Inhoudelijke regels opslaan van brandbare vloeistoffen anders dan diesel in bovengrondse opslagtanks (paragraaf 4.93 Bal)
Voor het opslaan van brandbare vloeistoffen anders dan diesel in bovengrondse opslagtanks gelden regels over bodem uit paragraaf 4.93 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent als uitklapper). Het gaat onder meer om de aanwijzing van eindonderzoek bodem en bodembeschermende voorzieningen in hoofdstuk 5, het installatiecertificaat, bodembeschermende voorzieningen, lekdetectie en kathodische bescherming.
Wanneer de regels gelden
In hoofdstuk 3 en 4 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staat of de regels van toepassing zijn. De regels gelden als:
- de activiteit onder het toepassingsbereik van paragraaf 4.93 valt, en
- de activiteit valt onder paragraaf 3.2.8 Opslagtank voor vloeistoffen
Eindonderzoek bodem en bodembeschermende voorzieningen
Artikel 4.913 Bal wijst de modules Eindonderzoek bodem en Bodembeschermende voorzieningen aan.
Certificering en erkenning voor bodem
Een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7800 moet een bovengrondse opslagtank en aangesloten leidingen installeren, onderhouden of repareren, als die opslagtank gedeeltelijk in de bodem of een terp ligt. Dit staat in artikel 4.917 lid 2 van het Bal. Lid 3 regelt dat een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7800 ook ondergrondse leidingen moet installeren, onderhouden en repareren.
Ligt de bovengrondse tank helemaal bovengronds en heeft hij geen ondergrondse leidingen? Dan is het installatiecertificaat verplicht voor de veiligheid. Dan installeert, onderhoudt en repareert een onderneming met een certificaat voor BRL SIKB 7800 volgens artikel 4.917 lid 1 Bal de tank en aangesloten leidingen. Zie daarvoor de pagina Veiligheidsvoorschriften opslaan van brandbare vloeistoffen anders dan diesel in bovengrondse opslagtanks (paragraaf 4.93 Bal).
De BRL SIKB 7800 is de beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat voor de Regeling Erkenning Installateurs tankinstallaties (REIT). Deze richtlijn stelt eisen aan het installeren en onderhouden van tankinstallaties. De ondernemer mag de opslagtank pas in gebruik nemen als er een installatiecertificaat is op grond van BRL SIKB 7800. Alleen ondernemingen (tankinstallateurs) die zijn erkend voor deze BRL, mogen een installatiecertificaat afgeven. Als een installatie een installatiecertificaat heeft, is het aannemelijk dat de installatie voldoet aan BRL SIKB 7800.
Bijlage I van het Bal omschrijft een 'erkenning bodemkwaliteit' als een erkenning als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit. Het Besluit bodemkwaliteit omschrijft een erkenning als beschikking van de minister van Infrastructuur en Waterstaat waarbij vaststaat dat een persoon of een instelling voor een werkzaamheid voldoet aan de voorwaarden uit het Besluit bodemkwaliteit.
Uitvoering opslagtank
Een bovengrondse opslagtank is boven of in een lekbak geplaatst of heeft een dubbelwandige uitvoering met een lekdetectiesysteem in de wand. Bij een dubbelwandige opslagtank met lekdetectie moet een gecertificeerde onderneming voor BRL SIKB 7800 het lekdetectiesysteem (elektronisch of lekdetectiepot) hebben aangelegd. Ook moet de ondernemer de lekdetectie regelmatig controleren. Voor een lekdetectiepotsysteem bestaat dit uit het controleren van het vloeistofniveau. Dit kan de ondernemer zelf. Hij moet dat ten minste eenmaal per maand doen. Van de controles moet hij ten minste eenmaal per jaar een aantekening maken in het logboek.
Ligt de bovengrondse tank gedeeltelijk in de bodem of een terp? Dan moet de tank dubbelwandig zijn uitgevoerd met een elektronisch lekdetectiesysteem in de wand. Een lekdetectiepot is hierbij niet toegestaan. Het lekdetectiesysteem moet worden aangelegd door een erkende onderneming voor BRL SIKB 7800. Omdat de opslagtank hier gedeeltelijk in de bodem of een terp ligt, moet het lekdetectiesysteem onder erkenning worden aangelegd. Daarnaast mag de tank ook enkelwandig zijn en geplaatst in een ondergrondse bak die:
- zich onder de opslagtank bevindt
- een elektronisch lekdetectiesysteem heeft, en
- vloeistofdicht is.
Daarbij moet de bak minimaal zo hoog zijn als het hoogste vloeistofniveau of een inhoud van ten minste 125% van de inhoud van de opslagtank hebben.
Daarnaast moet op een bovengrondse opslagtank van staal die gedeeltelijk in de bodem of een terp ligt én op een ondergrondse leiding van staal, een kathodische bescherming zijn aangebracht. Dat moet gebeuren door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7800.
Gebreken repareren
Wanneer hij een gebrek constateert, laat hij het lekdetectiepotsysteem binnen 4 weken repareren door een onderneming met een certificaat voor BRL SIKB 7800.
Als de dubbelwandige opslagtank is uitgevoerd met een elektronisch lekdetectiesysteem, moet een onderneming met een certificaat voor BRL SIKB 7800 dat systeem jaarlijks controleren.
Een dubbelwandige opslagtank die gedeeltelijk in de bodem of een terp ligt, moet jaarlijks gecontroleerd worden door een onderneming met een erkenning voor BRL SIKB 7800.
Aansluitpunt vulleiding of leegzuigleiding
Het aansluitpunt van een vulleiding of leegzuigleiding zit boven een vloeistofdichte bodemvoorziening of boven of in een vulpuntmorsbak. Als de vulpuntmorsbak op de opslagtank is gemonteerd moet deze een inhoud hebben van minimaal 5 liter. Zit de vulpuntmorsbak niet op de opslagtank dan moet deze een minimale inhoud hebben van 65 liter.
Worden in de bovengrondse opslagtank vloeibare brandstoffen opgeslagen? Dan is het deel van het vuilwaterriool dat op een vloeistofdichte bodemvoorziening is aangesloten, vloeistofdicht vanaf de aansluiting tot aan de slibvangput en olieafscheider. Maar wordt voldaan aan de emissiegrenswaarde voor olie uit artikel 4.923? Dan is de vloeistofdichtheid van het vuilwaterriool niet noodzakelijk.
Geen aansluiting op vuilwaterriool
Worden er vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 3 opgeslagen die geen vloeibare brandstoffen zijn? Dan mag de vloeistofdichte bodemvoorziening in artikel 4.919 niet zijn aangesloten op het vuilwaterriool. Dat is omdat een olieafscheider hier niet altijd doeltreffend is. Brandbare vloeistoffen bestaan uit oliehoudende vloeistoffen of chemicaliën zoals oplosmiddelen. Een olieafscheider kan deze oplosmiddelen niet afvangen. Daardoor kunnen deze vloeistoffen ongezuiverd in het vuilwaterriool terechtkomen. Morsingen en lekkages met brandbare vloeistoffen en het hemelwater vanaf de vloeistofdichte bodemvoorziening moet de ondernemer als afval afvoeren.
Keuren kathodische bescherming
Een bovengrondse opslagtank van staal die gedeeltelijk in de bodem of een terp ligt en op een ondergrondse leidingen van staal is aangesloten, moet een kathodische bescherming hebben. Een inspectie-instantie met een accreditatie voor AS SIKB 6800 moet de kathodische bescherming jaarlijks beoordelen en goedkeuren.
Stroomopdrukproef
Is op een opslagtank of een ondergrondse leiding van staal die is geïnstalleerd voor 1 januari 2026, geen kathodische bescherming aangebracht? Dan moet ten minste eenmaal per jaar een stroomopdrukproef worden verricht. Die wordt gedaan en goedgekeurd door een inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 6800. De resultaten van stroomopdrukproeven worden ten minste drie jaar bewaard.
Verwijderen afgekeurde opslagtank
Volgens de keuringstermijnen uit PGS 30 (tabel 3 van paragraaf 7.6) of PGS 31 (tabel E.1 van bijlage E) is periodieke keuring van de opslagtank verplicht volgens BRL SIKB 7800.
De vloeistoffen in de opslagtank worden direct verwijderd als de opslagtank is afgekeurd.
Afvoer van afvalstoffen
Afvoer van afvalstoffen moet gebeuren binnen een redelijke termijn na beëindiging van de activiteit. Dit geldt door de specifieke zorgplicht van het Bal, artikel 2.11. Dat betekent dat de afgekeurde opslagtank, die als afvalstof geldt, binnen een redelijke termijn afhankelijk van de opgeslagen stof moet zijn afgevoerd naar een erkend tankverwerkingsbedrijf. Het verwijderen gebeurt volgens BRL K902 of BRL K904 door een tanksaneringsbedrijf met een certificaat voor BRL K902 of BRL K904. De eigenaar krijgt dan een tanksaneringscertificaat. Bij een opslagtank vanaf 15 m3, gebeurt reiniging van de tank voor het transport door een BRL K905-gecertificeerd bedrijf.
Reinigen van een afgekeurde tank volgens PGS 31 gebeurt voor het transport altijd door een BRL K905 gecertificeerd bedrijf, ongeacht de inhoudsmaat van de tank.
Informeren bevoegd gezag
Het informeren van het bevoegd gezag bij afkeur en verwijderen of onklaar maken (saneren) van de bovengrondse opslagtank staat niet in een direct inhoudelijke regel van de activiteit, maar volgt uit BRL K902/904 die aangewezen zijn vanuit PGS 30/PGS 31. Omdat er geen direct inhoudelijke regel is, wordt de vraag niet gesteld in het Omgevingsloket. Het informeren van het bevoegd gezag kan bij deze activiteit dus niet via het Omgevingsloket plaatsvinden.
Het is ook niet verplicht om het bevoegd gezag te informeren via het Omgevingsloket. Alleen als er een inhoudelijke regel in het Bal staat, moet het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) dat wel mogelijk maken via het Omgevingsloket. Deze informatieverplichtingen mogen op een andere wijze worden ingediend bij het bevoegd gezag. U kunt daarvoor het algemene e-mailadres van de gemeente gebruiken. Zie voor meer informatie informeren bevoegd gezag.
Andere inhoudelijke regels
Naast regels over bodem gelden ook andere regels. Deze vindt u op de pagina Inhoudelijke regels opslaan van brandbare vloeistoffen anders dan diesel in bovengrondse opslagtanks.
Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)
Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is één van de 4 algemene maatregelen van bestuur (AMvB's) onder de Omgevingswet. Het Bal bevat regels van het Rijk over activiteiten in de fysieke leefomgeving.