechtelijke middelen. Het bevoegd gezag gebruikt hierbij de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). Deze vervangt sinds november 2022 de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) uit 2014 en sluit aan op de Omgevingswet (die in werking trad op 1 januari 2024). Meer informatie staat bij Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO).
Handhavingsproces
Het handhavingsproces begint zodra een overtreding is vastgesteld. Daarna doorloopt het bevoegd gezag de volgende stappen:
- Last onder dwangsom opleggen: wanneer de overtreding niet wordt opgelost binnen de waarschuwingstermijn, legt het bevoegd gezag een last onder dwangsom op. Hiermee wordt de overtreder verplicht om de overtreding te beëindigen, ongedaan te maken of te voorkomen binnen een bepaalde hersteltermijn, ofwel de begunstigingstermijn (artikel 5:32 Awb).
- Controle na afloop van de hersteltermijn: als de overtreding is beëindigd, stopt het proces. Het bedrijf voldoet aan de GACS-verplichting. Als dit niet is gebeurd, gaat het bevoegd gezag over tot inning van de dwangsom.
- Inning van de dwangsom: het bevoegd gezag int de dwangsom en controleert opnieuw of de overtreding in de nieuwe begunstigingstermijn is beëindigd.
- Als dit alsnog gebeurt: de GACS-verplichting is nageleefd en het proces stopt.
- Als de overtreding blijft bestaan: het bevoegd gezag schakelt over naar zwaardere handhaving.
- Escalatie van handhaving: bij aanhoudende overtreding kan het bevoegd gezag strengere maatregelen nemen. Dit kan bijvoorbeeld een hogere dwangsom zijn, of het toepassen van bestuursdwang of andere interventies.
Het proces is schematisch weergegeven in onderstaand stroomschema.

Uitgeschreven tekst van het stroomschema
Stap 1 van de handhaving is het opstellen van een last onder dwangsom. Is de overtreding ongedaan gemaakt in de gestelde hersteltermijn? Zo nee, dan volgt het innen van een last onder dwangsom. Zo ja, dan is aan de eisen voldaan. Is na het innen van de last onder dwangsom tijdens de termijn van de dwangsom de overtreding ongedaan gemaakt? Zo nee, dan volgt escalatie van de handhaving. Zo ja, dan is aan de eisen voldaan.
Richtlijnen voor het vaststellen van dwangsommen
In de LHSO staat een stappenplan om te bepalen welke handhavingsmaatregel passend is (zie hiervoor hoofdstuk 4 van de LHSO). Het bevoegd gezag mag zelf bepalen hoe hoog de dwangsom wordt. Deze vrijheid heet beleidsvrijheid.
De hoogte van de dwangsom wordt afgestemd op de ernst van de overtreding. Dit heet evenredigheid. Het bestuursorgaan moet goed uitleggen waarom het voor een bepaald bedrag kiest. Deze uitleg wordt opgenomen in het besluit.
Een dwangsom moet hoog genoeg zijn om te voorkomen dat de overtreder doorgaat met de overtreding. De financiële prikkel moet sterk genoeg zijn om het gedrag te veranderen. Maar de dwangsom mag niet zo hoog zijn dat het lijkt op een straf.
Een dwangsom mag maximaal 5 tot 10 keer worden geïnd. De handhaver moet bij elke inning opnieuw vaststellen dat de overtreding nog steeds niet is beëindigd. Dit betekent dat de handhaver na elke begunstigingstermijn een controle moet uitvoeren en moet vaststellen dat de overtreding niet is opgelost. In de dwangsombeschikking staat welke maatregelen de overtreder moet nemen (artikel 5.32a Awb).
De Leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen helpt bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom en van het maximaal te verbeuren bedrag. Deze leidraad bevat voorbeelden, maar is niet volledig. Hieronder is deze leidraad toegepast op handhaving bij een overtreding op de GACS-verplichting.
| Type investering | Typering LHSO | Sanctie (1) | Sanctie (2) | Hoogte dwangsom (per verbeuring) | Aantal verbeuringen | Begunstigingstermijn |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Kleine investering: totale kosten < € 10.000 | 3 - van belang | Dwangsom, per 4 weken | Verdubbeling van de dwangsom | € 2000,- | 3 | 8 weken |
| Middelgrote investering: totale kosten € 10.000 - € 50.000 | 3 - van belang | Dwangsom, per 4 weken | Verdubbeling van de dwangsom | € 5000,- | 3 | 12 weken |
| Grote investering: totale kosten > € 50.000 | 4 - aanzienlijk | Dwangsom, per 4 weken | Verdubbeling van de dwangsom | € 8000,- | 3 | 16 weken |