Veelgestelde vragen graven en saneren
Onze helpdesk krijgt vaak terugkomende vragen. Hieronder staan de veelgestelde vragen over graven in de bodem en saneren van de bodem.
Graven in de bodem boven de interventiewaarden
Als tijdens het graven iets onverwachts gebeurt dat leidt tot een wijziging van de eerder gemelde gegevens, moet de initiatiefnemer deze wijzigingen aan het bevoegd gezag doorgeven. Volgens het derde lid van artikel 4.1220 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) geldt dan een termijn van een week om de activiteit te mogen voortzetten. Dit is niet altijd redelijk, bijvoorbeeld als door het graven een weg openligt. Wanneer het wegens de omstandigheden niet redelijk is om langer te wachten, kan het bevoegd gezag beslissen om te gedogen dat de initiatiefnemer de activiteit al eerder voortzet.
Graven in de bodem kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarden
Tijdens het graven stuit een initiatiefnemer soms op een onverwachte verontreiniging. Bijvoorbeeld een verontreiniging met asbest of minerale olie. Het is dan belangrijk om te stoppen met graven en de afwijkende verontreinigingssituatie eerst in overleg met het bevoegd gezag te onderzoeken. Dit is niet alleen nodig vanwege de regels uit het Bal, maar ook in verband met arbeidsomstandigheden.
Als blijkt dat sprake is van een verontreiniging boven de interventiewaarde bodemkwaliteit, dan betekent dit dat voor het graven formeel een melding nodig is via het Omgevingsloket. De initiatiefnemer moet dan 4 weken (1 week als sprake is van tijdelijk uitnemen) wachten om de activiteit voort te mogen zetten. Dit is niet altijd redelijk. Wanneer het wegens de omstandigheden niet redelijk is om van de initiatiefnemer te verwachten te wachten, kan het bevoegd gezag beslissen om te gedogen dat de initiatiefnemer al eerder de activiteit voortzet.
Waar kan ik een overzicht vinden van de regels voor graven en saneren in (verontreinigde) landbodem?
In het Bal zijn regels opgenomen voor het graven in de bodem in meer dan 25 m3. En ook voor het saneren van de landbodem. Aanvullend kunnen er nog regels gelden uit het omgevingsplan van de gemeente. Er kunnen ook regels staat in de omgevingsverordening van de provincie, bijvoorbeeld over grondwaterverontreinigingen.
In bepaalde situaties geldt overgangsrecht waardoor de regels uit de Wet bodembescherming van toepassing blijven. Het overgangsrecht is geregeld in de Aanvullingswet bodem Omgevingswet. Daarnaast geldt altijd de zorgplicht.
Zie voor meer informatie over de regels voor graven in de bodem in vraag 3 en voor meer informatie over saneren van de bodem in vraag 13.
Voor graven in een bodem in een omvang groter dan 25 m3 (in-situ bodemvolume) gelden er regels voor graven in de bodem uit paragraaf 4.119 van het Bal.
Interventiewaarde bepalend voor welke regels gelden
Binnen paragraaf 4.119 is onderscheid gemaakt tussen regels die altijd gelden en die alleen gelden als sprake is van een bodem waarbij voor 1 of meerdere stoffen de interventiewaarde bodemkwaliteit is overschreden.
De kwaliteit van de bodem (en dus of er wel of geen sprake is van een overschrijding van de interventiewaarde) volgt uit een voorafgaand bodemonderzoek. Bij het bepalen of sprake is van de regels die alleen gelden voor graven in een bodem die verontreinigd is boven de interventiewaarde bodemkwaliteit, maakt het niet uit wat de omvang van de verontreinigde bodem boven de interventiewaarde is. Bij het graven in heterogeen verontreinigde bodem is hier nog wel ruimte van beoordelingsruimte om te bepalen of de bodem inderdaad verontreinigd is tot boven de interventiewaarde.
Omgaan met heterogene bodemkwaliteit
Als er sprake is van een heterogene bodemkwaliteit, bijvoorbeeld in de bovenste laag van stedelijke bodems, dan kan het voorkomen dat de hogere concentraties ruimtelijk niet te onderscheiden zijn van de lagere concentraties van stoffen. In dat geval kan uitgegaan worden van de gemiddelde bodemkwaliteit om te bepalen welke milieubelastende activiteit voor graven van toepassing is. Dit is uiteindelijk ter beoordeling van het bevoegd gezag. Geadviseerd wordt dan ook om bij dergelijke situaties afstemming te zoeken met het bevoegd gezag om te bepalen welke activiteit van toepassing is. Lees meer hierover in een advies van de werkgroep bodemregels in de Omgevingswet over het graven in een heterogeen verontreinigde bodem.
Kleinschalig graven: geen rijksregels
Voor graven in een bodem in een omvang kleiner dan of gelijk aan 25 m3 (in-situ) gelden geen regels uit het Bal. Wel kan het zijn dat een gemeente regels heeft opgenomen in het omgevingsplan voor kleinschalig graven, bijvoorbeeld de ‘bruidsschatregels’ voor kleinschalig graven. Een gemeente kan deze bruidsschatregels aanpassen of laten vervallen.
Samenvattend overzicht regels voor graven in de bodem
In onderstaande tabel zijn de regels voor graven in de bodem schematisch weergegeven.
|
Horizontaal: kwaliteit t.o.v. interventiewaarde bodemkwaliteit / Verticaal: Omvang bodemvolume grondverzet |
Kwaliteit kleiner dan of gelijk aan interventiewaarde bodemkwaliteit | Kwaliteit groter dan de interventiewaarde bodemkwaliteit |
|---|---|---|
| Omvang bodemvolume grondverzet <25 m3 | Geen rijksregels, mogelijk regels in omgevingsplan |
Geen rijksregels, mogelijk regels in omgevingsplan voor kleinschalig graven (zie bruidsschat kleinschalig graven) |
| Omvang bodemvolume grondverzet >25 m3 | Algemene regels Bal paragraaf 3.2.21 en 4.119 (mba graven in bodem; lichte variant) | Algemene regels Bal paragraaf 3.2.21 en 4.119 (mba graven in bodem; zwaardere variant) |
Daarnaast geldt altijd de zorgplicht. Welke zorgplicht van toepassing is, is afhankelijk van de situatie.
Voor graven in een bodem van een omvang kleiner dan of gelijk aan een bodemvolume van 25 m3 gelden geen regels uit het Bal. Het gaat hierbij om het totale bodemvolume te ontgraven bodem. Dus zoals dat in-situ in de bodem zit (bijvoorbeeld te bepalen door het ontgravingsoppervlakte te vermenigvuldigen met de ontgravingsdiepte). Daarbij is het niet relevant wat de omvang van een eventuele verontreiniging boven de interventiewaarde is. Het totale volume te ontgraven bodem is bepalend of de regels uit het Bal van toepassing zijn.
In principe bepaalt de initiatiefnemer van een activiteit de begrenzing / aanduiding daarvan. Advies is om bij twijfel over de exacte hoeveelheid (bijvoorbeeld rond het bodemvolume van 25 m3) vooraf afstemming te zoeken met het bevoegd gezag (gemeente) of de omgevingsdienst. Dit geldt ook als twijfel is of sprake is van één activiteit of meerdere activiteiten. Als bijvoorbeeld sprake is van meerdere niet aaneengesloten grondverzet in de directe omgeving, kan het zowel in het belang van de initiatiefnemer als het bevoegde gezag zijn om te kiezen voor één melding (voorzien van een duidelijke uitleg en tekening) in plaats van meerdere losse meldingen.
Het is niet toegestaan om een activiteit bewust op te knippen in kleinere bodemvolumes dan 25 m3 om daarmee onder de regels van het Bal uit te komen. Als het gaat om aaneengesloten grondverzet van ten minste 25 m3 dan gelden de regels van het Bal en kan het bevoegd gezag handhavend optreden als die regels worden overtreden.
Bij de afbakening van een activiteit kunnen de volgende criteria als hulpmiddel gelden:
- Geografische samenhang:
Als het gaat om aaneengesloten grondverzet dan is er sprake van één graafactiviteit (zie de nota van toelichting bij het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet, Stb 2021, 98, blz. 179-180). Voorbeelden van aaneengesloten grondverzet: aanleggen van een kabel of leiding, de aanleg van een weg of het graven van een watergang. Van een andere geografische samenhang is sprake als graafactiviteiten in de directe nabijheid van elkaar worden verricht. Ook in dat geval is er sprake van één activiteit. - Zelfde opdrachtgever en/of uitvoerende organisaties:
Als de activiteit dezelfde opdrachtgever en opdrachtnemer kent, ligt het eerder voor de hand om uit te gaan van één activiteit, terwijl bij verschillende opdrachtgevers en/of opdrachtnemers het een reden kan zijn om van meerdere activiteiten te spreken, zodat ook door verschillende organisaties meldingen gedaan kunnen worden. - Tijd:
Als een graafactiviteit gefaseerd plaatsvindt, kan de initiatiefnemer ervoor kiezen om de verschillende fases als losse activiteiten te zien en hiervoor verschillende meldingen te doen. - Intentie van de wetgever:
Uit de toelichting bij de regelgeving volgt dat de aanleiding voor de ondergrens is om bij een bepaalde typen kleinschalig grondverzet niet onevenredige zware regels te laten gelden. Zie bijvoorbeeld paragraaf 8.2 uit de Nota van Toelichting van het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet
Is sprake van een ontgraving van een hoeveelheid bodemvolume van meer dan 25 m3 in een bodem waar gedeeltelijk sprake is van een overschrijding van de interventiewaarde bodemkwaliteit? Dan gelden de zwaardere regels uit de milieubelastende activiteit graven in bodem.
Dat betekent dat voorafgaand aan de activiteit een meldplicht geldt. Ook gelden de regels voor kwaliteitsborging. De uitvoerend aannemer moet erkend zijn voor de BRL SIKB 7000. En in sommige situaties moet de activiteit ook milieukundig begeleid worden volgens de BRL SIKB 6000.
Wel heeft de initiatiefnemer de mogelijkheid om een splitsing aan te brengen tussen het deel van de locatie dat verontreinigd is boven de interventiewaarde (graven > I met zwaardere regels) en het deel dat niet boven de interventiewaarde verontreinigd is.
Hiermee voorkomt de initiatiefnemer dat de zwaardere regels (met name de erkenningsplicht voor de BRL SIKB 7000 voor de uitvoerend aannemer en eventueel ook de milieukundige begeleiding volgens de BRL SIKB 6000) gelden voor de gehele ontgraving. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen bij een langgerekte ontgraving voor de aanleg van een kabel of leiding die slechts op 1 plaats door een kleine verontreiniging boven de interventiewaarde gaat.
Graven in de bodem > 25 m3 als de bodem verontreinigd is boven de interventiewaarde
- Er geldt een meldingsplicht voorafgaand aan de activiteit met een termijn van 4 weken. Als uitsluitend sprake is van tijdelijk uitnemen en weer terugplaatsen geldt een termijn van 1 week. U kiest in het Omgevingsloket bij stap 3 'Graven in bodem - Melding (Rijk)'.
- Er geldt aanvullend nog een informatieplicht voorafgaand aan de activiteit met een termijn van 4 weken. Alleen voor de NAW-gegevens van de aannemer en milieukundig begeleider geldt een termijn van 1 week. Voor het uitsluitend tijdelijk uitnemen geldt een termijn van 1 week. U kiest in het Omgevingsloket bij stap 3 'Graven in bodem - Informatie (Rijk)'.
- Als sprake is van spoedreparaties van vitale ondergrondse infrastructuur geldt er een uitzondering op de meld- en informatieplicht voorafgaand aan de activiteit. Wel geldt er na afloop van de activiteit een informatieplicht om het bevoegd gezag over de graafactiviteit te informeren. U kiest in het Omgevingsloket bij stap 3 'Graven in bodem - Informatie (Rijk)'. Meer informatie op Graven bij spoedreparaties van vitale ondergrondse infrastructuur.
- Uiterlijk een week na het einde van de activiteit geldt ook een informatieplicht. U kiest in het Omgevingsloket bij stap 3 opnieuw 'Graven in bodem - Informatie (Rijk)'. Bij stap 4 geeft u dan aan 'Het graafwerk is klaar'.
Graven in de bodem > 25 m3 als de bodem niet verontreinigd is boven de interventiewaarde
- Er geldt geen meldingsplicht voor deze activiteit.
- Er geldt een informatieplicht voorafgaand aan de activiteit met een termijn van 1 week. Als uitsluitend sprake is van tijdelijk uitnemen geldt er geen informatieplicht. U kiest in het Omgevingsloket bij stap 3 'Graven in bodem - Informatie (Rijk)'.
- Als sprake is van spoedreparaties van vitale ondergrondse infrastructuur geldt er een uitzondering op de meld- en informatieplicht voorafgaand aan de activiteit. Wel moet na afloop van de activiteit aan een informatieplicht voldaan worden. U kiest in het Omgevingsloket bij stap 3 'Graven in bodem - Informatie (Rijk)'. Meer informatie op Graven bij spoedreparaties van vitale ondergrondse infrastructuur.
Kleinschalig graven (≤ 25 m3) volgens de bruidsschatregels uit het omgevingsplan (alleen voor verontreinigingen groter dan de interventiewaarde)
- Er geldt geen meldingsplicht voor deze activiteit.
- Er geldt een informatieplicht voorafgaand aan de activiteit met een termijn van 1 week. U kiest in het Omgevingsloket bij stap 3 'Kleinschalig graven (25 m3 of minder) in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit - Informatie (Gemeente)'. Als uitsluitend sprake is van tijdelijk uitnemen of van spoedreparaties van vitale ondergrondse infrastructuur geldt er geen informatieplicht.
Zie ook het Stroomschema graven in de bodem.
Nee, dat is niet toegestaan. Alleen voor spoedreparaties van vitale ondergrondse infrastructuur is er een uitzondering op de meld- en informatieplicht voorafgaand aan de activiteit en mag direct gestart worden met graven.
Soms komt het voor dat er tijdens een graafactiviteit iets onverwachts gebeurt. Zie hiervoor de vraag 'Wat te doen als er tijdens het graven iets onvoorziens gebeurt?'
De definitie van tijdelijk uitnemen van grond staat in bijlage I van het Bal en luidt: 'het uitnemen van grond uit de bodem, waarna die grond weer wordt teruggebracht op of in de bodem, onder dezelfde omstandigheden en zonder te zijn bewerkt.'
De voorwaarden waaronder de uitgenomen grond weer teruggebracht kan worden zijn bij graven in de bodem die verontreinigd is boven de interventiewaarde bodemkwaliteit wat strenger. De grond moet dan in hetzelfde ontgravingsprofiel teruggeplaatst worden. Lees meer hierover op de pagina Tijdelijk uitnemen van grond of baggerspecie.
Het transporteren van grond of baggerspecie is geen milieubelastende activiteit volgens het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Melden van het transport via het Omgevingsloket is daarom niet nodig. Wel gelden soms meldverplichtingen voor het graven, (tijdelijk) opslaan en toepassen van grond of baggerspecie. De transporteur heeft met verplichtingen uit andere regelgeving te maken. Meer informatie vindt u op de pagina Transport van grond of baggerspecie.
Als bij graven in de bodem uitsluitend sprake is van het tijdelijk uitnemen (dat wil zeggen dat geen afvoer van grond verwacht is), gelden er enkele uitzonderingen:
- Bij graven in de bodem waarbij geen sprake is van een overschrijding van de interventiewaarden geldt er geen meldplicht. Ook geldt een uitzondering op de informatieplicht voorafgaand aan de activiteit. Dat betekent dat u kunt starten met de activiteit zonder dat u het bevoegd gezag hoeft te informeren. Als u twijfelt of de activiteit voldoet aan de vereisten van tijdelijk uitname, dan is het wel raadzaam om hierover contact op te nemen met het bevoegd gezag.
- Bij graven in de bodem waarbij wel de interventiewaarden overschreden worden geldt er een kortere termijn voor de melding en de informatieplicht,. Namelijk van ten minste 1 week in plaats van de reguliere termijn van ten minste 4 weken.
- Bij graven in de bodem kan bij een bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarden milieukundige begeleiding verplicht zijn. In artikel 4.1229 van het Bal staat vermeld in welke 3 situaties milieukundige begeleiding door een BRL SIKB 6000 erkende organisatie verplicht is. Die criteria zijn:
- een deel van de verontreinigde grond wordt niet wordt teruggebracht in het ontgravingsprofiel, maar afgevoerd van de locatie.
- op de locatie is al een afdeklaag in de vorm van een leeflaag of een andere duurzame afdeklaag (bij een eerder uitgevoerde bodemsanering) aanwezig en de ontgraving reikt dieper dan deze laag; of
- er is sprake van meerdere partijen (bijvoorbeeld verschillende kwaliteitsklassen) die overeenkomstig artikel 4.1225 gescheiden moeten worden gehouden.
Vaak zal er bij het tijdelijk uitnemen deze criteria niet van toepassing zijn. En geldt er dus een uitzondering voor de milieukundige begeleiding.
Onder de regels uit voor graven in bodem uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is het toegestaan om (een deel van de uitgeplaatste) grond af te voeren van de locatie. Wilt u gebruikmaken van de uitzonderingen die bij graven gelden voor het tijdelijk uitnemen? Dan moet u echt de intentie hebben om alle uitgenomen grond weer terug te plaatsen. Afvoer van grond is dan niet zonder meer mogelijk.
Blijkt tijdens de activiteit dat niet alle grond teruggeplaatst kan worden? Dan moet u het bevoegd gezag hierover informeren.
Graven in een bodem waarbij geen sprake is van overschrijding van de interventiewaarden
Bij het graven in een bodem met een kwaliteit kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarden bodemkwaliteit geldt de informatieplicht één week voorafgaand aan de activiteit (artikel 4.1221 Bal). Behalve als sprake is van alleen tijdelijk uitnemen (lid 3). Als blijkt dat toch sprake is van afvoer van grond, dan herleeft de informatieplicht. De initiatiefnemer moet het bevoegd gezag alsnog informeren over de graafactiviteit. Als blijkt dat een initiatiefnemer bewust misbruik maakt van de uitzondering op de informatieplicht (en/of dat vaker heeft gedaan), dan kan het bevoegd gezag handhavend optreden.
Graven in een bodem waarbij sprake is van overschrijding van de interventiewaarden
Bij het graven in een bodem waarbij deze geheel of gedeeltelijk een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit heeft, geldt voor tijdelijk uitnemen een meldplicht met een termijn van 1 week in plaats van 4 weken (artikel 4.1220, lid 4 Bal). Is bij de melding aangegeven dat alle grond teruggeplaatst wordt? Dan moet de initiatiefnemer bij onverwachte afvoer (formeel ongeacht hoeveel dat is) het bevoegd gezag informeren over de wijziging van de melding. In lid 3 van artikel 4.1220 Bal staat dat de gewijzigde gegevens moeten worden verstrekt aan het bevoegd gezag ten minste 1 week voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan staat in de gegevens van de melding. Het naleven van deze termijn van ten minste 1 week is in de praktijk lastig, als tijdens of na afloop van de activiteit blijkt dat grond afgevoerd moet worden. Maar zoals onder de oude regelgeving (Wet bodembescherming of Besluit uniforme saneringen) kan hier pragmatisch mee omgegaan worden. Blijkt dat een initiatiefnemer bewust misbruik maakt van de kortere termijn voor tijdelijk uitnemen, maar toch grond afvoert (en/of dat vaker heeft gedaan)? Dan kan het bevoegd gezag handhavend optreden.
Bij twijfel
Twijfelt u voorafgaand aan de activiteit of alle grond wel teruggeplaatst kan worden? Beroep u dan niet bij voorbaat op de uitzonderingen voor de meld- en informatieplicht. Hiermee voorkomt u vertraging en/of discussie met het bevoegd gezag.
Voor het eventueel moeten uitvoeren van milieukundige begeleiding bij het graven in een bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarden, staat in de artikelsgewijze toelichting van (het voormalige) artikel 4.1233 van het Bal:
'Omdat het praktisch gezien bijna nooit mogelijk is om alle grond weer terug te brengen in het profiel van ontgraving wordt hiervoor een ondergrens gehanteerd van 25 m3. Dit wil zeggen dat wordt voldaan aan de genoemde voorwaarde als ten hoogste 25 m3 verontreinigde grond niet kan worden teruggeplaatst en van de locatie moet worden afgevoerd.'
In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan een aantal uitzonderingen voor het graven in verband met spoedreparaties aan vitale ondergrondse infrastructuur. Dat is het herstellen van ondergrondse infrastructuur die van belang is voor (drink)water, energie en telecommunicatie, waarbij snelle reparatie noodzakelijk is vanuit algemeen belang. Zie hiervoor de pagina Graven bij spoedreparaties van vitale ondergrondse infrastructuur.
De regels voor saneren van de bodem zijn opgenomen in paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Meer informatie hierover staat op Inhoudelijke regels saneren van de bodem. De regels zijn goed vergelijkbaar met de regels uit de categorie 'immobiel' uit het voormalige Besluit uniforme saneringen (BUS). De initiatiefnemer heeft bij de sanering de keuze tussen een standaardaanpak voor het verwijderen van de verontreiniging tot de terugsaneerwaarde of het afdekken van een verontreiniging met een isolatielaag (afdeklaag of leeflaag).
Aanvullend kunnen er regels gelden uit het omgevingsplan of de omgevingsverordening.
Als sprake is van overgangsrecht uit de Aanvullingswet bodem, dan blijft de Wet bodembescherming van toepassing. Het is dan dus niet mogelijk om de sanering onder de regels van de milieubelastende activiteit saneren van de bodem uit het Bal uit te voeren.
Zie ook het Stroomschema saneren van de bodem.
Het gebruik van de activiteit saneren van de bodem is verplicht als dit is voorgeschreven in decentrale regels. De gemeente geeft in het omgevingsplan aan bij welke (bouw)activiteiten of (ruimtelijke) ontwikkelingen (sanerende) maatregelen moeten worden genomen.
Voor die maatregelen kan de gemeente verwijzen naar de standaardaanpakken voor de milieubelastende activiteit saneren van de bodem uit paragraaf 4.121 van het Bal (milieubelastende activiteit saneren).
Als de gemeente dat heeft gedaan, zal de initiatiefnemer een bodemsanering conform de regels over de milieubelastende activiteit saneren moeten verrichten. Met de standaardaanpakken kan de initiatiefnemer de bodem geschikt maken voor het toekomstig gebruik (functiegericht saneren).
Een initiatiefnemer mag ook een bodemsanering vrijwillig uitvoeren. Bijvoorbeeld om de locatie geschikt te maken voor het toekomstig gebruik, het gericht wegnemen van een bodemverontreiniging of in het kader van aankoop of verkoop. Ook dan gelden de regels uit de milieubelastende activiteit saneren.
Toepassingsbereik
Een activiteit valt namelijk onder de milieubelastende activiteit saneren van de bodem als sprake is van het oogmerk het saneren van de bodem. De definitie van saneren staat in bijlage I onderdeel A van het Bal en luidt: 'beperken of ongedaan maken van de blootstelling aan de verontreiniging van de bodem of het beperken of ongedaan maken van de verontreiniging van de bodem'.
Overigens zijn in artikel 3.48h wel een aantal situaties uitgesloten van de aanwijzing, namelijk:
- een grondwatersanering;
- het beperken of ongedaan maken van verontreiniging van de waterbodem
- herstelwerkzaamheden na een eindonderzoek bodem, of maatregelen direct na een ongewoon voorval
Toelichting
Niet alle werkzaamheden waarbij verontreinigde grond uit de bodem wordt verwijderd, vallen onder de milieubelastende activiteit saneren van de bodem. In de toelichting van het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet staat hierover:
'Het 'oogmerk saneren van de bodem' dient om het onderscheid te verduidelijken tussen enerzijds 'zuiver' saneren, waarbij het voornemen van de initiatiefnemer is gericht op een schonere bodem c.q. door het afgraven van verontreinigde bodem (saneringsaanpak als bedoeld in artikel 4.1242), en anderzijds tijdelijk uitnemen van grond tijdens de milieubelastende activiteit graven, waarbij overtollige verontreinigde grond wordt afgevoerd. (…). Het is niet de bedoeling dat een aannemer die bezig is met graafwerkzaamheden (tijdelijk uitnemen) en overtollige grond afvoert, door een toezichthouder wordt tegengeworpen dat hij bezig is met een bodemsanering en daarom aan aanvullende of andere regels moet voldoen. Omgekeerd is het evenmin de bedoeling dat iemand die verontreinigde bodem ontgraaft en die afvoert, zonder een redelijk civieltechnisch doel en dus in feite met het oogmerk om te saneren, zich zou kunnen onttrekken aan de regels voor de milieubelastende activiteit saneren enkel door te beweren dat hij slechts aan het graven is.'
Uit deze toelichting volgt dat als de initiatiefnemer tot doel heeft om (al dan niet vrijwillig) te saneren, de verplichting geldt om dat te doen volgens de regels uit de milieubelastende activiteit saneren. Daarbij bepaalt de initiatiefnemer wel zelf of de sanering zich op de hele of een deel van de verontreiniging richt.
Een deelsanering behoort dus tot de mogelijkheden. Ook heeft de initiatiefnemer de mogelijkheid om een afwijkende saneringsaanpak voor te stellen door het aanvragen van een maatwerkvoorschrift bij het bevoegd gezag.
Bij het saneren van de bodem is vaak ook sprake van andere activiteiten die gelijktijdig (in onderlinge samenhang) plaatsvinden.
Bij een sanering van de bodem is bijvoorbeeld meestal ook sprake van het graven in de bodem en/of het toepassen van grond (leeflaag of aanvulgrond). In dat geval moet u voor dat zelfde project zowel meldingen doen voor de activiteiten Saneren van de bodem, Graven in de bodem en Toepassen van grond of baggerspecie. Dit kan ook gelden voor bijkomende activiteiten als het lozen van vrijkomend afvalwater of het onttrekken van grondwater (bemaling).
Omgevingsloket
In het Omgevingsloket staan dan alle aanvragen en meldingen bij elkaar in 1 overzicht per project. Hiervoor moet u bij stap 3 (keuze activiteiten) van de aanvraag in het Omgevingsloket alle relevante activiteiten kiezen, zodat u daar de vragen voor kan beantwoorden en de documenten kunt toevoegen. Het is ook mogelijk om de meldingen en informatieplichten afzonderlijk te doen.
De Vergunningcheck uit het Omgevingsloket kan u daarbij helpen.