Omschrijving brontypen. Bronnen zijn onder te verdelen in de volgende 4 typen: puntbron, lijnbron, oppervlaktebron en bron plus gebouw.
De ruwheidslengte, symbool z0 [m], is een effectieve maat voor de hoeveelheid en hoogte van obstakels op de grond.
De gebouwmodule is ontworpen voor blokvormige gebouwen. In de praktijk komen veel gebouwvormen voor die afwijken van de ideale rechthoekige of (blok)vorm ...
Het Nieuw Nationaal Model (NNM) vraagt de gebruiker om de buitendiameter en de binnendiameter van de schoorsteen op te geven, beide bij de schoorsteenmond.
In enkele bijzondere situaties kiest men beter voor een oppervlaktebron in plaats van te kiezen voor veel afzonderlijke bronnen met weinig pluimstijging.
Over een lijnbron zijn geen consensusafspraken gemaakt. In bepaalde gevallen kan men de lijnbron benaderen door een serie oppervlakte- of puntbronnen.
Bij de verspreiding vanuit een oppervlaktebron is de ruimtelijke uitgestrektheid kenmerkend. Als andere aspecten dominant zijn, kan het de voorkeur hebben ...
De binnendiameter van de schoorsteen en de buitendiameter van de schoorsteen moeten worden opgegeven voor de schoorsteentop.
De Monte Carlo-rekenmethode kan voor elk brontype en elke combinatie van bronnen worden toegepast. Wel gelden de algemene beperkingen voor toepassing.
Het Nieuw Nationaal Model (NNM) rekent alleen met pluimen, die lichter zijn dan lucht (of even zwaar) en die niet uitzakken. Het NNM kan niet gebruikt ...
Bronnen zijn onderverdeeld in de volgende vier typen: puntbron, lijnbron, oppervlaktebron en bron plus gebouw.
Wanneer een pluim met een bepaalde snelheid en temperatuur wordt geëmitteerd, kan deze verder doorstijgen na het verlaten van de schoorsteen.
De ruwheidslengte heeft invloed op een aantal zaken zoals de verticale atmosferische windprofielen,de hoeveelheid turbulentie, de hoogte van de grenslaag ...
De modellering als constante bron is primair voor bronnen die tijdens alle uren van het jaar met constante emissie emitteren.
In sommige gevallen staat een bron, bijvoorbeeld schoorsteen, dichtbij of op een gebouw. Wanneer dit het geval is, dan wordt de verspreiding van de pluim ...
Ideaal zou zijn om de meteorologie die ter plaatse is gemeten, te gebruiken. Om dit goed te doen is de opstelling van een meetmast en deskundigheid bij het ...
In bijlage 1 een overzicht van de referenties die gebruikt zijn voor de Handreiking Nieuw Nationaal Model deel II.
Om inzicht te geven in het verschil in berekende immissies tussen een oppervlaktebron en een puntbron, zijn berekeningen uitgevoerd met oppervlaktebronnen ...
Om een indruk te krijgen van de invloed van dag/nachtritmes in de emissie op een percentielwaarde, zijn met PC Stacks 5.0 verspreidingsberekeningen voor ...
Emissievariaties leiden in het algemeen dus tot verschuiving in de percentielwaarden, die bovendien kunnen verschillen afhankelijk van het te berekenen ...
Het effect van de ruwheid is onder meer afhankelijk van welk type immissie berekend wordt, de emissiehoogte en de afstand tot de bron.
Stelde u de emissie vast uit de snuffelploegmetingen? Dan kunt u een lange-termijn berekening maken met het Nieuw Nationaal Model.
Een oppervlaktebron kan in beginsel niet gecombineerd worden met een gebouw. Gebouwinvloed kan alleen worden meegerekend bij een puntbron.
Een snuffelploegmeting geeft vanzelfsprekend alleen de situatie op de specifieke meetdag weer. De onzekerheid in de emissie zelf kan al groot zijn.
Deel II van het Nieuw Nationaal Model heeft tot doel: de gebruiker praktische handvatten te bieden bij de vertaling van de concrete situatie naar ...