Binnen de pc-applicaties van het Nieuw Nationaal Model kan worden gekozen voor modellering als constante bron of als discontinue bron.
De paragraaf gaat in op de invloed van discontinue bronnen op de concentraties. De invloed kan in de tijd veel verschillen.
In een aantal gevallen zal het nodig zijn om af te wijken van de door het rekenmodel (en de PreSRM) automatisch gegenereerde waarde. En om af te wijken van ...
In sommige gevallen kan het voorkomen dat de verhoogde oppervlaktebron vlakbij een andere bron staat en zelf als een gebouw benaderd kan worden.
De gebouwmodule gaat in beginsel uit van één gebouw in een ongestoorde omgeving. Uitleg wanneer er met deze module gerekend kan worden en wanneer niet.
Het Nieuw Nationaal Model (NNM) voorziet formeel niet in de berekening van NO2 wanneer er sprake is van gebouwinvloed. Toch is het in praktijk nodig om ...
Het komt voor dat brede emissie-openingen is opgegeven. Bijvoorbeeld wanneer men een koeltoren doorrekent of lekkages uit ronde opslagtanks.
Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) maakt jaarlijks kaarten over de grootschalige concentraties van luchtverontreinigende stoffen ...
De eerder beschreven werkwijze is geheel geautomatiseerd en opgenomen in een hulpprogramma voor luchtkwaliteitsberekeningen, de zogenaamde PreSRM. PreSRM ...
Veel grote bronnen en drukke rijkswegen zullen een significante bijdrage hebben in de grootschalige concentratie. Bij gebruik van de grootschalige ...
Als de Grootschalige Concentraties in Nederland (GCN) waarden worden vergeleken met lokale metingen, zoals bijvoorbeeld het geval is in drukke straten in ...
Met rekenmodellen toetst men of in huidige of toekomstige situaties aan de omgevingswaarden voor luchtkwaliteit voldoet.
De toetsing aan de omgevingswaarden vindt plaats door de concentraties uit de luchtkwaliteitsrapporten te beoordelen. Bevoegde gezagen beoordelen rapporten ...
Snuffelploegmetingen vinden plaats om aan de hand van de optredende geurconcentraties een emissie terug te kunnen rekenen. Dit rekenen gebeurt met het ...
Een gebouw heeft invloed op de verspreiding van de emissies.
In de volgende paragrafen is uitgelegd hoe u het gebouw in kunt voeren.
De gebruiker kan voor een berekening gebruik maken van de door het model gegeven ruwheid. Er kan ook een eigen ruwheidslengte worden opgegeven.
In de volgende paragrafen is de invloed van emissievariatie op percentielwaarden, bronnen met een zeer kleine jaarfractie en de invloed van dag/nacht ...
Hoe kunt u de parameters voor een ‘normale schoorsteen’ zo goed mogelijk kiezen? In deze paragraaf vindt u ook meer informatie over afwijkende situaties.
Bij de keuze van de invoer is aangegeven hoe standaardsituaties met het NNM doorgerekend kunnen worden. In deze paragraaf wordt toegelicht hoe omgegaan kan ...
Een toelichting over hoe pluimstijging in bijzondere situaties werkt, zoals omgaan met zware gassen en omgaan met natte pluimen.
In deze paragraaf worden de invoer en de uitgangspunten bij een snuffelploegmeting en wat bepalend is bij de berekening van de warmte-inhoud toegelicht.
Welke uitgangspunten zijn er bij de invoer van een snuffelploegmeting? Uitleg modelparameters en berekening van de emissie.
Het modelleren van de pluimstijging bij koeltorens. Bij een koeltoren kan de pluimstijging op een drietal aspecten afwijken van een 'normale' schoorsteen.
Als twee schoorstenen bij elkaar in de buurt staan, kan dit tot bijzondere situaties leiden. De pluimen kunnen elkaar beïnvloeden vanaf het moment van ...
Er komen ook situaties voor waarbij er een korte kap met versmalde opening voor of over de schoorsteenmond is geplaatst.