De termen inert en niet-inert staan niet meer in het Bal. Het Bal spreekt over lekkende, uitlogende en vermestende goederen.
Dutch Water Authorities (DWA) stimuleert kennisuitwisseling en samenwerking tussen Europese landen. Het eerste online webinar is op 20 november.
In het Spoorboekje KRW 2026 staat de planning en procedures voor de informatievoorziening voor de Kaderrichtlijn Water in 2026.
De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat heeft het Circulair Materialenplan (CMP) vastgesteld. Het CMP treedt in werking op 30 december 2025 en ...
Een rioolheffing bekostigt voor de gemeente de hemelwatertaak, de grondwatertaak en de taak voor inzamelen en transport van stedelijk afvalwater.
Met de IPLO Update Water informeren wij u graag over actuele ontwikkelingen in het waterbeleid en -beheer.
In het programma van maatregelen mariene strategie staan maatregelen over mariene wateren ter uitvoering van de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM).
Onder de Omgevingswet staan voor een deel van de activiteiten in en bij de Noordzee regels in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).
Voor activiteiten bij bijvoorbeeld rivieren en bij waterkeringen gelden algemene regels en soms een vergunningplicht of een meldingsplicht.
Beperkingengebiedactiviteiten in en bij de Noordzee zijn bijvoorbeeld bouwen van bouwwerken (bijvoorbeeld strandpaviljoens), het plaatsen van kabels of ...
Er zijn vergunningplichten vanuit het Rijk voor het onttrekken van water aan oppervlaktewater, afhankelijk van het innamedebiet en de instroomsnelheid.
In het Bal staan algemene regels voor wateronttrekkingsactiviteiten. De regels gaan over wanneer een onttrekkingsverbod geldt, wanneer een vergunning nodig ...
Waterschappen kunnen voor bepaalde oppervlaktewateronttrekkingsactiviteiten regels stellen, bijvoorbeeld bij een regionaal oppervlaktewaterlichaam.
Er is onderscheid tussen inpandige en uitpandige opslagvoorzieningen. Een opslagvoorziening kan volgens de PGS 15 bouwkundig of prefab zijn uitgevoerd.
Voor een opslagvoorziening gelden bouwkundige eisen. Deze gelden ter aanvulling op de bouwkundige eisen uit het Bouwbesluit 2012.
De weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) gaat over vlamdichtheid, stabiliteit en thermische isolatie. NEN 6069 geeft hier criteria voor.
Bij de opslag van vloeistoffen moet voorkomen worden dat producten de opslagvoorziening kunnen uitstromen.
Er gelden eisen aan de vloer van opslagvoorzieningen, zoals over bescherming tegen branddoorslag, tegen bodemverontreiniging en over contact met water.
Regels voor de opslag van losse (lege) brandbare pallets, onder meer over de locatie en de hoeveelheid ervan in een opslag.
Eisen aan de (water)bodemkwaliteitskaart, een milieuverklaring bodemkwaliteit om de kwaliteit van grond, baggerspecie of (water)bodem te bepalen.
Voor veilige opslag bij meer dan 10.000 kg gevaarlijke stoffen of meer dan 1.000 kg zeer giftige stoffen zijn er 4 beschermingsniveaus: 1, 2a, 3 en 4.
Bij opslag van aanverwante stoffen en koopmansgoederen samen met gevaarlijke stoffen, worden de stoffen als gevaarlijke stoffen behandeld.
Aanvullende eisen voor opslagvoorzieningen met meer dan 10.000 kg gevaarlijke stoffen, over bereikbaarheid, scheiding tussen de vakken en de vakindeling.
De product- en bluswateropvangvoorzieningen zijn onder meer afhankelijk van het beschermingsniveau en de aard van de opgeslagen stoffen.
Regels voor brandbeveiliging bij diverse beschermingsniveaus en het uitgangspuntendocument voor brandbeveiligingsinstallaties bij beschermingsniveau 1.