Bij het toetsen van de toepassingsnormen uit het tijdelijk handelingskader is tot een organisch stofgehalte van 10% geen bodemtypecorrectie nodig.
De applicaties BoToVa, de Risicotoolbox bodem en de Risicotoolbox waterbodem zijn nog niet aangepast op de normstelling uit het handelingskader voor PFAS.
Locaties waar PFAS worden geproduceerd en/of producten met PFAS worden gefabriceerd, maar ook brandweeroefenplaatsen zonder deugdelijke bodembeschermende ...
Voor het toetsen van PFOS en PFOA gebruik je de sommatie van de gerapporteerde verbindingen (lineair + vertakt, behalve de toetsing aan de rapportagegrens.
Tot het moment dat normwaarden voor PFAS in de Regeling bodemkwaliteit zijn opgenomen is de toetsing aan de PFAS-verbindingen een aanvullende (losse) toets ...
GenX is tot op dit moment vooral aangetroffen in de directe omgeving van bronnen waar GenX is geproduceerd of is geloosd.
Als voor een PFAS-verbinding een meetwaarde is gerapporteerd die kleiner is dan een verhoogde bepalingsgrens (bijvoorbeeld < 0,4 ug/kg), dan moet volgens ...
Ja, voor alle in het tijdelijk handelingskader gehanteerde toepassingsnormen geldt dat het te toetsen (eventueel voor de bodemtype gecorrigeerde) ...
Bij tijdelijk uitnemen en weer terugplaatsen van grond is er geen directe noodzaak om op PFAS te onderzoeken, tenzij er een verdachte puntbronlocatie is.
De noodzaak voor het (aanvullend) analyseren op PFAS is afhankelijk van de onderzoeksaanleiding.
Dit is afhankelijk van de acceptatiecriteria en de vergunningsvoorwaarden van de grondbank, verwerker of stortplaats in kwestie.
De volgende categorieën verontreinigde grond komen in aanmerking voor een verklaring.
De toepassingsnormen voor PFAS uit het tijdelijk handelingskader liggen ruim onder het niveau waarboven arbeidshygiënische risico’s te verwachten zijn.
Bij hogere PFAS-gehalten dan de normen uit het handelingskader is het nodig na te gaan of er risico's zijn, zoals door verspreiding via het grondwater.
Het tijdelijk handelingskader, is alleen van toepassing op het toepassen van grond en baggerspecie en is niet op bouwstoffen van toepassing.
De protocollen 9335-1 en 7511 geven mogelijkheden voor erkende grondbanken en verwerkers om partijen tot 100 ton te accepteren zonder analysegegevens.
Bij opslag korter dan 6 maanden is het mogelijk een partij grond of baggerspecie op te slaan zonder analysegegevens over PFAS. Wel geldt de zorgplicht.
Nee, voor het transporteren van een partij grond naar bijvoorbeeld een milieustraat, grondbank of andere opslaglocatie is het niet noodzakelijk dat vooraf ...
Grond en baggerspecie met PFAS-gehalten boven de toepassingswaarden kan worden opgeslagen binnen een inrichting als de vergunningsvoorwaarden dat toestaan.
Evenement voor intervisie voor nieuwe toezichthouders energiebesparing regio midden: Bijeenkomst 2.
Intervisie voor nieuwe toezichthouders energiebesparing regio noord op 23 oktober 2025 en 12 januari 2026.
Evenement voor intervisie voor nieuwe toezichthouders energiebesparing regio noord: Bijeenkomst 2.
In dit nieuwsbericht kijken we terug op 2025, waarin de implementatie van de herziene F-gassenverordening centraal stond.
Bij het samenvoegen van partijen grond en baggerspecie onder de BRL 9335 en protocol 9335-1 moet de indeling in kwaliteitsklassen gevolgd worden.
Afhankelijk van de kwaliteit van de baggerspecie (inclusief het gehalte PFAS) zijn er mogelijkheden voor nuttige en functionele toepassing.