Gesloten opslaginstallaties, zoals silo's, opslaghallen, koepels of domes, zijn geschikt voor kortdurende opslag.
Om de verspreiding van stofemissies door wind bij opslag te voorkomen kan de materiaalhoop worden afgedekt.
De korstvormer, bindmiddel of vastleggend middel wordt met water op het product gesproeid. Zo ontstaat een laag die verstuiving en verspreiding van stof ...
Om bij opslag stofvorming te voorkomen, kan de bovenlaag van de materiaalhoop worden gecompacteerd. Dit beperkt verstuiving en daarmee stofemissies.
Hierbij wordt het materiaal onder een zeil gestapeld, zodat de opslaghoop groeit onder de bedekking. Voor kortdurende opslag.
De impact van de wind op een opslaghoop is het minste als de lengterichting van de opslaghoop parallel ligt met de meest voorkomende windrichting.
Door het bevochtigen (vernevelen van water) van materiaal klonteren stofdeeltjes samen. Hierdoor ontstaan grotere deeltjes die niet snel verstuiven.
Wanneer de activiteithouder activiteiten waarbij stof vrijkomt beperkt of zo gering mogelijk houdt, zal de stofemissie dalen.
Door het schoonhouden wordt voorkomen dat mors of achtergebleven materiaal gaat verwaaien. Schoonhouden is een typische 'good housekeeping'-maatregel.
Constructies die mogelijk stof emitteren kunnen worden afgeschermd, overkapt of gedeeltelijk ingekapseld, wat de stofemissie kan beperken.
Stofemissie die vrijkomt tijdens overslag is te beperken met constructies die de overslagactiviteit (bijna) geheel afsluiten van de buitenlucht.
Afzuiging is effectief voor het voorkomen van stofemissies. De met stof vervuilde lucht wordt naar een stofafscheider geleid.
Monitoring draagt bij aan stofemissiereductie omdat het door monitoren tijdig ontdekt wordt als ergens te veel emissies vrijkomen.
Met een milieuzorgsysteem kunnen de milieueffecten (milieurisico's) van de bedrijfsvoering beheerst en verminderd worden.
Er gelden eisen voor de concentratie van verontreinigende stoffen vanuit bedrijven naar de lucht: de emissiegrenswaarden.
Bij het breken wordt het aangevoerde materiaal verkleind door het materiaal te onderwerpen aan druk- en wrijvingskrachten.
Snijden gebeurt door het materiaal te verkleinen met draaiende messen. Het bewerkte materiaal is stuifgevoeliger dan het materiaal dat onbewerkt is.
Malen is het fijnmaken van materiaal met een molen. Het bewerkte materiaal is stuifgevoeliger dan het materiaal dat onbewerkt is.
Een zeef (zift) wordt gebruikt om mengsels te scheiden op basis van verschillende korrelgroottes of om vast van vloeibaar te scheiden.
Ferrometalen (ijzer, blik en staal) kunnen uit een materiaalstroom worden verwijderd door magneten. Ferrometalen worden door magneten aangetrokken.
Een wervelstroomscheider (Engels: eddy current) kan non-ferrometalen zoals koper, zink en aluminium separeren uit afval en schroot.
Windziften is een proces voor het droog scheiden van een product. Er kan gescheiden worden op korrelgrootte, specifieke massa of korrelvorm.
Een transportband is voorzien van infraroodcamera's die kunnen bepalen wat voor soort materiaal met de transportband voorbij komt.
Met verzetmachines (bijvoorbeeld shovels, graafmachines, kranen (tunnel)omzetmachines en draglines) wordt materiaal opgepakt en bij elkaar gevoegd.
Menglijn: vanuit silo's of bunkers wordt op een lopende band materiaal gedoseerd. De gemengde materialen houden over het algemeen dezelfde stuifgevoeligheid.