Good practices over de toepassing van (elementen) van de Ladder voor duurzame verstedelijking, een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en ...
De elektroden voor het meten van de zuurgraad en geleidbaarheid in de elektronische monitoring van luchtwassers moeten elk half jaar worden gekalibreerd ...
Het omgevingsplan mag voor diensten geen regels vanuit economische motieven bevatten. Dit volgt uit de Dienstenrichtlijn. Het Besluit kwaliteit ...
Wanneer, waar en hoe beoordeelt de gemeente de (lokale) omgevingswaarden voor luchtkwaliteit (fijnstof) rond veehouderijen?
Spuiwater moet worden opgeslagen in een lekdichte voorziening. Dat is een vloeistofdichte voorziening, waarvoor geen certificaat vereist is. Voor spuiwater ...
Een mestschuif of mestrobot is nodig om de mestbesmeurde oppervlakken regelmatig schoon te maken. Hiermee wordt de emissie van de vloer beperkt.
Hier vindt u informatie over maatregelen in roosterspleten om luchtuitwisseling tussen de stal en de kelder te beperken.
Het met mest besmeurd vloeroppervlak is maximaal 5,5 m2 per dierplaats. Dit wordt uitgelegd in de systeembeschrijvingen voor rundveestallen.
Emissiereductie van ammoniak bij emissiearme vloeren wordt onder andere bereikt door versneld afvoeren van urine naar de mestkelder of mestopslag.
Informatie over de verschillende vloeruitvoering om urine versneld af te voeren binnen stallen. Hierop wordt toezicht gehouden.
Een emissiearme vloer is een huisvestingssysteem waar eisen voor gelden. Deze eisen staan in de systeembeschrijving die hoort bij de vloer.
Een anti-dubbeltelregeling is binnen het stelsel van de Omgevingswet in het omgevingsplan niet verplicht. De gemeente bepaalt hoe ze dit regelt.
Voor de drempels voor IPPC telt een opfokzeug soms als zeug en soms als vleesvarken. Vleesvarkens tellen vanaf 30 kg als vleesvarken, dit is anders dan in ...
Het Rijk heeft een aantal activiteiten vrijgesteld van de vergunningplicht bij bouwen. De regelgeving hierover is gewijzigd ten opzichte van de Wabo en Bor.
De Omgevingswet bepaalt wie een voorkeursrecht kan vestigen en geeft grondslagen en andere eisen voor vestiging van een voorkeursrecht.
De voorbereiding en totstandkoming van de voorkeursrechtbeschikking kent enkele bijzonderheden t.o.v. de standaardregeling van afdeling 4.1.2. Awb.
Omdat een voorkeursrecht ingrijpende goederenrechtelijke gevolgen heeft, is het nodig om het moment van inwerkingtreding exact te kunnen vaststellen.
Het rechtsgevolg van een voorkeursrecht is dat het de overdraagbaarheid van de eigendom en 4 beperkte rechten op een onroerende zaak beperkt.
Tussen de planschaderegeling (Wet ruimtelijke ordening) en de regeling nadeelcompensatie (Omgevingswet) bestaan belangrijke verschillen.
Er zijn 3 fasen: de onteigeningsbeschikking en bekrachtiging, de schadeloosstellingsprocedure en de inschrijving van de onteigeningsakte.
De onteigeningswet vervalt grotendeels. De regels over onteigening in de Omgevingswet wijken op belangrijke onderdelen af van de onteigeningswet.
Het bevoegd gezag moet kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen verhalen op initiatiefnemers die daarvan profiteren: kostenverhaal gebiedsontwikkeling.
Initiatiefnemers die profiteren van openbare voorzieningen bij gebiedsontwikkeling, moeten hiervoor kosten betalen.
Als er bij gebiedsontwikkeling geen overeenkomst is met de initiatiefnemer, moet het bevoegd gezag kostenverhaal publiekrechtelijke regelen.
Onder de Omgevingswet kan bij organische gebiedsontwikkeling kostenverhaal in het omgevingsplan worden geregeld. Dit heet kostenverhaal zonder tijdvak.