Omgevingsvergunning bij de technische bouwactiviteit
Voor een technische bouwactiviteit kan een omgevingsvergunning nodig zijn. Er gelden rijksregels voor zo'n omgevingsvergunning. Bijvoorbeeld over het aanvragen of het beoordelen van een aanvraag.
Op deze pagina
- Vergunningplicht
- Aanvragen vergunning
- Ontvangen aanvraag
- Beoordelen aanvraag
- Weigeren aanvraag
- Voorschriften vergunning
- Wijzigen vergunning
- Intrekken vergunning
- Afwijking vergunning gaat voor op Bbl-regel
- Bouwwerk niet in stand laten zonder omgevingsvergunning
Vergunningplicht
De vergunningplicht voor de technische bouwactiviteit geldt voor de complexere bouwwerken. Lees meer op Vergunning of melding bij de technische bouwactiviteit.
Aanvragen vergunning
In de Omgevingsregeling staan de aanvraagvereisten voor de technische bouwactiviteit. Die staan hierna in de tabel. In het Omgevingsloket staan deze vereisten ook. Alleen in uitzonderlijke gevallen mag het bevoegd gezag om meer gegevens vragen. Dit moet het bevoegd gezag dan goed motiveren.
| Onderwerp | Waarover informatie |
|---|---|
|
Algemeen (artikel 7.3 Omgevingsregeling) |
|
| Participatie | Zie artikel 7.4 van de Omgevingsregeling |
| Tekeningen | Zie artikel 7.17 van de Omgevingsregeling |
| Plattegronden | Zie artikel 7.18 van de Omgevingsregeling |
| Berekeningen | Zie artikel 7.19, artikel 7.20 en artikel 7.21 van de Omgevingsregeling |
| Bouwkosten (artikel 7.6 Omgevingsregeling) | Opgave bouwkosten |
| Kwaliteitsverklaring bouw en CE-markering (artikel 7.13 Omgevingsregeling) | Gegevens en bescheiden over kwaliteitsverklaringen bouw en CE-markeringen van bouwproducten |
|
Veiligheid (artikel 7.7 Omgevingsregeling) |
|
|
Gezondheid (artikel 7.8 Omgevingsregeling) |
|
|
Duurzaamheid (artikel 7.9 Omgevingsregeling) |
|
|
Bruikbaarheid, toegankelijkheid (artikel 7.10 Omgevingsregeling) |
|
|
Bouwwerkinstallaties (artikel 7.11 Omgevingsregeling) |
|
|
Wegtunnels |
Zie artikel 7.15 van de Omgevingsregeling |
|
Woonwagens (artikel 7.14 Omgevingsregeling) |
Voor woonwagens kan de documentatie van de leverancier van de woonwagen mogelijk voldoen aan de aanvraagvereisten in deze tabel (geldt niet voor de onderwerpen ‘algemeen’, ‘participatie’, ‘tekeningen’, ‘plattegronden’, ‘berekeningen’ en ‘bouwkosten’). |
Sommige informatie pas later toesturen op verzoek van aanvrager
De aanvrager kan het bevoegd gezag verzoeken om bepaalde informatie pas later toe te sturen. Het bevoegd gezag moet akkoord gaan met het verzoek en in de vergunning opnemen dat de informatie later komt. De termijn voor het later toesturen is uiterlijk drie weken voor de start van het onderdeel van de bouwactiviteit waarop de informatie betrekking heeft.
Dit volgt uit artikel 8.3c, lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent in popup) (Bkl) en artikel 7.16, lid 1 van de Omgevingsregeling. Om welke informatie het gaat staat hierna.
Details over constructie en belasting
Het gaat om de informatie over belastingen, belastingcombinaties en de uiterste grenstoestand (zie de vorige tabel bij het onderwerp 'veiligheid' onder a. en b.). Het kan gaan om alle (te wijzigen) constructieve delen van het bouwwerk of om het bouwwerk als geheel. Het later toesturen mag alleen als het om details gaat. En niet om de hoofdlijn van de constructie, het constructieprincipe, tekeningen, berekeningen en toelichtingen die daarbij horen. Informatie die dus niet pas later naar het bevoegd gezag toe mag, is voorbeeld:
- een schematisch funderingsoverzicht of palenplan met globale plaatsing, aantallen en paalpuntniveaus, met inbegrip van globaal grondonderzoek waaruit de draagkracht van de ondergrond blijkt
- tekeningen van de definitieve hoofdopzet van de constructie van alle verdiepingen met inbegrip van globale maatvoering
- plattegronden van vloeren en daken, met inbegrip van globale maatvoering
- overzichtstekeningen van constructies in staal, hout en geprefabriceerd beton, met inbegrip van stabiliteitsvoorzieningen en dilataties, principedetails van karakteristieke constructieonderdelen in een schaal van 1:20, 1:10 of 1:5, met inbegrip van maatvoering
- een toelichting op het ontwerp van de constructies over:
- de aangehouden belastingen en belastingcombinaties
- de constructieve samenhang
- het stabiliteitsprincipe
- de bouwconstructie en de brandwerendheid bij het bezwijken hiervan
Details over bouwwerkinstallaties
Het gaat hier om de details van bouwwerkinstallaties die in of voor het bouwwerk zijn. Het mag niet gaan om de gegevens over de hoofdlijn of het principe van de installaties, zoals de:
- wijze van verwarming, koeling en luchtbehandeling
- locatie en wijze van verticaal transport
- locatie van en het type brandveiligheidsinstallatie
Sommige informatie pas later toesturen als bevoegd gezag dat goed vindt
Het bevoegd gezag kan voor sommige informatie zelf oordelen of het toesturen ervan later mag. Het gaat om de informatie die in de vorige tabel staat bij het onderwerp 'veiligheid' (alleen d. t/m i.), 'gezondheid', 'duurzaamheid', 'bruikbaarheid', 'toegankelijkheid' en 'bouwwerkinstallaties'. Het bevoegd gezag mag (maar is niet verplicht) in de vergunning opnemen dat de gegevens later komen. De termijn voor het later toesturen is uiterlijk 3 weken voor de start van het onderdeel van de bouwactiviteit waarop de gegevens betrekking hebben.
Dit maakt het bijvoorbeeld mogelijk om een gebouw 'casco' te bouwen en pas later de gegevens voor de afbouw ter goedkeuring toe te sturen. Het gaat hier om een bevoegdheid van het bevoegd gezag en geen 'recht' van de aanvrager zoals dat wel het geval is voor Sommige informatie pas later toesturen op verzoek van aanvrager.
Dit volgt uit artikel 8.3c, lid 2 van het Bkl en artikel 7.16, lid 4 van de Omgevingsregeling.
Ontvangen aanvraag
Het bevoegd gezag ontvangt digitale vergunningaanvragen via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Lees meer op Vergunningaanvragen ontvangen en samenwerken.
Beoordelen aanvraag
De beoordelingsregels voor het wel of niet verlenen van de omgevingsvergunning voor de technische bouwactiviteit staan in artikel 8.3b van het Bkl. Die gaan alleen over de technische aspecten van een bouwwerk. Dus niet over ruimtelijke aspecten. Het bevoegd gezag moet bij de beoordeling uitgaan van de regels uit het Bbl zoals die gelden op het moment van indiening van de aanvraag (artikel 8.3, lid 1 Bbl).
De beoordelingsregels maken een onderscheid tussen het bouwen van een nieuw bouwwerk en het verbouwen of verplaatsen van een bestaand bouwwerk.
Nieuwbouw
Bij nieuwbouw moet de technische bouwactiviteit voldoen aan de:
- regels in hoofdstuk 4 van het Bbl én
- (eventuele) maatwerkregels over de technische bouwactiviteit in het omgevingsplan
Verbouw of verplaatsing bestaand bouwwerk
Bij verbouw of verplaatsing van een bestaand bouwwerk, moet de technische bouwactiviteit voldoen aan de regels over verbouw of verplaatsing van een bouwwerk in hoofdstuk 5 van het Bbl.
Geen beoordeling op bouwen en slopen zelf
De beoordeling gaat niet over de uitvoering van de bouwwerkzaamheden (of sloopwerkzaamheden) in afdeling 7.1 van het Bbl.
Weigeren aanvraag
Naast de beoordelingsregels zijn er ook weigeringsgronden. Het bevoegd gezag kan de aanvraag weigeren vanwege:
- de Wet Bibob (artikel 5.31 Omgevingswet)
- ernstige gezondheidsrisico's (artikel 5.32 Omgevingswet)
Verder moet het bevoegd gezag de aanvraag weigeren als een ander bevoegd gezag met een instemmingsbevoegdheid voor de bouwactiviteit de aanvraag weigert (artikel 5.33 Omgevingswet).
Bij een meervoudige aanvraag kan het voorkomen dat het bevoegd gezag de aanvraag voor een deel weigert en voor een deel vergunt (artikel 5.33a van de Omgevingswet). Bijvoorbeeld het deel over de bouwactiviteit weigeren en het deel over de milieubelastende activiteit vergunnen.
Voorschriften vergunning
Voorschriften die in de vergunning moeten
Het bevoegd gezag moet vergunningvoorschriften opnemen over het volgende:
- Het uiterlijk 3 weken later toesturen van bepaalde informatie op verzoek van aanvrager
- Termijn en weghalen van een tijdelijk bouwwerk. Voor een tijdelijk bouwwerk moet in de omgevingsvergunning een termijn staan. Die termijn mag maximaal 15 jaar zijn. Het tijdelijke bouwwerk moet dus weer weg zijn binnen maximaal 15 jaar. De vergunning moet dat aangeven. Heeft een eerder verleende vergunning een kortere termijn dan 15 jaar? Dan is het toegestaan om die termijn te verlengen tot maximaal 15 jaar (artikel 5.36 Omgevingswet in combinatie met artikel 10.23 Omgevingsbesluit). De pagina over Tijdelijke bouwwerken in het Bbl geeft aan hoe het werkt als iemand het tijdelijke bouwwerk toch langer dan 15 jaar wil laten staan.
Voorschriften die in de vergunning mogen
Het bevoegd gezag mag vergunningvoorschriften opnemen over het volgende:
- Het uiterlijk 3 weken later toesturen van bepaalde informatie als het bevoegd gezag dat goed vindt
- Vergunningvoorschriften die afwijken van de regels in het Bbl (maatwerk). Bedenk wel dat afwijkingen maar beperkt mogelijk zijn (artikel 4.5, 4.6 en 5.3a Bbl). Voor nieuwbouw is dat uitgelegd op Maatwerkvoorschriften voor nieuwbouw. Die uitleg geldt ook voor vergunningvoorschriften die afwijken van de regels in het Bbl (artikel 8.3d Bkl). Het bevoegd gezag mag dus geen maatwerk opnemen in vergunningvoorschriften als daardoor strijd is met deze beperkingen.
- Vergunningvoorschriften van administratieve aard (artikel 8.3e Bkl).
- Vergunningvoorschriften blijven gelden als de vergunning haar gelding heeft verloren (artikel 5.36, lid 3 Omgevingswet)
- De omgevingsvergunning geldt alleen voor degene aan wie zij is verleend (in plaats van een ieder die de activiteit uitvoert waarvoor de vergunning bedoeld is). Dit mag als de persoon van de vergunninghouder van belang is voor de toepassing van de beoordelingsregels (artikel 5.37, lid 3 Omgevingswet).
- Het bevoegd gezag mag normaliter een vergunning intrekken na verloop van 1 jaar zonder gebruik van de vergunning. Het bevoegd gezag mag in de vergunning een langere termijn opnemen (artikel 5.40, lid 2, onder b Omgevingswet).
- Het steeds opnieuw plaatsen van een seizoensgebonden bouwwerk. Denk bijvoorbeeld aan een strandpaviljoen. Op die manier is het niet nodig om steeds een nieuwe omgevingsvergunning aan te vragen bij het (opnieuw) plaatsen van het bouwwerk. De vergunning kan daarbij aangeven in welke periode(n) van het jaar het bouwen moet plaatsvinden.
- Een omgevingsvergunning voor een drijvend bouwwerk bevat automatisch ook de toestemming om het bouwwerk in verband met werkzaamheden te verplaatsen en op dezelfde locatie terug te plaatsen (artikel 5.36a, lid 2 Omgevingswet). Bij die werkzaamheden gaat het bijvoorbeeld om baggeren of onderhoud van het bouwwerk. Die toestemming hoeft dus niet expliciet in die vergunning te staan. Behalve voor werkzaamheden kunnen er ook andere gevallen zijn waarbij het bouwwerk weggaat en later weer terugkomt op dezelfde locatie. De omgevingsvergunning kan bepalen (eventueel met voorwaarden) dat de toestemming ook voor zo’n ander geval geldt.
Andere voorschriften mogen niet (artikel 8.3e Bkl).
Wijzigen vergunning
Een verleende omgevingsvergunning voor de technische bouwactiviteit is doorgaans niet meer te wijzigen (jurisprudentie laat soms uitzonderingen zien). Maar wat als iemand toch het bouwplan wil aanpassen vóór of tijdens het bouwen en er al zo’n omgevingsvergunning is verleend?
Zo’n wijziging van het bouwplan is mogelijk binnen het reguliere toezicht van de bouw op te vangen. Dat is een praktijk die gangbaar is binnen de bouw. Dan is er geen nieuwe aanvraag of bouwmelding nodig.
Maar het kan ook zijn dat de wijziging van het bouwplan zodanig is dat er eigenlijk sprake is van een totaal andere constructie. In dat geval is er geen andere optie dan de wijziging aan te merken als een nieuwe bouwactiviteit. Er zijn dan 3 mogelijkheden voor de wijziging:
- geen omgevingsvergunning en ook geen bouwmelding nodig. Zoals het plaatsen van een dakkapel. Een vergunningvrije bouwactiviteit mag een initiatiefnemer tijdens de bouw realiseren in afwijking van de omgevingsvergunning.
- bouwmelding nodig als het bouwwerk onder gevolgklasse 1 valt
- omgevingsvergunning technische bouwactiviteit nodig
Bij het aanvragen of melden van alleen de planwijziging mag het bevoegd gezag alleen die wijziging beoordelen. En dus niet opnieuw het integrale bouwplan in volle omvang.
Of de wijziging 'past' binnen de verleende vergunning is een afweging voor het bevoegd gezag. Dat kan per situatie verschillen en is afhankelijk van de aard en omvang van de wijziging.
Het wijzigen van een bouwplan van een nieuw, onvoltooid bouwwerk valt overigens niet onder verbouw. Dat valt onder nieuwbouw. Het is namelijk niet het veranderen van een bestaand bouwwerk want het bouwwerk is nog niet voltooid.
Intrekken vergunning
Het bevoegd gezag kan een verleende omgevingsvergunning voor een technische bouwactiviteit intrekken:
- In het kader van handhaving (artikel 18.10 Omgevingswet).
- Bij niet gebruik maken van de omgevingsvergunning (artikel 5.40, lid 2, onder b Omgevingswet).
- Op verzoek van de vergunninghouder (artikel 5.40, lid 2, onder c Omgevingswet).
- Vanwege de Wet Bibob (artikel 5.40, lid 2, onder d in combinatie met artikel 5.31, lid 1 Omgevingswet)
Het bevoegd gezag met een instemmingsbevoegdheid bij het verlenen van de omgevingsvergunning kan verzoeken om de omgevingsvergunning in te trekken. Als dat bevoegd gezag daarom vraagt, trekt de vergunningverlener de omgevingsvergunning in (artikel 5.41, lid 1 Omgevingswet).
Afwijking vergunning gaat voor op Bbl-regel
Wijkt een omgevingsvergunning voor een technische bouwactiviteit af van een regel in de hoofdstukken 4 of 5 van het Bbl? Dan is alleen die afwijking uit de vergunning van toepassing en niet de Bbl-regel. Deze voorrangsregel staat in artikel 2.7a van het Bbl.
Wijkt een omgevingsvergunning voor een technische bouwactiviteit niet af van een regel in de hoofdstukken 4 of 5 van het Bbl? Dan geldt 'gewoon' de Bbl-regel.
Een afwijking kan blijken uit vergunningvoorschriften, tekeningen of gegevens en bescheiden bij de aanvraag.
Bouwwerk niet in stand laten zonder omgevingsvergunning
Het is verboden om een (deel van een) bouwwerk in stand te laten als dat gebouwd is zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning (artikel 5.6 Omgevingswet). Wie het bouwwerk heeft gebouwd, maakt daarbij niet uit.
Wil iemand zo'n bouwwerk toch laten staan zonder verbod? Dan is alsnog een:
- omgevingsvergunning voor een technische bouwactiviteit nodig of
- bouwmelding nodig als het bouwwerk onder gevolgklasse 1 valt.
Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is één van de 4 algemene maatregelen van bestuur (AMvB's) onder de Omgevingswet. Het Bbl bevat regels over bouwwerken.
Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)
Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is een van de 4 algemene maatregelen van bestuur (AMvB's) onder de Omgevingswet.