Op deze pagina
Hoe het afvalwater bij deze activiteit ontstaat
Hemelwater is de verzamelnaam voor water dat uit de hemel valt. Dat kan gaan om regen, sneeuw, hagel en dauw. Hemelwater is niet als aparte definitie opgenomen in de Omgevingswet, maar het maakt wel deel uit van de definitie voor stedelijk afvalwater. Hemelwater is afvalwater als:
- de houder van het hemelwater zich daarvan ontdoet
- de houder van plan is zich daarvan te ontdoen
- de houder verplicht is om zich daarvan te ontdoen
Niet al het hemelwater is dus juridisch gezien afvalwater. Hemelwater is van nature relatief schoon, maar kan onderweg verontreinigd raken.
Verontreinigd hemelwater door wegen
Er ontstaat vervuild hemelwater als het bijvoorbeeld regent op wegen met veel verkeer. Op die wegen komt door slijtage van autobanden en remvoeringen allerlei straatvuil voor met PAK's, zware metalen en minerale olie. Bij tunnels en verdiept aangelegde wegen komt dit met het hemelwater geconcentreerd terecht in 1 of meer pompkelders. De first flush, of 1e waterstroom, uit deze pompkelders is daarom het meest vervuilde hemelwater.
Verontreinigd hemelwater door bouwmaterialen
Als het regent, kunnen stoffen uit toegepaste bouwmaterialen vrijkomen. Dit heet uitloging. Hierdoor raakt hemelwater verontreinigd en komen deze stoffen in de bodem of het oppervlaktewater terecht. Voor bouwstoffen is vaak onderzocht of uitloging kan plaatsvinden. Bij gebruik van gecertificeerde bouwmaterialen mag men in principe hemelwater op de bodem, oppervlaktewater of het riool lozen. De gecertificeerde bouwmaterialen zijn te herkennen aan de CE-markering. Soms zijn wel extra maatregelen nodig. Meer informatie daarover staat op de pagina Uitloging van bouwmaterialen door hemelwater.
Wanneer de regels van toepassing zijn
Lozen op rijkswateren
Hoofdstuk 6 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) gaat onder andere over lozingsactiviteiten op rijkswateren (art. 6.1, lid 1, onder b). Hier vallen ook lozingen van hemelwater onder (met of zonder uitstroomvoorziening). Voor deze lozingen geldt alleen de specifieke zorgplicht van artikel 6.6 Bal. Deze lozing is namelijk in artikel 6.55 Bal uitgezonderd van de vergunningplicht. En er staan geen algemene regels over lozingen van hemelwater in paragraaf 6.2.7 Bal.
De minister van Infrastructuur en Waterstaat is bevoegd gezag voor lozingen in rijkswateren. Artikel 6.3 Bal bepaalt dat de minister bevoegd is voor de ontvangst van
meldingen, het stellen van maatwerkvoorschriften en het beoordelen van gelijkwaardigheid voor de lozingsactiviteiten die in hoofdstuk 6 staan. Uit artikel 18.2 Omgevingswet volgt dat de minister dan ook bevoegd gezag is voor toezicht en handhaving. Dit geldt dus ook voor lozingen van hemelwater op rijkswateren.
Lozen op rijkswateren vanuit een milieubelastende activiteit
Hoofdstuk 6 (en ook hoofdstuk 7) van het Bal is niet van toepassing als het gaat om lozingsactiviteiten op rijkswateren afkomstig van door het Rijk geregelde milieubelastende activiteiten. Dit kan ook gaan over het lozen van hemelwater. Zo is bijvoorbeeld het lozen van hemelwater op een rijkswater afkomstig van een Seveso-inrichting vergunningplichtig op basis van artikel 3.51, lid 2, Bal.
Lozen op regionaal water, in de bodem of in de riolering
In de hoofdstukken 2 tot en met 5 van het Bal zijn geen specifieke regels opgenomen over het lozen van 'schoon' hemelwater. Wel zijn er regels opgenomen over het lozen van afstromend hemelwater dat afkomstig is van een bodembeschermende voorziening. Dit water is namelijk meestal verontreinigd.
De regels voor het lozen van 'schoon' hemelwater in de bodem en in de riolering staan in paragraaf 22.3.8.2 van de bruidsschat omgevingsplan Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent in popup). Lozingen van afstromend hemelwater in regionaal water zijn geregeld in afdeling 2.3 van de bruidsschat waterschapsverordening Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent in popup).
De bruidsschatregels gelden totdat de gemeente en het waterschap zelf lozingsregels hebben opgesteld die beter passen bij de lokale situatie.
De regels die nu in de bruidsschat staan houden in dat je hemelwater mag lozen in de bodem, een schoonwaterriool of in het oppervlaktewater. Lozing in een vuilwaterriool is alleen mogelijk als het lozen in de bodem, een schoonwaterriool of oppervlaktewaterlichaam redelijkerwijs niet mogelijk is. Er gelden uitzonderingen voor wonen, rijkswegen en provinciale wegen en voor pompkelders onder tunnels en verdiepte weggedeelten.
De regels zijn niet van toepassing op:
Specifieke zorgplicht
In de bruidsschat omgevingsplan en de bruidsschat waterschapsverordening is ook een specifieke zorgplicht opgenomen. Deze zorgplicht geldt naast de andere regels. De specifieke zorgplicht in het omgevingsplan gaat over de milieubelastende activiteit. Daar valt het lozen van afvloeiend hemelwater in de bodem en in de riolering onder. De specifieke zorgplicht in de waterschapsverordening gaat over het lozen van afvloeiend hemelwater in het regionale oppervlaktewater.
De beheerder van het terrein of oppervlak waar het hemelwater is neergekomen, is verantwoordelijk voor het voorkomen dat het hemelwater wordt verontreinigd. Dit kan door:
- het schoonhouden van het terrein
- het zo omgaan met milieugevaarlijke stoffen dat er geen verontreiniging van het hemelwater kan plaatsvinden
- bouwmaterialen te kiezen die niet of minder uitlogen als er op de locatie sprake is van aantoonbare emissieproblemen
- een zodanige wijze van onkruidbestrijding dat onnodige verontreiniging van het hemelwater wordt voorkomen
Als dit niet gebeurt, kan het bevoegd gezag de beheerder aanspreken op basis van de specifieke zorgplicht.
Provinciale omgevingsverordening
In de omgevingsverordening van de provincie kunnen ook regels staan over het lozen van afstromend hemelwater. Bijvoorbeeld regels over lozen van hemelwater van verharde wegen voor gemotoriseerd verkeer op of in de bodem in een grondwaterbeschermingsgebied.
Actuele regels omgevingsplan, waterschapsverordening en omgevingsverodening
De actuele regels in het omgevingsplan, de waterschapsverordening en de omgevingsverordening staan in het Omgevingsloket.
Voorkeursvolgorde afvalwater
In artikel 10.29a van de Wet milieubeheer staat de voorkeursvolgorde voor het omgaan met afvalwater. De voorkeursvolgorde is erop gericht om het ontstaan van afvalwater zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Daarbij gaat het om de hoeveelheid water en om de mate van vervuiling van het water. Deze voorkeursvolgorde wordt pas in een latere fase omgezet naar de Omgevingswet en blijft tot die tijd dus gewoon van toepassing. De regels die gemeenten en waterschappen stellen voor het lozen van afstromend hemelwater zijn een afgeleide van de voorkeursvolgorde voor het omgaan met afvalwater.
Het hangt vaak van de lokale omstandigheden af of lozen in de bodem of lozen in het oppervlaktewater de voorkeur heeft. Zo heb je in het westen van Nederland veel sloten waarop lozen mogelijk is en in het oosten juist zandgrond die goed water doorlatend is. Op basis van de voorkeursvolgorde voor het omgaan met afvalwater is zowel lozen in de bodem als lozen in het oppervlaktewater goed. In beide gevallen komt het hemelwater terug in het milieu.
Schoonhouden of eerst zuiveren
Om het hemelwater lokaal in het milieu terug te kunnen brengen, moeten de plekken waar hemelwater valt schoon blijven. Als het hemelwater erg verontreinigd is, moet de gebruiker van het perceel het hemelwater eerst zuiveren. Bijvoorbeeld via een helofytenfilter, een zuiveringsfilter of een gelijksoortige voorziening.
Liever niet lozen op het vuilwaterriool
Het lozen van hemelwater, ook wel 'dun water' genoemd, beïnvloedt de doelmatige werking van een zuiveringtechnisch werk, zoals de rwzi Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent in popup). Dit komt doordat de biologische belasting afneemt, maar de hydraulische belasting niet.
Door schoon afvalwater te lozen in een schoonwaterriool of lokaal in het milieu terug te brengen, worden het vuilwaterriool én de rwzi ontlast. Deze lozingsroute voorkomt bovendien het overstorten van het vuilwaterriool.
Dit geldt ook voor de lozing van andere stromen die nagenoeg schoon zijn. Bijvoorbeeld het lozen van grondwater bij bronneringen.
Bodembeschermende voorziening die is voorgeschreven
Het bij voorkeur lokaal in het milieu terugbrengen, geldt niet voor het lozen van afstromend hemelwater van een bodembeschermende voorziening.
Een bodembeschermende voorziening is bijvoorbeeld een vloeistofdichte vloer bij een tankstation. Een ander voorbeeld is een lekbak onder een tank. De lozingsregels die hier gelden, zijn dan opgesteld in samenhang met de milieubelastende activiteit.
Hemelwater dat van een niet voorgeschreven vloeistofdichte verharding afstroomt, is juridisch gezien gewoon hemelwater. En daarmee juridisch gezien gelijk aan bijvoorbeeld het regenwater dat van het dak van het bedrijf afvloeit in een regenpijp.
Gemeentelijke hemelwatertaak
Op basis van artikel 2.16, lid 1, onder a, onder 1, van de Omgevingswet heeft de gemeente een watertaak op het gebied van hemelwater. Deze taak houdt in dat de gemeente verantwoordelijk is voor de doelmatige inzameling van afstromend hemelwater van percelen waarvan de eigenaren redelijkerwijs niet zelf kunnen regelen dat het water wordt afgevoerd naar oppervlaktewater of bodem. De gemeente is in dat geval ook verantwoordelijk voor de verdere verwerking van het ingezamelde hemelwater. Bijvoorbeeld door het aanleggen van een schoonwaterriool. Maar de eerste verantwoordelijkheid voor afstromend hemelwater ligt dus bij de eigenaar van het perceel zelf.
Samenwerking waterbeheerder en gemeente
In artikel 2.2 van de Omgevingswet staat dat bestuursorganen met elkaar moeten afstemmen en samenwerken. Zo is het belangrijk dat de waterbeheerder en de gemeente samenwerken en afstemmen als er bijvoorbeeld vanuit de openbare ruimte vervuild hemelwater afstroomt naar het oppervlaktewater. De gemeente kan optreden tegen verontreinigingen in de openbare ruimte, ook als er op dat moment geen neerslag is. De waterbeheerder kan pas optreden als er vervuild hemelwater wordt geloosd op het oppervlaktewater.
Infiltratie van hemelwater in het grondwater
In het spraakgebruik wordt voor het lozen van hemelwater in de bodem vaak het woord 'infiltratie' gebruikt. Infiltratie is niet wettelijk gedefinieerd in de Omgevingswet. Maar juridisch gezien is infiltratie: het kunstmatig aanvullen van grondwater, met de bedoeling om dit later weer als grondwater te onttrekken. Een klassiek voorbeeld hiervan is duinwaterinfiltratie door drinkwaterbedrijven. Dit water wordt in de duinen geïnfiltreerd met als doel het water daarna weer te onttrekken voor de bereiding van drinkwater. Dit kan ook met hemelwater worden gedaan, maar dit gebeurt dan dus op een kunstmatige manier. Juridisch gezien valt dat onder de wateronttrekkingsactiviteit Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent in popup). Als het niet de bedoeling is om het ingebrachte hemelwater weer terug te winnen uit het grondwater, dan is er juridisch gezien sprake van een lozingsactiviteit Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent in popup).
Meer informatie over de wateronttrekkingsactiviteit staat op de pagina Rijksregels voor grondwater onttrekken en water infiltreren en op de pagina Vergunningplicht voor grondwater onttrekken en water infiltreren.
Gerelateerde wetgeving
Besluit bouwwerken leefomgeving
In paragraaf 3.7.4 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent in popup) staan regels over de afvoer van hemelwater bij bestaande bouw. En in paragraaf 4.7.4 Bbl staan de regels voor nieuwbouw.