Het overgangsrecht voor milieueffectrapportage (mer) sluit aan bij overgangsrecht voor besluit, plan, programma of project waarvoor mer-regelgeving geldt.
Het bevoegd gezag moet de toepasselijke rijks- en decentrale regels rond vergunningvoorschriften toepassen. En kan doel- en middelvoorschriften stellen.
Bij een wateractiviteit is het bevoegd gezag in verschillende situaties verplicht om advies of instemming te vragen aan een adviesorgaan.
Voor het opslaan van goederen gelden afvalvoorschriften uit paragraaf 4.104 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).
Invasieve uitheemse soorten komen niet van nature voor in Nederland en zijn door mensen in de natuur terechtgekomen. Ze zijn schadelijk of bedreigend.
Rijk, provincies en waterschappen moeten de introductie en verspreiding van invasieve exoten voorkomen en beheersen.
De inhoud van het programma komt ook in het Omgevingsloket van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Als overheid publiceert u hiervoor het programma ...
Soorten voorbeschermingsregels en de werking daarvan. Zie artikel 4.14, lid 3, en de artikelen 4.15, lid 3, en 4.16, lid 4 van de Omgevingswet.
In de instructieregels voor het Project Mainportontwikkeling Rotterdam wijst het Rijk aanleggebieden aan voor Maasvlakte 2 en voor natuurcompensatie.
De emissiegrenswaarden voor stookinstallaties op niet-standaard brandstoffen zijn afhankelijk van het type installatie en het type brandstof(fen).
De omgevingsvergunning voor een valkeniersactiviteit heeft de valkeniersakte vervangen. Voor een al afgegeven valkeniersakte geldt overgangsrecht.
Wanneer de Omgevingswet in werking treedt, hoeven bedrijven die zelf niets veranderen, niets te doen. Bedrijven hoeven voor een inrichting niet opnieuw een ...
Voor het opslaan van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik gelden regels over veiligheid uit paragraaf 4.103 van het Bal.
Het algemeen overgangsrecht van de Invoeringswet en het Invoeringsbesluit Omgevingswet verschilt in 6 situaties in de rubber- en kunststofindustrie.
De omgevingsvisie richt zich op de fysieke leefomgeving, inclusief bodem en ondergrond. In de omgevingsvisie moet u kennis nemen van de bodemkwaliteiten.
Het instrument programma in relatie tot bodem leent zich er voor om met andere overheden samen te werken aan een of meerdere doelen.
Bodem is onderdeel van de fysieke leefomgeving. Wetsinstrumenten van de Omgevingswet gaan ook over bodem. Op deze pagina over bodem en het omgevingsplan.
Tekst en uitleg over de verschillende begrippen die worden gebruikt in de context van de Omgevingswet: bodem, grondwater, ondergrond.
Het bestaande beschermingsniveau voor het milieu mag niet achteruitgaan door de Omgevingswet. De belangrijkste veranderingen voor bodembescherming.
Regels voor het toepassen en hergebruiken van bouwstoffen, grond en baggerspecie, en over kwaliteitsborging bij werkzaamheden in het bodembeheer.
Eisen voor de kwaliteit en integriteit van onder meer uitvoerders bij werkzaamheden in het bodembeheer, uit het Besluit bodemkwaliteit (Bbk).
Uitleg over functiescheiding: bij cruciale werkzaamheden moet degene die de werkzaamheid uitvoert, onafhankelijk zijn ten opzichte van de eigenaar.
Uitleg over de erkenning bodemkwaliteit, voor welke werkzaamheden deze geldt en uitleg over het verschil tussen accreditatie en certificatie.
Uitleg over de 5 typen milieuverklaring over kwaliteit van bouwstoffen, grond, baggerspecie, (vermengde) mijnsteen, of van de ontvangende (water)bodem.
De Regeling bodemkwaliteit 2022 (Rbk 2022) stelt eisen aan de uitvoering van de partijkeuring en de afgifte van de milieuverklaring bodemkwaliteit.